Reportage

Is er nog iemand geschikt voor het Korps?

Het Korps Mariniers viert zijn 350ste verjaardag. Dat betekent erwtensoep, niet al teveel kritiek maar ook de vraag: wie heeft er nog Korpsgeest?

Om kaping door piraten te voorkomen, escorteren leden van het Korps Mariniers een schip met voedselhulp naar Mogadishu, Somalië Beeld Sven Torfinn
Om kaping door piraten te voorkomen, escorteren leden van het Korps Mariniers een schip met voedselhulp naar Mogadishu, SomaliëBeeld Sven Torfinn

Bij het Korps Mariniers gaat het in de regel om tamelijk concrete zaken: een bivak inrichten, piratenboten enteren, een mars met zware bepakking afwerken. Maar gisteren, bij de viering van de 350ste verjaardag van het korps, kwam ook geregeld een ongrijpbaar begrip ter sprake: korpsgeest. Bij gebrek aan sluitende definitie sloegen de herdenkende mariniers er maar een slag naar.

Korpsgeest heeft iets te maken met de loutering die generaal-majoor b.d. Frank van Kappen naar eigen zeggen als slonzige hbs'er bij het korps onderging. Daar werd 'alles bij mij eruit geramd wat er niet thuishoorde' door een instructeur die hij destijds haatte maar die hij nu innig dankbaar is. Korpsgeest heeft iets te maken met de humor van mannen onder elkaar en met de in het buitenland wonende veteraan die elk jaar in december naar Nederland komt, niet vanwege Sinterklaas - ook belangrijk - maar vanwege 10 december, de verjaardag van het Korps. Een van de auteurs van het lustrumboek Over Grenzen hield het bij de metafoor van cement dat stenen tot hecht geheel maakt.

Hoe het ook zij: gisteren grepen vele veteranen het lustrum aan voor een reünie. Die begon traditiegetrouw op het Rotterdamse Oostplein met een kranslegging bij het Mariniersmonument, en werd even verderop voortgezet in de Van Ghentkazerne, waar het lustrumboek werd gepresenteerd. De aanwezigen werden aangesproken als 'mijne heren'. Het middagmaal bestond overwegend uit erwtensoep.

Verongelijkt

Geen van de feestredenaars uitte zich kritisch over de politiek, die de krijgsmacht de laatste jaren stelselmatig heeft uitgekleed - ook nadat het 'vredesdivident' van de Koude Oorlog allang was opgesoupeerd. Dat heeft vooral te maken met de loyaliteit die het Korps nu eenmaal eigen is, zegt militair historicus Arthur ten Cate - hoofdauteur van Over Grenzen (uitgeverij Boom). 'Mariniers zijn niet snel verongelijkt', zegt hij. 'Maar het gemak waarmee op Defensie is bezuinigd, heeft hen wel degelijk geraakt.'

Het courante pleidooi voor 'meer geld naar Defensie' ontmoet binnen de krijgsmacht vooralsnog veel scepsis, weet Ten Cate. 'Minister Hillen noemde Defensie destijds al onze verzekeringspolis, maar dit weerhield hem er niet van om fors in het budget te snijden. En nog steeds krijgt Defensie er reëel niets bij. Minister Hennis heeft alleen bezuinigingen weggestreept.'

De eerlijkheid gebiedt Ten Cate te zeggen dat het Korps Mariniers relatief ongeschonden door de bezuinigingsronden van de achterliggende decennia is gekomen. Getuige alleen al het feit dat zijn huidige omvang - 3.000 manschappen, merendeels gelegerd in Doorn - ongeveer overeenkomt met het historisch gemiddelde. Dat heeft alles te maken met zijn 'expeditionaire karakter', zijn inzetbaarheid bij relatief kortdurende acties. Daarmee maakte het Korps kort na zijn oprichting al school met de Tocht naar Chatham in juni 1667, en met de jacht op 'Barbarijse piraten' in de Middellandse Zee. Het Korps was, met andere woorden, een flitsmacht avant la lettre. Waar de landmacht en de luchtmacht zich na het einde van de Koude Oorlog moesten instellen op een 'flexibele oorlogvoering' keerde het Korps Mariniers eigenlijk terug naar zijn corebusiness van de zeventiende eeuw. Met de - per saldo succesvolle - jacht op piraten in de wateren rondom het Arabisch schiereiland is voor het Korps de cirkel rond.

Kwaliteit waarborgen

De vraag is momenteel vooral hoelang het Korps Mariniers nog de kwaliteit van zijn manschappen kan waarborgen, zegt Ten Cate. Aan gegadigden is vooralsnog geen gebrek. Wel aan mensen die zich tijdens de selectie en de daarop volgende opleiding kunnen handhaven. In 1991 viel slechts 6 procent van de aspirant mariniers tijdens de opleiding af. In 1995 was dit percentage al gestegen tot 18 procent. Momenteel valt ongeveer de helft van de mariniers-in-opleiding af - met uitschieters naar 70 procent. 'Toen het korps in 2012 zo'n driehonderd manschappen nodig had, moesten er zo'n 2.500 sollicitanten worden geworven. Met alle kosten van dien.' In het lustrumboek staat hierover: 'Één spijkerbroek (burgerkandidaat) succesvol de opleiding laten doorlopen, kostte in 2013 gemiddeld 27.262 euro.'

'Er wordt ook heel veel van de huidige generatie mariniers gevraagd', zegt Ten Cate begripvol. 'Maar je kunt je ook afvragen of de samenleving zich mentaal niet te ver van het Korps Mariniers heeft verwijderd. Een bivak stelt veel eisen aan jongeren die slechts hotelbedden kennen en die bij regen met de auto naar school werden gebracht. Veel jongeren hebben het moeilijk met een bepaalde manier van doen en denken. Het ontbreekt velen eenvoudigweg aan doorzettingsvermogen en aan de bereidheid zich naar regels te voegen.' Degenen die het wel kunnen, zullen ooit weten wat het ongrijpbare begrip 'korpsgeest' inhoudt.

Nieuw! Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden