Analyse Steekpartij

Is dader steekpartij Den Haag een terrorist of een verward persoon?

De politie houdt de verdachte onder schot. Beeld ANP

Een man die met een mes de straat opgaat, drie slachtoffers maakt en in het Arabisch scandeert dat God groot is: de gebeurtenissen in Den Haag van afgelopen zaterdag roepen in Maastricht  herinneringen op aan een half jaar geleden. Ook toen stak een Syriër in korte tijd drie mensen neer. Toen kwamen, anders dan in Den Haag, twee slachtoffers om.

Net als in Maastricht destijds is in Den Haag de vraag: is er sprake van terrorisme, of heeft een verwarde persoon toegeslagen? Terwijl de speculaties op sociale media in zo’n geval hoog oplopen, moeten de autoriteiten hun eigen afwegingen maken. ‘De feiten moeten altijd leidend zijn’, zegt de burgemeester van Maastricht, Annemarie Penn-te Strake.

 Hulpdiensten 

Als na een steek- of schietpartij de eerste telefoontjes bij 112 binnenkomen, is het voor de hulpdiensten niet altijd relevant wat het motief van de dader is. Of iemand verward is dan wel een terroristisch motief heeft: in beide gevallen moeten slachtoffers worden verzorgd, moet de omgeving worden afgezet en moet de dader zo snel mogelijk opgepakt.

In Maastricht trad na de drievoudige steekpartij vorig jaar een procedure in werking waarbij extreem geweld en terrorisme onder dezelfde noemer worden geschaard. Leidend daarbij was dat er in korte tijd meerdere slachtoffers waren gevallen, dat de dader in eerste instantie niet alleen leek te handelen (er waren twee signalementen van hem in omloop) en dat er sprake was van ‘extreem geweld’. Gevolg: de politie schaalde op, ook de landelijke Dienst Speciale Interventies raakte erbij betrokken.

Penn-te Strake weet nog hoe weinig informatie er voorhanden was toen de politiechef haar op 14 december naar het crisiscentrum vroeg te komen. ‘Het was helemaal niet duidelijk wat er aan de hand was toen de eerste meldingen binnenkwamen. De politiechef zei me: Annemarie, er gebeuren rare dingen in je stad, het zou ook terrorisme kunnen zijn. Er gebeurde in een half uur ontzettend veel: twee mensen zijn vermoord, een derde slachtoffer raakte zwaargewond en de dader werd opgepakt.’

Terrorisme of niet

Veel gebeurtenissen en amper informatie. En intussen zitten het publiek en de media te springen om antwoorden op prangende vragen. ‘Je moet voorzichtig zijn met wat je naar buiten brengt’, zegt Penn-te Strake. ‘De consequentie of je iets als terrorisme aanmerkt of niet, is enorm. Voor de samenleving, maar ook omdat er dan heel andere protocollen gaan gelden.’ Terrorisme is een zaak van nationaal belang: niet de gemeente, maar Den Haag is in zo'n geval aan zet.

De Haagse politie bracht zaterdag naar buiten dat de 31-jarige Malek F. in de systemen bekendstond als een verward persoon. Hij haalde al eens het nieuws, omdat hij woedend zijn eigen huisraad op straat had gegooid. Het was bedoeld als een feitelijke mededeling van de politie, al wil dat nog niet zeggen dat de man werkelijk in verwarde toestand verkeerde toen hij drie mensen neerstak of dat hij uit andere motieven handelde. Dat laatste is nu onderwerp van onderzoek.

Penn-te Strake: ‘Wij bepalen niet of iemand een terrorist is of niet, dat doet de informatie die in het crisiscentrum binnenkomt. Zolang niet duidelijk is dat het om terrorisme gaat, is het dat ook niet. Het heeft geen enkele zin om te zeggen: het lijkt wel een beetje op een terroristisch motief. Maar omgekeerd moet je ook niet roepen dat het om een verwarde persoon gaat, als dat twee uur later weer anders kan zijn.’

De rechtbank

En dan nog kan pas in de rechtbank duidelijk worden dat iemand die tijdens zijn daad als verward is aangemerkt, thuis een IS-vlag had hangen of onthoofdingsvideo’s op zijn laptop had staan. In het geval van de dader in Maastricht, de uit Raqqa afkomstige Osama I., speelt terrorisme ogenschijnlijk geen rol. Wel verdenkt het OM hem van twee keer moord en een poging tot doodslag.

‘Je kunt verward zijn én terrorist’, zegt hoogleraar strafrecht Ferry de Jong van de Universiteit Utrecht. De rechter beoordeelt bij een misdrijf of er opzet in het spel is. ‘Op het moment dat je een delict pleegt, moet je echt helemaal van de kaart zijn om geen opzet te kunnen bewijzen. Als je bijvoorbeeld iemand doodsteekt in een psychose, wordt opzet in verreweg de meeste gevallen aangenomen.’ Het ligt dan wel voor de hand dat de veroordeelde een lagere straf krijgt en vanwege verminderde of volledige ontoerekeningsvatbaarheid in aanmerking komt voor tbs.

Vervolgens kijkt de rechter naar het ‘terroristische oogmerk’ van het misdrijf. In zo’n geval heeft de dader de intentie om (een deel van) de bevolking angst aan te jagen of de samenleving te ontwrichten. De Jong: ‘Als je dat kunt aantonen, kan de maximumstraf worden verdubbeld. Zo’n verward iemand kan op het moment dat hij die steken uitdeelde en allahoe akbar zei, best de intentie hebben om de samenleving te ontwrichten. En dat wordt volgens de politie en burgemeester nu kennelijk niet waarschijnlijk geacht. Het valt of staat met de bewijzen.’

Voor het bewijzen van een terroristisch oogmerk moet justitie volgens De Jong verder afdalen in de belevingswereld van de verdachte. Aanwijzingen zoeken die het aannemelijk maken dat hij vanuit een terroristische ideologie heeft gehandeld. ‘Maar het blijft een reconstructie op basis van aanwijzingen die je bij elkaar probeert te sprokkelen. De brug naar terroristisch gedachtengoed is niet te leggen als er niet voldoende aanwijzingen zijn. Tenzij iemand bekent.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.