Is het ironie van het noodlot dat ik leef in een schijnbeschaving?

Hunkeren naar het barbaarse.

null Beeld anp
Beeld anp

Pernambuco, 6 april 1928

Het eerste: palmbomen tusschen olietanken, als Indië. De stad heet en wit en vol menschen in bruin van alle schakeeringen. Als ik niet goed oplet loop ik weer in Soerabaya. Oppervlakkig gezien is het verschil tussen Oost en West niet zoo groot en schijnt het of ze elkaar wèl eens hebben ontmoet. Maar houdt in gedachten eens Pernambuco tegen China, dan is het als een goedkoope aquarel tegen een zinrijk geweven en geborduurd oud tapijt.

's Avonds liet ik mij helaas weer tot lang zittend praten verleiden, door aanrakingspunten in de Oriënt verleid. Hoe jammer dat slechts handelsmenschen het voorrecht hebben intens in een land mee te leven. Aan hoevelen ware 't beter besteed. Aan Mme C.S. misschien niet. En aan diplomaten als Q. v. U., lijmerige hypochonder, zeker niet.

Is het weer ironie van het noodlot dat ik, die altijd naar het barbaarsche hunkerde en de stilte en het zwijgen en de vrijheid, steeds moet leven in een schijnbeschaving, iedren avond mij kleed, allerlei gepraat zonder zin moet aanhooren en flauwe scherts, niet kan zwijgen naar mijn zin en in plaats van over steppen te zwerven, op een schip leef dat 150 m lang is, en in smalle gangen tusschen luxehutten loop en op wandeldekken met luie verwende cultuurmenschen en parvenuen.

Hoe goed doet het als allen eens door de ongenadige Oceaan door elkaar gerammeld worden, al beneemt het mij den adem, iederen nacht.

J. Slauerhoff (1898-1936), arts en dichter. Ingekort fragment uit Dagboek. K. Lekkerkerker, 1957.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden