Is dekkingsgraad wel een goede indicator?

De dekkingsgraad kan ertoe leiden dat pensioenfondsen tot onverantwoorde speculatie worden aangezet.

PETER DE WAARD

Het is een modelvoorbeeld van een journalistieke pavlovreactie. De beurs klapt in elkaar en de chef economie van het ANP of van een van de kranten geeft een verslaggever de opdracht de pensioenfondsen te vragen hoe het staat met de dekkingsgraad. Het antwoord laat zich raden.

De volgende morgen staat in de kranten een verontrustend stukje dat de dekkingsgraad van het ABP onder de 100 procent is gezakt terwijl die - wettelijk verplicht - 105 procent moet zijn.

Besturen van de pensioenfondsen worden hiermee voor een onmogelijk dilemma geplaatst. Uiteraard kan de vraag worden gesteld of de paritair samengestelde besturen wel efficiënt kunnen opereren in de steeds complexere financiële markt, maar eigenlijk kan zelfs de meest briljante financiële wizard niets doen tegen heen en weer schietende beurskoersen.

Het probleem is dat de dekkingsgraad een gevaarlijke graadmeter is voor de degelijkheid van pensioenfondsen. In principe beleggen pensioenfondsen vooral long, ze kopen obligaties die rente opleveren en aandelen die dividenden genereren en op termijn in waarde stijgen. Als ze echter ook bij beursdalingen succes moeten hebben - en pieken en dalen zijn aan de orde van de dag - moeten ze ook riskante short-strategieën in hun beleggingen incorporeren: het speculeren op koersdalingen.

Pensioenmanagers lijken te moeten doen wat bonusbankiers zo kwalijk wordt genomen: kortetermijndenken.

Het belang van dekkingsgraden moet worden gerelativeerd. Een pensioenfonds dat over 5 jaar moet uitkeren en een dekkingsgraad heeft van 80 procent, heeft een probleem. In de komende vijf jaar moet minimaal 7,7 procent rendement worden gehaald. Maar een pensioenfonds met veel jongeren dat pas over 30 jaar moet gaan uitbetalen, kan bij een dekkingsgraad van 80 procent met een gemiddeld rendement van 3,8 procent volstaan.

De dekkingsgraad zou moeten worden vervangen door een nieuw kerngetal, waarin het vereiste rendement en de uitkeringsdatum een relatie met elkaar hebben en kortetermijnbeweeglijkheid van de financiële markten minder zwaar weegt. Dat zou niet alleen premieverhoging of het korten van pensioenen minder actueel maken maar ook de zogenoemde pensioenholidays die telkens in beeld komen als de beurs ineens fiks stijgt.

In het blad Nederlands Pensioen- en Beleggingsnieuws stelde George Möller, hoofd raad van toezicht van de AFM, dat werknemers moreel niet verplicht kunnen worden toe te treden tot een fonds met een tekort. Als iedereen zich blind staart op dekkingsgraden is het direct ook voorbij met de solidariteit in pensioenland.

Reageren? p.dewaard@Volkskrant.NL

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden