Is het leven er voor ons of zijn wij er voor het leven?

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek meestal over het dagelijks leven in zijn land.

Op de Miladtoren: van links af: Jila, Jamshid en Djengiz.Beeld Newsha Tavakolian / Magnum

Oma heeft niet lang meer. Ze ligt aan een beademingsapparaat in een Teheraans ziekenhuis. Ongeïnteresseerde zusters draaien haar hoofd hardhandig naar het raam van de intensive care. Daarachter staat mijn schoonmoeder, ongemakkelijk. Haar twee broers, halsoverkop overgekomen uit Californië, staan ernaast. De een heeft zijn handen in zijn zakken, petje op. De ander zijn armen over elkaar en lippen in een streep. Zekere houdingen als schild tegen de onzekerheid.

Tot een paar dagen geleden zwaaide oma nog als ze haar kinderen achter het raam zag verschijnen. Nu is ze in een diepe coma. De zusters hebben een plastic mutsje op haar hoofd gezet, als een soort provisorische hoofddoek. De staat bepaalt dat zelfs in de laatste uren van het leven van de Iraanse vrouw het haar bedekt moet zijn. Al ben je 86 jaar.

Mijn schoonmoeder Jila houdt zich sterk. Meer dan 37 jaar heeft ze voor haar moeder gezorgd. Haar twee broers en twee zussen vertrokken na de islamitische revolutie van 1979 naar de Verenigde Staten, zoals zo veel Iraniërs. De telefoonverbinding werd de belangrijkste familieband.

Politieke omwentelingen worden gedreven door ideologie, uitgedragen door mannen die alles beter weten, en eindigen met verscheurde families, verdriet, gemis en een verlangen naar het leven dat de ander leidt.

Haar zussen en broers bouwden een nieuw bestaan op. Een trouwde een Mexicaanse, een ander werd een beroemde zangeres. Er kwamen foto's van huizen, kinderen en honden. Jila bleef achter met haar ouders en een oceaan aan jeugdherinneringen.

Als de eenzame straatveger die opruimt na het festival, was het Jila die iedere dag weer naar het souterrain afdaalde waar oma, en lang ook opa, woonden. Daar maakte ze het ontbijt, zette de televisie aan, deed de afwas en zorgde ervoor dat het kussen achter de rug van oma recht zat. In Nederland noemen we dat mantelzorg, zoals we graag voor alles een technisch woord bedenken om de pijn erachter te verhullen. In Iran is het gewoon het lot dat je in de schoot is gevallen.

Op een dag ging opa zijn krantje kopen, aan de andere kant van het park waar hij iedere middag met zijn vrienden zat. Bij het oversteken keek hij links, rechts en waagde het erop. Het haastige autootje met de gestreste koerier achter het stuur kwam van heel ver, heel hard. Seconden later lag opa gewond op straat met een groep druk gebarende mensen om hem heen. Hij hield het nog een paar dagen vol, maar stierf net voordat zijn kinderen uit Amerika in Teheran waren geland.

Dit keer zijn de broers op tijd. De twee zussen kunnen niet komen: een ligt in de clinch met de Iraanse leiders, de ander moet te hard werken om het leven in Amerika te kunnen betalen. Iedere avond weer is het een komen en gaan van neven en nichten. Iedereen zit op stoelen in een cirkel, als op een Nederlands verjaardagsfeest. Het gaat over oma, opa, leven in een land dat niet het jouwe is en leven in een land waar je graag wil dat dingen anders gaan. Er wordt gelachen. Iedereen is het erover eens dat oma een mooi leven heeft gehad.

Zoals overal ter wereld brengt ook in Iran de dood mensen bij elkaar. Afstanden verdwijnen, vroeger lijkt even net zo belangrijk als nu. Waar we in Nederland het van belang vinden de rouwende 'alleen te laten zijn' of 'met rust te laten', wordt in Iran het verdriet met iedereen samen beleefd. 'We delen vreugde, alsof we onze glazen vullen uit een gezamenlijke kom wijn', zegt een van de broers. 'Zo delen we ook ons verdriet, iedereen, met elkaar. Dat maakt het draaglijker.'

Langzaam begint het Jila te dagen dat ze na al die jaren verzorgen opeens tijd krijgt voor een eigen leven. Iedere dag gaat iedereen naar het ziekenhuis om daar door het raam te kijken hoe oma in coma ligt. Na afloop rijden Jila, haar twee broers en ik door het verkeer naar huis. Als we langs Teherans Miladtoren rijden, een soort Euromast maar dan drie keer zo hoog, zegt mijn schoonmoeder dat ze zin heeft om naar de top te gaan. De toren ziet ze al tien jaar iedere dag vanuit haar raam, maar ze is er nog nooit op geweest. Geen tijd, altijd oma.

Eenmaal boven kijkt ze uit over de stad en ziet haar eigen huis in de verte. De laatste zonnestralen vallen op de toppen van de Alborzbergen in het noorden van de stad. Een wind waarin de komende herfst verborgen ligt, waait over het observatiedek. Mijn schoonmoeder neemt het uitzicht zwijgend in zich op. 'Thomas?', vraagt ze. 'Wat denk je? Is het leven er voor ons of zijn wij er voor het leven?'

Twitter: @thomaserdbrink

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden