Opinie

'Is er nog een oplossing in Syrië?'

Het Westen lijkt enkel geobsedeerd door het idee dat de Syrische president Assad moet aftreden. 'Ondertussen worden alle buurlanden van Syrië meegesleurd in een oorlog waarvan niemand meer lijkt te weten hoe deze te beëindigen', betoogt arabist Martin Janssen.

President Assad bezocht vandaag de moskee in Damascus. Beeld epa
President Assad bezocht vandaag de moskee in Damascus.Beeld epa

Het bloedige en gewelddadige conflict in Syrië houdt op internationaal niveau zowel politici als de media bezig. Wat een verwijzing is naar de tweevoudige oorlog die momenteel in en rond Syrië woedt. Enerzijds wordt er op Syrische grondgebied een echte en totale oorlog uitgevochten, die in zekere zin ten onrechte als een burgeroorlog wordt betiteld. Een burgeroorlog is uiteindelijk altijd een interne aangelegenheid zoals bijvoorbeeld enkele decennia geleden in Ierland waar Ierse katholieken en protestanten elkaar naar het leven stonden. De situatie in Syrië is echter veel ernstiger omdat deze zogenoemde burgeroorlog in Syrië grotendeels vanuit het buitenland wordt gecoördineerd én aangewakkerd. De belangrijkste rol die de Syrische bevolking hierbij nog wordt toebedeeld lijkt die van slachtoffer in een conflict waarin alle betrokken externe partijen hun eigen verschillende agenda's nastreven die slechts gemeenschappelijk hebben dat de belangen en wensen van de Syriërs zélf totaal ondergeschikt zijn.

Daraa
Toen in maart 2011 de problemen in de Syrische stad Daraa begonnen als een ogenschijnlijk onschuldig incident kon niemand bevroeden dat er een crisis uit zou voortkomen die anderhalf jaar later de potentie heeft zich te ontwikkelen tot een totale regionale oorlog en wellicht zelfs erger. In Daraa hadden een aantal baldadige jongeren wat politieke leuzen op muren gespoten en deze kwestie werd door de plaatselijke autoriteiten volkomen incorrect en onbekwaam afgehandeld.

Het waren de dagen die onmiddellijk volgden op het vertrek van de Tunesische en Egyptische president en er heerste een roes van opwinding in de hele regio. Het waren de dagen dat westerse journalisten en Midden-Oostendeskundigen nog enthousiast schreven over een Arabische lente en er nog geen zure artikelen verschenen waren waarin gewaarschuwd werd voor een naderende Arabische herfst of zelfs islamitische winter. Het waren de dagen dat ook in Syrië velen hoopten dat er politieke en economische hervormingen in hun land op komst waren.

Vertrek
Ik kan me niet herinneren dat tijdens de eerste maanden van deze Syrische revolutie door demonstranten werd geroepen om het vertrek van hun president al-Assad. Dit begon echter geleidelijk aan te veranderen en men zou kunnen verdedigen dat de Syrische president dit gedeeltelijk over zichzelf had afgeroepen. Zijn eerste toespraak na het uitbreken van de onrust in Syrië stelde vele Syriërs teleur omdat hij hierin vooral sprak over een buitenlandse samenzwering tegen Syrië zonder werkelijk in te gaan op de wezenlijke problemen van het land.

Toch waren er tijdens die eerste maanden van de Syrische crisis al verontrustende ontwikkelingen, die achteraf gezien een indicatie vormden voor de toekomst. Eind maart werden in de westelijke stad Banyas negen militairen gedood door een bom en enkele weken later werden er meer dan honderd Syrische soldaten gedood in Jisr al-Shughur. Velen van hen bleken onthoofd te zijn en hun lijken met bijlen in stukken gehakt wat vrijwel altijd het visitekaartje is van radicale jihadisten die de ideologie van al-Qaeda aanhangen.

Ook lieten me indertijd vrienden in Damascus filmpjes zien op hun mobiele telefoons waarin te zien was hoe mensen in diverse delen van Syrië onder het roepen van 'Allah akbar' hun keel werd doorgesneden. Hun enige misdrijf was steeds dat ze Alawieten waren. Terwijl er dus in deze beginperiode van de Syrische crisis een protestbeweging ontstond die meer politieke en democratische openheid eiste was er anderzijds ook een ander, meer sinister element aanwezig dat eerder in Tunesië en Egypte afwezig was geweest en dat deed vermoeden dat de ontwikkelingen in Syrië weleens een totaal andere wending zouden kunnen nemen dan in beide bovengenoemde landen.

Mediaoorlog

Terwijl er in dit stadium nog geen sprake was van een oorlog in Syrië tekenden zich wel reeds de contouren af van wat ik de mediaoorlog over Syrië zou willen noemen. In een aantal Syrische plaatsen gingen duizenden demonstranten de straat op om hervormingen te eisen wat steeds breed werd uitgemeten in de media. De beelden echter van honderdduizenden die zich verzamelden om hun steun te betuigen aan de Syrische president werden zelden vertoond waardoor er een vertekend beeld ontstond.

In mei 2011 zonden de BBC en CNN beelden uit van een grote pro-Assad demonstratie in het centrum van Damascus die ruim 1,5 miljoen deelnemers trok. Dit gebeurde echter in tegenwoordigheid van Syrische 'deskundigen' in de studio die geruststellend verklaarden dat deze demonstranten oftewel gedwongen óf betaald werden door de veiligheidsdiensten om te demonstreren. Zonder dat deze deskundigen werd gevraagd naar bewijzen voor hun stellingen, die zonder meer werden geaccepteerd als de waarheid.

Op 7 juli zond de ARD een interview uit dat de Duitse politicus en vredesactivist Todenhöfer had gevoerd met de Syrische president Assad. Dit kwam Todenhöfer te staan op een lawine van verwijten en beschimpingen omdat hij de Syrische president hiermee een platform zou hebben geboden voor diens propaganda. Todenhöfer heeft deze kritiek beantwoord door erop te wijzen dat een groot gedeelte van de westerse pers één groot platform lijkt te zijn voor de Syrische oppositie wier verhalen en visies bijna kritiekloos worden gevolgd en overgenomen. Enkele voorbeelden hiervan.

Op 11 januari jl. kwam in Homs de Franse journalist Gilles Jacquier om het leven. De Syrische oppositie stelde gelijk het regime verantwoordelijk en er volgden onverholen bedreigingen uit Parijs richting Damascus. Enkele weken geleden echter moest het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken bijna onwillig toegeven dat de journalist gedood werd door vuurgeweld van de Syrische oppositie. De Franse Le Figaro had namelijk een dag eerder de resultaten gepubliceerd van een onafhankelijk onderzoek naar de dood van de journalist.

Op 25 mei vond er een gruwelijk bloedbad plaats in Houla en westerse politici schreeuwden gelijk in koor dat 'Assad zijn eigen volk uitmoordt'. Hierbij klakkeloos het verhaal volgend van de Syrische oppositie dat echter vreemde tegenstrijdigheden vertoonde. Nader onderzoek naar de identiteit van de slachtoffers wees uit dat deze vrijwel allen bekend stonden om hun loyaliteit aan het Syrische regime. Onder meer Die Frankfurter Allgemeine Zeitung heeft hier uitvoerig over bericht. Probleem hierbij is vooral dat deze versie van de gebeurtenissen in Houla in grote lijnen overeenstemde met de resultaten van het eigen onderzoek van het Syrische regime. Wat volgens sommigen betekent dat deze versie dus per definitie onjuist moet zijn.

Begin juli volgde Tremseh waar volgens de Syrische oppositie het regime opnieuw een gruwelijk bloedbad had aangericht dat het leven had geëist van 250 onschuldige burgers, voor het merendeel vrouwen en kinderen. Maar zelfs de New York Times moest op 14 juli toegeven dat in Tremseh zware gevechten hadden plaatsgevonden tussen gewapende rebellen en het Syrische leger die resulteerden in de dood van 37 rebellen. Waarmee nogmaals werd onderstreept dat men ook uiterst voorzichtig moet zijn met de beweringen van de Syrische oppositie.

