Is de polonaise ten dode opgeschreven?

De 'gelijkheidsdans' lijdt onder uitgaansmuziek en massale feesten

De oerdans van het carnaval, de polonaise, staat door afnemende belangstelling onder druk. Emma Curvers duikt in de geschiedenis van deze 'gelijkmaker' in café en feestzaal, geleid door een prins.

Basisschoolkinderen vieren carnaval. Foto anp

'Sjun dat iech bij deze bomvolle zitting mag optreden!', zegt komiek Hub Stassen spottend. Nee, echt druk is het nog niet in ontmoetingscentrum de Timpaan in Gulpen, waar op een zaterdagavond in januari de nieuwe prins van Carnavalsvereniging de Gaarekiekere wordt onthuld, 'maar 't is nog vreug'. Een uur of twee later is Prins Leon de Eerste gekroond of liever gevederd - de prins draagt een muts met fazantenveren - en gaat hij meteen aan de slag met zijn verantwoordelijkheden: onvermoeibaar loopt hij in de polonaise de zaal door, bijgestaan door zijn hofnar Karien.

'Vroeger was het hier veel drukker', is vanavond een veelgehoorde zin. Zelfs hier geven carnavalisten toe dat het carnaval in populariteit afneemt en dat wie wel meedoet, minder toegewijd is aan carnavalstradities. Volgens een onderzoek in opdracht van dagblad De Limburger uit 2015 viert nog maar 49 procent van de Limburgers carnaval, tien jaar eerder was dat 75 procent. Optochtcomités, zoals die van Sittard, melden een tekort aan (jonge) wagenbouwers en Raden van Elf weten met moeite een elftal bijeen te krijgen.

Ook de Ülle (Uilen) uit Partij, die vanavond in Gulpen op bezoek zijn, hadden het een paar jaar terug moeilijk, vertelt hun Prins Pascal. Maar na een wervingsronde langs de deuren en de voetbalclub bloeit de vereniging weer. Ook Pascal loopt vanavond heel wat meters polonaise. 'Als Prins of lid van de Raad van Elf moet je wel', lacht hij, 'dan hoort de polonaise er bij. Maar je ziet sinds een jaar of tien wel minder gewone mensen de polonaise lopen.'

'De meest kenmerkende Nederlandse cultuuruiting', zo omschreef historicus Hermann von der Dunk de polonaise ooit in het VPRO-radioprogramma OVT. Niet alleen omdat de polonaise buiten Nederland en de aangrenzende Belgische en Duitse carnavalsgebieden geen naam heeft. Von der Dunk reageerde met zijn uitspraak op de polonaise die minister-president Joop den Uyl in 1974 op het Catshuis liep met het Nederlands elftal, nadat het was teruggekeerd na de 2-1 nederlaag tegen Duitsland in de finale van het WK.

Polderdans

Die polonaise van Den Uyl was een politieke polonaise, een polderdans. Zelfbenoemd polonaise-evangelist Joost Heijthuijsen, marketeer bij het Eindhovense kunst- en technologiefestival STRP: 'Dat zegt ook iets over de samenleving toentertijd; Den Uyl liep voorop omdat hij zo normaal mogelijk was. Mark Rutte - de man van doe normaal - laat zich wel bij de Toppers zien om te tonen hoe normaal hij is, maar hij geeft niet het voorbeeld met zijn daden. Ik zie hem geen polonaise beginnen.'

Von der Dunk weet de populariteit van de polonaise in Nederland aan ons 'diepzittende antihiërarchische sentiment' en 'gelijkheids- en rechtvaardigheidsethos'. Leiders van de polonaise kunnen immers altijd volgers worden en andersom. Daarnaast biedt de dans, voor zover de polonaise een dans mag heten, geen kans om uit te blinken: wie kan lopen, kan genoeg. Hoofdredacteur van Harper's Bazaar, carnavalskenner en polonaiseliefhebber Cécile Narinx: 'Als je niet durft te dansen, hoef je alleen te lopen. En als je niet meer overeind kunt staan in je eentje, kun je wél nog een polonaise doen. Een armlengte afstand, dat is precies goed.'

De polonaise is 'volks', blijkt ook uit de overlevering. De term in haar huidige betekenis van 'sliert mensen', komt voor het eerst voor in teksten aan het einde van 19de eeuw. Ineke Strouken, directeur van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland en auteur van boeken over volksgebruiken en -dansen, vindt als vroegste vermelding van de polonaise een Tilburgse bruiloft in 1886 in haar archief. Strouken vermoedt dat het gebruik al veel langer bestond, maar toen nog geen polonaise werd genoemd. 'Onderzoek naar dansen is moeilijk omdat dat soort volkse dingen niet werd opgeschreven. Maar: als vastenavond (een voorloper van het huidige carnavalsfeest, red.) in de 17de eeuw onder vuur komt te liggen, dan wordt bijvoorbeeld het dansen verboden, waarbij men in plaats van met een hand op de schouder de neus tegen de bips van de voorganger hield.'

Het was kennelijk zo voor de hand liggend om tijdens het carnaval de polonaise te gaan lopen, dat vrijwel niemand de moeite nam iets over het gebruik te noteren. Zelfs het boek Polonaise door de jaren heen van Piet van der Loo blijkt níét over de polonaise door de jaren heen te gaan (wel over de Helmondse carnavalsvereniging de Brouwhazen). Ook in de vier boeken die carnavalsdeskundige en socioloog Theo Fransen over carnaval schreef, staat niets over de geschiedenis van de polonaise.

'Gelijkheidsdans'

Fransen wil desgevraagd wel reconstrueren: 'Aangezien de vooroorlogse verenigingen uit de maatschappelijk betere kringen kwamen, zullen die rituelen als de polonaise niet als passend hebben beschouwd. Dat betekent in de praktijk dat de polonaise vooral na de Tweede Wereldoorlog, toen er honderden, duizenden verenigingen bijkwamen en carnaval in sterkere mate een volksfeest werd, ingang heeft gekregen bij carnaval.' Strouken sluit zich daarbij aan.

Zo'n 'gelijkheidsdans' paste dan ook perfect bij het volkse carnaval, dat in al zijn gebruiken gelijkheid zoekt. Of het nou gaat om de gewone man die prins wordt, om de 'pekskes' waarmee de alledaagse identiteit wordt losgelaten, of het 'schunkeln' waarbij carnavalisten de armen ineenhaken, carnaval draait om verbroedering en polonaise beeldt die verbroedering uit. 'Maar', zegt Erik Theunissen, lid van carnavals-vereniging De Nachdravers uit Termaar,'de gewone bezoekers, die geen lid zijn van de vereniging, krijg je niet meer aan de gang. Die willen gewoon aan de stehtisch een biertje drinken en lol hebben, maar niet achterelkaar in de polonaise. Vroeger was dat anders. De mensen gingen minder op stap, dus de paar dagen dát ze gingen, liepen ze achter je aan. En zelfs in onze Raad van Elf zijn er een stuk of vijf man bij die je niet meer in de polonaise meekrijgt.'

Mentaliteitskwestie

Het is tekenend voor de verandering van het dorpse carnaval en het verenigingsleven. Theunissen ziet dat een vereniging voor veel jonge mensen te veel gevraagd is: 'Een jaar of vijftien geleden zetten mensen die bij een vereniging zaten daar alles voor aan de kant. Nu zie je toch dat veel jongeren niet meer meedoen op het moment dat ze er ergens iets extra's voor moeten doen. Het is ook een mentaliteitskwestie.' Voorzitter Sjef Peerboom, al sinds 1974 lid van de Nachdravers, vult aan: 'Als je in twee maanden tijd veertig keer, op vrijdag, zaterdag én zondag ergens heen moet, is dat ook financieel een belasting. Je geeft toch al snel elke keer 50 euro uit, begin er maar aan.'

Vanavond weten Peerboom en Theunissen zich bij hun prinsenproclamatie verzekerd van kilometers polonaise: verenigingsleden zijn vaak aanvoerder en er komen liefst acht carnavalsverenigingen uit aanpalende dorpen op bezoek. Met name de Banholtse Boemelère is berucht. Theunissen: 'In het jaar dat ik prins was, 2006, kwamen zij ook. Na de receptie werden de tafels nog net niet aan de kant gesmeten. Vier, vijf polonaises van alle kanten, mensen werden zowat onder de voet gelopen.' Peerboom, lachend: 'Maar op dit moment zijn die uptemponummers in. Dat is geen polonaise lopen, dat is polonaise rennen.'

Uitgaansmuziek

Theo Fransen uit Venlo schetst een contrast met de oudere verenigingen. 'Bij de meer gereputeerde verenigingen zoals De Tempeleers uit Maastricht en Mirlitophile uit Valkenburg hoort polonaise lopen er nog maar sporadisch bij - vroeger wel. Ik reken het tot de primitieve uitingsvormen van carnaval, tegenwoordig een marginaal verschijnsel. Ja oké, muziekgezelschappen willen nog weleens op deze manier de zaak in beweging brengen, hè.' Daarbij moet worden gezegd dat Fransens thuisbasis Venlo de uitzonderingsplek is waar de polonaise nadrukkelijk níét bij carnaval hoort. Fransen: 'Dat wordt hier bijna als een teken van carnavalsarmoede gezien.'

Wat niet meehelpt om de stoet op gang te krijgen: de van oorsprong Rijnlandse 'vasteloavesleedsjes' worden steeds vaker ingewisseld voor algemenere uitgaansmuziek. Theunissen: 'Je ziet dat er in de loop van de avond wordt overgeschakeld op DJ Ötzi, die zet onder allerlei top-100-liedjes een beat. De ouderwetse hoempapa, die zie je verdwijnen. Mensen willen meer power.' Dat zint niet alle carnavalisten: 59 procent van de respondenten uit het onderzoek van de De Limburger vindt het 'jammer' en 15 procent 'vreselijk'; onder 50-plussers is dat respectievelijk 68 procent en 22 procent. Fransen ziet dat de jongeren uitgekeken zijn op de 'verstarde formules van het klassieke carnaval. Ze willen er een vrolijke puinhoop van maken.'

Wereldrecord

In 2012 werd in de Brabanthallen in Den Bosch een poging gedaan het wereldrecord langste polonaise te breken, wat met de aanwezige 1.700 personen volgens presentator Patty Brard gelukt was. Zij moet zijn uitgegaan van het record uit 2011 dat staat vermeld op Wikipedia: de Gemertse Drumknaauwers liepen toen met 1.412 man. Maar al in 1987 zouden 3.361 mensen de polonaise in Etten-Leur gelopen hebben. En in 2006 claimde Brugge een nieuw record met 3.379 personen. Deze cijfers zijn niet doorgegeven aan Guinness World Records in Londen: zij hebben een ‘wereldrecord polonaise’ van 400 man in de boeken, maar bedoelen daarmee de Poolse volksdans.

De terugloop van carnavalsvierders is onder jongeren het kleinst, maar die trekken wel vaker naar de grote evenementen als De Elfde van de Elfde en de Boètegewoeëne Boètezitting, ten koste van traditioneler carnaval in cafés. Theunissen van de Nachdravers: 'De carnavalsdinsdag is hier eigenlijk bijna ter ziele gegaan, want in Gulpen werd Vasteloavendsvierder van het jaar gevierd. Naar zo'n groot evenement komen veel mensen. Soms hebben wij geluk dat het weer wat minder is, dan gaan de mensen niet.'

Volgens Heijthuijsen, die met carnaval ouderwets gaat 'dweilen' van café naar café in Tilburg, is die 'festivalisering' een bedreiging voor de polonaise: 'Op die grote pleincarnavalsfeesten is het moeilijk polonaise lopen, je hebt die verbroedering nodig van een lokaal. In een café gaat dat makkelijker. Het vraagt ook een soort vertrouwen. Zo'n plein is een anonieme massa, het schuurt niet, het zweet niet. Daarnaast speelt het alcoholverbod mee. Jongeren onder 18 mogen niet drinken, dus ze gaan drugs gebruiken. Pillenslikkers zijn geen polonaiselopers.'

'Punk onder de danssoorten'

Buiten het carnavalsgebied is de polonaise nog altijd een prima paardemiddel om een wat stijve sfeer te doorbreken. Zo loopt carnavalist Cécile Narinx de polonaise het hele jaar door: 'Ik heb dat een beetje ingevoerd op redactieborrels, eerst bij ELLE en nu ook bij Harper's Bazaar. Als er feest is, zet ik op het laatst carnavalsmuziek op en lopen we polonaise. Júíst als er mensen zijn met hippe kleren en een champagneglas in de hand.'

Voor Heijthuijsen is de polonaise vooral een statement tegen een individualistische uitgaanscultuur: 'In een discotheek moet je je onderscheiden met moeilijke moves, daarvoor is geen ruimte in een polonaise. De polonaise is de punk onder de danssoorten. Ik ben er laatst een gestart op The Ramones, een punkband, en bij Dave Clarke, een techno-dj. Ik val altijd iedereen lastig met mijn plan een app te maken waarmee je kunt checken of iemand in de buurt zin heeft in polonaise. Daarin kun je dan bijhouden: I walked 600 meters of polonaise on De Deurzakkers.' Met zo'n app voorkom je situaties zoals Heijthuijsen meemaakte in de Berghain, de bekende Berlijnse technoclub met het onnavolgbare deurbeleid: 'Ik heb het daar ook geprobeerd, maar dat was erg moeilijk. Je gaat er met zijn tweeën naartoe en ik denk dat vijf personen wel de ondergrens is, wil een polonaise een polonaise zijn.'

Er zijn dus toch een paar regels vast te stellen, voor wie zelf een polonaise wil beginnen. Heijthuijsen: 'Er is wat moed nodig om een polonaise te beginnen. Je begint, maar daarna stel je je dienstbaar op. Zie je mensen twijfelen, dan tik je die op de schouder, ritsen, en dan zo verder. Met de handen op de heupen laat je weten dat je een Hollander bent', aldus Heijthuijsen, daarmee iemand van boven de rivieren bedoelend. 'Ook in de buurt van de boezem hoort natuurlijk niet. Heel ranzig. Polonaise loop je met de vingertoppen en niet met de hele hand. Je moet ook zwaaien. De rechterhand geeft de meeste mogelijkheid tot expressie.' Misschien wel het belangrijkst: vergeet niet met z'n allen om te keren. Dat benadrukt toch het mooiste aan de polonaise: dat-ie geen enkel doel heeft, behalve zichzelf.

Bekende polonaises

Joop Den Uyl en het Nederlands Elftal in 1974

Premier Joop Den Uyl ontving in 1974 het Nederlands elftal op het Catshuis nadat het had verloren van het Duitse op het WK, en liep met hen in de tuin een polonaise op de klanken van de Koninklijke Militaire Kapel (zie gif-afbeelding bovenaan).

La Grande Bellezza - Paolo Sorrentino

50-plus feestbeest Jep Gambardella kijkt in deze film naar zijn decadente nachtleven in Rome: 'De polonaises op onze feesten zijn de beste van Rome. Ze zijn de beste omdat ze nergens heengaan.' Overigens wordt de polonaise hier 'trenini' genoemd, 'treintje' en in Engelstalige recensies vaak omschreven als conga line.

Otto e Mezzo (8 1/2) - Federico Fellini

Marcello Mastroianni speelt Guido Anselmi, het alter ego van Fellini, een regisseur met een writer's block. In de slotscène verschijnt een blaaskapel en lopen alle mensen die hij kent, dood of levend, samen een polonaise om hem heen. (Zie foto links.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.