Is flexland Nederland niet te concurrerend?

De kwestie Peter de Waard

Normaliter glorieert ondernemend en exporterend Nederland alleen dagelijks in De Telegraaf - in de societyrubriek Stan Huygens Journaal. Maar een dag per jaar zijn ook andere media lyrisch over de prestaties van de Nederlandse bedrijven. Dat is traditioneel twee weken na Prinsjesdag. Op die dag maakt de Rotterdamse hoogleraar bedrijfskunde Henk Volberda de ranglijst bekend van de meest concurrerende economieën in de wereld, samengesteld op basis van onderzoek van het World Economic Forum.

En Nederland torent dan altijd uit boven alle omliggende landen. Ook dit jaar is Nederland weer de meest concurrerende economie van de EU en de vierde van de wereld. Nederlandse voetbalteams falen tegenwoordig op het internationale toneel, maar Nederland zit in de top van de Champions League qua infrastructuur, onderwijs, zorg, innovatiebeleid en arbeidsmarkt. En het land kent ook een rechtvaardige inkomensverdeling. Het topsectorenbeleid - volgens critici een douceurtje van 1 miljard voor de grote multinationals - is juist een enorm succes. Hetzelfde geldt voor de flexibilisering die eveneens in eigen land onder druk staat.

De volgende dag mogen Emile Roemer, Hugo Borst en Hans de Boer weer in de media hun ongenoegen uiten over wat er allemaal niet deugt, maar de cijfers spreken boekdelen. Vorig jaar had Nederland een handelsoverschot van 52 miljard euro. In absolute bedragen is Nederland daarmee het zevende land in de wereld. Zelfs als de wederuitvoer - 20 miljard euro waarop relatief niet zo veel wordt verdiend - daarvan wordt afgetrokken is dat nog krankzinnig hoog.

Eigenlijk is Nederland te concurrerend. Volgens de EU-regels zou geen lidstaat een hoger overschot mogen hebben dan 6 procent van het bbp (voor Nederland is dat bijna 11 procent) omdat hiermee grote onevenwichtigheden in de wereldeconomie ontstaan, hetgeen diplomatentaal is voor het in de vernieling helpen van andere economieën zoals de Griekse of Britse.

Indien Nederland zo veel weet te verdienen zou het dat geld moeten gebruiken voor consumptie en investeringen. Maar dat doet dit land niet. Bedrijven en consumenten zijn even zuinig als minister Dijsselbloem van Financiën.

Nederland is een asociale renteniersnatie waar enorm veel geld wordt opgepot ten koste van de rest van de wereld. Daarnaast wordt ook nog roofbouw gepleegd op de eigen werkenden. De grote concurrentiekracht van Nederland is volgens Volberda te danken aan de flexibele arbeidsmarkt die de arbeidskosten drukt. Nederland is verzeild geraakt in een vicieuze cirkel waarbij export een hoger doel is geworden dan welvaart.

Deze relativering klinkt misschien zuur en speelt degenen in de kaart die hun klaagzang hebben aangeheven. Gelukkig komt Volberda over 362 dagen met een nieuw lijstje.

Tot dan toe is er voor iedereen nog het Stan Huygens Journaal.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.