Totale oorlog
Van een interne crisis naar een totale oorlog. Zo zouden we de ontwikkelingen in Syrië kunnen omschrijven wat vraagt om een verklaring. Het is juist dat het Syrische regime in het beginstadium verkrampt reageerde op de legitieme eisen van vreedzame demonstranten maar ook het Westen heeft boter op zijn hoofd.

De Syrische buitenlandse oppositie, die gedomineerd wordt door de Moslimbroeders, zag haar kans schoon en richtte in Turkije de Syrian National Council op en werd gelijk door het Westen erkend als de legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk. Hiermee werd de oppositie binnen Syrië zélf, die wél wilde onderhandelen met het regime feitelijk buitenspel gezet. In een volgend stadium ontstond de gewapende Syrische oppositie die geleidelijk aan de civiele oppositie ging overvleugelen. Vanaf dit moment werd het duidelijk dat niet onderhandelingen maar wapens de toekomst van Syrië zouden gaan bepalen.

Vredesplan
Het vredesplan van Kofi Annan had vanaf het begin geen kans van slagen. Dit plan riep op tot een demilitarisering van het conflict om vervolgens politieke onderhandelingen te beginnen. De Syrian National Council liet echter gelijk weten niet met het regime in Damascus te willen onderhandelen en werd in deze opstelling volmondig gesteund door het Westen. Qatar en Saoedi-Arabië begonnen vervolgens op grote schaal de oppositie te bewapenen en te financieren en hadden hierbij een voorkeur voor groeperingen die hun eigen Wahhabitische-ideologie onderschreven. De aanwezigheid van al-Qaeda in Syrië kan thans door niemand meer worden ontkend en de Duitse inlichtingendiensten lieten recentelijk weten dat al-Qaeda sinds december 2011 waarschijnlijk verantwoordelijk is voor minstens 80 dodelijke aanslagen in Syrië.

Het Westen lijkt geobsedeerd door het idee de Syrische president al-Assad met alle mogelijke middelen tot aftreden te dwingen en lijkt het totaal niet verontrustend te vinden hierbij al-Qaeda aan haar zijde te vinden. Ik waag het bovendien te betwijfelen of het aftreden van Assad in deze situatie iets zou oplossen. Ondertussen worden alle buurlanden van Syrië steeds meer meegesleurd in deze oorlog waarvan niemand meer lijkt te weten hoe deze te beëindigen. En toch is een oplossing dringend gewenst.

'Musalaha'-beweging
In dit kader zou ik de Syrische 'Musalaha'-beweging onder de aandacht willen brengen. Het is een vredesbeweging die enkele maanden geleden spontaan werd geboren onder de Syrische bevolking die moe en uitgeput is door het geweld en bloedvergieten en die slechts 'verzoening' ( 'musalah' in het Arabisch) wenst.

De beweging wordt gesteund door godsdienstige leiders van alle in Syrië aanwezige religieuze denominaties en door vele tribale leiders. De beweging vraagt alle buitenlandse strijders te vertrekken, de wapens neer te leggen en een politieke dialoog te beginnen van nationale verzoening zoals eertijds gebeurde in Zuid-Afrika.

De stem van deze snel groeiende Musalaha-beweging wordt helaas geen podium geboden op internationale conferenties die worden georganiseerd door de zogeheten zelfbenoemde 'Vrienden van Syrië'. Noch in Brussel noch in New York. De vraag is bovendien gerechtvaardigd of de daar vergaderende landen eigenlijk wel geïnteresseerd zijn in een nationale verzoening in Syrië. Een andere vraag is trouwens waar de Europese vredesbewegingen zijn gebleven die hun pasgeboren Syrische zusterbeweging krachtig zouden moeten ondersteunen.

Martin Janssen is arabist en woonde tot voor kort in de Syrische hoofdstad Damascus.




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden