Is dit onze toekomst?

Over de hele wereld hebben mensen het gehad met het huidige kapitalistische systeem. Over een alternatief is echter niemand het eens. Gloort er een terugkeer naar ruilhandel?

We hoeven niet te wanhopen over de crisis, zegt de befaamde Spaanse socioloog Manuel Castells. Een ander leven is mogelijk, zonder overspannen consumptie, zonder de rat race die het kapitalisme ons opdringt. In zijn film Homage to Catalonia II laat hij zien hoe Catalanen hun eigen groente verbouwen, goederen en diensten ruilen, kleine coöperatieve bedrijfjes oprichten, hun huis niet inrichten met dure designmeubelen, maar met de welvaartsresten die zij op straat vinden. Ze kiezen voor samenwerking en bewuste consumptie, in plaats van concurrentie en consumentisme.


'Er waren altijd al veel mensen kritisch over een leven waarin je moet rennen, rennen, rennen, om geld te lenen, schulden te maken, te consumeren, om dingen zonder betekenis te doen, terwijl je geen geld hebt voor vrienden, de liefde, je kinderen', zegt Castells in een interview met VPRO-documentairemaakster Bregtje van der Haak. Door de economische crisis zal deze subcultuur aansluiting vinden bij bredere lagen van de bevolking, denkt Castells, die op 2 december in Amsterdam de Globaliseringslezing geeft.


Dat klinkt nogal utopisch, als een terugkeer naar de jaren zeventig, de wereld van Kabouters en Kleine Aarde. Voor sommigen een romantisch ideaal, voor anderen een spartaans universum dat weinig aantrekkelijks heeft. Het is ook een dramatisch beeld. Waarom zou de crisis tot spectaculaire veranderingen leiden, en niet tot een paar magere jaren waar we doorheen ploeteren?


Castells en geestverwante wetenschappers en activisten zien de kredietcrisis van 2008 als een keerpunt. 'Het tijdperk van goedkoop krediet, van gemakkelijk geld, is voorbij. Het pluk de dag van de economie is beëindigd', aldus Castells. De crisis wordt niet veroorzaakt door luie Grieken, corrupte Italianen en zelfs niet door graaiende bankiers, zegt Angela Wigger, docent politieke economie aan de Radboud Universiteit. 'De echte oorzaak zit dieper, het is een groeiprobleem.'


Na de Tweede Wereldoorlog groeide de economie enorm. Burgers werden rijker dan ooit, ze hadden een baan voor het leven en als het toch tegenzat, konden ze een beroep doen op een allengs royaler stelsel van sociale zekerheid. Eind jaren zeventig liep dit gouden tijdperk van de sociaal-democratie vast. Onder aanvoering van de Amerikaanse president Reagan en de Britse premier Thatcher vonden politici een nieuwe manier om hun kiezers tevreden te stellen. Iedereen werd kapitalist, met een eigen huis, een creditcard en ruim consumptief krediet. We werden steeds rijker, dachten we. Nu blijkt een flink deel van die nieuwe welvaart op schulden gebaseerd.


Kaartenhuis

In 2008 stortte het kaartenhuis in. De schulden waren zo groot dat staten de banken moesten redden. Sindsdien kampen staten met enorme schulden. Toch willen ze de euro redden, mede omdat ze willen voorkomen dat de verzwakte banken alsnog omvallen en de hele economie meesleuren. Het is een vlucht vooruit, stelt Wigger. 'Er wordt nog meer geld in de economie gepompt, er worden nog meer schulden gemaakt. Daarmee schuiven ze het probleem nog even voor zich uit.' Volgens Wigger moet het Westen onder ogen zien dat de vanzelfsprekende groei voorbij is. 'We moeten een visie op krimp ontwikkelen', zegt ze.


Maar hoe? De meest spraakmakende tegenbeweging is Occupy, die er prat op gaat geen leiders te hebben, en geen vastomlijnde ideeën. De Occupiers hebben een 'kalme toewijding aan een hogere roeping', schreef Michael Greenberg, die voor de New York Review of Books in het New Yorkse Zuccotti Park bivakkeerde. Occupy is een spirituele beweging. De bezetters belijden hun geloof in het goede, en hun afkeer van het kwade.


Robin Hood-tax

Iets concreets levert dat echter niet op. De anti-consumentismegroep Adbusters, een van de drijvende krachten achter het begin van Occupy, wilde graag dat de bezetters de 'Robin Hood-tax' zouden ondersteunen, de belasting op financiële transacties. De beweging zou zich kunnen profileren met een redelijke, zelfs haalbare eis, gesteund door president Sarkozy, bondskanselier Merkel en de econoom Joseph Stiglitz. De bezetters werden het echter niet eens. Wat dachten die Adbusters wel, met hun 'roep om actie vanaf een verre bergtop', zei één van de bezetters. In dit anarchistische milieu werd een gezamenlijk standpunt als een onaanvaardbare vorm van groepsdwang ervaren.


Zonder eisen ben je geen politieke beweging, maar een levensstijl, schreef de conservatieve journalist Christopher Caldwell in de Financial Times. Wie de mottige Occupykampjes ziet, moet onwillekeurig denken aan de subcultuur van de vorige crisis, toen krakers, studenten en jonge werklozen een levensstijl ontwikkelden waarin materieel bezit nauwelijks meetelde. Een uitkering, studiebeurs of simpel baantje was voldoende. Als de crisis doorzet, zou zo'n alternatieve cultuur weer kunnen groeien.


Het lijkt echter geen middel om tegen machtige financiële belangen te vechten. De alternatieve cultuur van de jaren tachtig verdween toen de economie aantrok en de yuppen hun opwachting maakten. 'Occupy biedt geen oplossingen. Maar dat is ook niet hun rol. Ze zetten mensen aan het denken', zegt politiek econoom Wigger. Dat vindt ook antropoloog David Graeber, een van de denkers en organisatoren achter Occupy Wall Street. 'Occupy moet een dertig jaar durende wurggreep op de fantasie doorbreken', schreef hij in The Guardian. 'De mensen die de wereld bestuurden, probeerden ons ervan te overtuigen dat de huidige vorm van kapitalisme het enig denkbare systeem is.'


Daardoor lijken nieuwe ideeën al snel vaag en onhaalbaar, zegt Wigger. 'We moeten experimenteren. Je kunt bijvoorbeeld eerlijke prijzen rekenen, waarin de milieukosten verwerkt zijn. In de jaren zeventig werd ook gesproken over een internationaal minimumloon, waardoor landen niet meer concurreren met steeds lagere lonen. Je kunt ook de economie regionaal inperken. Ik hoef geen bonen uit Egypte die onder erbarmelijke omstandigheden geoogst zijn. Een andere mogelijkheid: de banken nationaliseren en financiële derivaten verbieden', aldus Wigger.


Ook Ewald Engelen, financieel geograaf aan de Universiteit van Amsterdam, is voor een sterke regulering van de financiële sector. 'Tot de jaren tachtig was het heel moeilijk om in het buitenland te investeren. Daardoor bestond een band tussen de financiële wereld en de plaats waar zij opereerde. Die band is helemaal verdwenen. Ik geloof niet dat je terug kunt. Maar je zou de democratische controle over de financiële sector wel moeten versterken, door sterke toezichthouders, betere regels, consumentenorganisaties die een vuist kunnen maken', aldus Engelen.


De financiële sector zou zijn oorspronkelijke functie moeten terugkrijgen: investeren in de reële economie in plaats van de onderlinge handel in financiële producten die op lucht gebaseerd zijn. 'Er zijn allerlei nuttige projecten waarvoor geld nodig is, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur en alternatieve energiebronnen', aldus Engelen.


Maar in het 'andere leven' van Manuel Castells ziet hij niets. 'Dat soort ideeën vind ik regressief. Het is geen manier om vooruit te komen, al was het maar omdat je zeven miljard wereldburgers moet voeden, en straks nog meer. Dan kom je er niet met zelf je tomaten kweken.'


Belastingformulier

Ook de meeste burgers prefereren economisch herstel boven een wereld waarin ik jouw belastingformulier invul als jij mijn haar knipt. De Spaanse indignados presenteren zich graag als stem des volks, maar de rechtse PP haalde bij de verkiezingen zondag een overweldigende meerderheid, met de boodschap dat hij alles wil doen om de financiële markten tevreden te stellen.


Toch geloven veel denkers dat politieke instabiliteit op de loer ligt. In het onlangs verschenen boek After the Great Complacence ('Na de grote zelfgenoegzaamheid') beschrijven Ewald Engelen en zijn mede-auteurs de crisis als een 'debacle van de elite'. Niet alleen de bankiers hebben gefaald, maar de totale elite, de politici die de regels vaststelden en de technocraten die toezicht moesten houden. Die elite zal verder onder vuur komen te liggen als Europa, het eliteproject bij uitstek, mislukt.


Ook ter rechterzijde klinkt kritiek op de dogma's die de elite de afgelopen dertig jaar propageerde. 'De publieke steun voor de vrije markt is gebaseerd op twee argumenten. De eerste is dat zij efficiëntere uitkomsten biedt dan de alternatieven. De tweede is dat zij meer welvaart biedt aan de hele samenleving. Beide aannames hebben de afgelopen jaren een flinke dreun gekregen', schreef Jim Lambert, voormalig directeur-generaal van de Confederation of British Industries in de Financial Times. Bedrijven kunnen maar beter rekening houden met de wensen van de samenleving, aldus Lambert, anders krijgen zij de rekening in de vorm van 'agressievere regulering en progressieve belastingstelsels'.


Ook Francis Fukuyama, de politiek filosoof die Reagan steunde en in 1989 de ultieme triomf van de markt afkondigde, ziet de noodzaak tot verandering: 'Je hebt een coherent links alternatief nodig voor de problemen die zich de laatste decennia hebben voorgedaan', zei hij in The Guardian. Anders krijgt een 'idioot populisme' alle ruimte,.


Gedurfde ideeën zijn nodig, zegt politiek econoom Wigger: 'We kunnen ons de luxe om niet utopisch te denken niet meer permitteren.'


Manuel Castells geeft op 2 december de Globaliseringslezing in Felix Meritis in Amsterdam. Het evenement is uitverkocht.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.