Is er iets beters dan een euro? Column Rens van Tilburg

De Verenigde Staten van de Euro zijn vorige week weer een stap naderbij gekomen. Na de eerdere aanscherping van het begrotingspact en benoeming van een Eurocommissaris om daarover te waken, is op de top in Brussel besloten de Europese Centrale Bank te belasten met het toezicht op de eurobanken.


De euroleiders zetten de ene stip na de andere op de horizon in de hoop zo het vertrouwen van de financiële markten in Spanje en Italië te herstellen. Ondertussen lopen de leningen aan de europrobleemlanden, en daarmee hun schulden, snel op. Toch houden de euroleiders stug vol dat het geld naar het noorden zal terugkomen. Daardoor blijft de schuldenlast voor Griekenland, Portugal, Ierland en Spanje ondraaglijk hoog en een einde aan de crisis ver weg.


Met de kennis van nu zou geen van de huidige regeringsleiders aan de euro zijn begonnen. Maar nu Italië en Spanje de toegang tot de financiële markten dreigen te verliezen, durft niemand de gemeenschappelijke munt ter discussie te stellen. En dus verklaren alle euroleiders plechtig dat voor de euro, met wat extra toezicht en sancties, een glanzende toekomst is weggelegd.


Met geen woord wordt gerept over de kosten hiervan, zoals de permanente overheveling van gelden die elke andere muntunie kent. Neem de dollar, in de Verenigde Staten dragen de rijkste staten tot 10 procent van hun inkomen af aan minder gefortuneerde staten, jaar in jaar uit.


De hardwerkende Amerikanen hoor je daar niet over, die weten niet beter. Ook Nederlanders zijn best bereid tot inkomensoverdracht naar het zuiden, mits daar een pittoresk boerderijtje of een week 'all-inclusive' aan het zwembad tegenover staat. De hardwerkende Nederlander zal echter behoorlijk aanhikken tegen een jaarlijkse extra bijdrage van rond de 60 miljard euro. Zeker als je dat afzet tegen wat de euro Nederland oplevert. Aan de komst van de interne markt hebben we volgens het Centraal Planbureau een extra maandsalaris te danken, de euro deed daar slechts een weeksalaris bovenop.


En dan kent de VS nog een hoge arbeidsmobiliteit tussen staten (één taal, één vlag en volkslied, flexibele arbeidsmarkt, ondernemende cultuur) en een uitermate beperkte sociale zekerheid.


Laten we om de kosten te drukken de Europese verzorgingsstaat straks afslanken tot Amerikaanse proporties? D66-Europarlementariër Sophie in 't Veld legde in de Volkskrant soepel de verbinding tussen haar eurovisie en 'marktliberale' inborst. Amerikaanse toestanden zijn Sophie geen gruwel. Ze hebben daar weliswaar geen bijstand, maar 'wel medicare voor de ouderen', sust ze eventueel verontruste kiezers.


Nu de financiële afhankelijkheid tussen de eurolanden veel groter is gebleken dan de founding fathers voor mogelijk hielden, wordt deze in rap tempo geformaliseerd en bij wet vastgelegd. We zijn op weg naar almaar verdergaande integratie. Dat doen we zonder inschatting van de kosten en baten en zonder beeld van de weerstanden en valkuilen. Vergroten we het gevaar van roekeloze bestedingen niet juist door de garanties in marmer te beitelen? Is het mogelijk om vanuit Frankfurt toezicht te houden op achtduizend banken, van Lapland tot diep in de Spaanse provincie?


Voor politici is de aantrekkelijkheid van deze route dat de (nu zichtbare) kosten van eurovisioenen laag zijn, terwijl het de markt (mogelijk) de indruk geeft dat hun euro's ook in Zuid-Europa veilig zijn. Daarbij denkt Noord-Europa dat Zuid-Europa niet door heeft welke pijnlijke maatregelen er in het verschiet liggen. Zuid-Europa denkt dat Noord-Europa niet door heeft hoeveel geld dit avontuur nog gaat kosten. Iedereen blij, maar voor hoe lang? Een echte oplossing biedt het niet, de pijn wordt enkel uitgesteld.


In plaats van de vlucht in vergezichten kunnen we ons beter concentreren op het opruimen van de financiële puinhoop. Dat vereist afspraken over schuldherstructurering in ruil voor hervormingen van landen en banken. Dat vereist een nog groter Euronoodfonds en inzet van de ECB.


De verdeling van die rekening zal nu pijn doen. Maar het beëindigt wel de onzekerheid die de euro-economieën nu verstikt. Bovendien houden we zo meerdere opties open. Als de lijken zijn opgeruimd en de markten gekalmeerd, kunnen we bezien of verdergaande integratie wenselijk is. Het economisch succes van niet-eurolanden, van Zweden en Zwitserland tot Polen en Roemenië, toont dat de euro niet zaligmakend is. Misschien zijn twee euro's wel beter dan één.


Rens van Tilburg is econoom.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden