Analyse Zwijgrecht

Is beroepen op het zwijgrecht beter dan liegen?

Beeld Rhonald Blommestijn

Politie en rechters hebben de indruk dat steeds meer verdachten, zoals deze week nog Jos B. en Rahied A., zich beroepen op het zwijgrecht. Irritant en frustrerend voor slachtoffers en nabestaanden, maar is zwijgen niet nog altijd beter dan liegen?

‘Ik maak gebruik van mijn zwijgrecht’, antwoordde Jos B. (57) vorige week keer op keer op een spervuur van vragen van de rechtbank in Maastricht. Of de verdachte in de zaak-Nicky Verstappen zei gewoon kortweg: ‘Zwijgrecht.’ Voor de Rotterdamse rechtbank beriep ook oud-verzorger Rahied A. (23), verdacht van meerdere ‘insulinemoorden’ in verzorgingshuizen voor ouderen, zich vorige week voortdurend op zijn zwijgrecht.

In beide gevallen leidde het hardnekkige zwijgen van de verdachte tot frustratie en irritatie bij de nabestaanden, die zo graag willen weten wat er met hun geliefden in de laatste uren van hun leven is gebeurd. En in beide gevallen wekte de stilte in de beklaagdenbank ook de ergernis op van de rechters, die – wellicht tegen beter weten in – bleven proberen de verdachte aan de praat te krijgen.

‘Als u het niet heeft gedaan, wie dan wel?’, vroeg rechter Marc Bax bijna vertwijfeld aan Jos B. ‘U heeft de sleutel van uw eigen celdeur in handen. Als u heel makkelijk kunt verklaren hoe uw dna op Nicky is terechtgekomen, denk ik dat wij helemaal geen reden hebben om u langer vast te houden.’

Door beide geruchtmakende rechtszaken staat het zwijgrecht van verdachten weer volop in de belangstelling. Het is een klassiek burgerrecht, dat niet alleen sinds 1926 is vastgelegd in artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering, maar ook in internationale verdragen. Het komt erop neer dat niemand kan worden gedwongen mee te werken aan zijn eigen veroordeling. De historische oorsprong ligt in het folteren of martelen van verdachten, in Nederland een paar eeuwen geleden nog gangbare praktijken om een bekentenis af te dwingen.

Zeker bij slachtoffers en nabestaanden van misdrijven ligt het zwijgrecht van verdachten onder vuur. Maar ook sommige deskundigen uiten hun twijfels. Zo opperde vorige week oud-strafrechter Jan-Willem Nieuwenhuijsen tijdens een discussie in het radioprogramma Dit is de dag om het zwijgrecht tijdens een openbare rechtszitting af te schaffen. Antwoord geven op vragen zou volgens hem de norm moeten worden en de rechter zou ten minste ‘meer drang’ moeten uitoefenen op een verdachte om openheid van zaken te geven.

‘Totaal mee oneens’, zegt hoogleraar strafrecht aan de Vrije Universiteit Lonneke Stevens, tevens plaatsvervangend rechter in Amsterdam, die is gepromoveerd op het zwijgrecht van verdachten. ‘Er is altijd veel te doen geweest over dat zwijgrecht. Het is een superhinderlijk, maar ook ontzettend principieel recht. Verdachten worden gelukkig niet meer op de pijnbank gelegd. In de nazitijd werd je als verdachte gedwongen te praten – dat past echt niet in deze tijd. En vergeet niet dat het ook is bedoeld om het individu te beschermen tegen de machtige overheid.’

Het is ook de vraag of de waarheidsvinding er veel mee op schiet wanneer een verdachte formeel niet meer het recht heeft om te zwijgen. Stevens: ‘Hoe ga je dan controleren of iemand de waarheid vertelt? Hij kan ook een broodje-aapverhaal verzinnen. Dan ben je misschien nog verder van huis.’ Want nergens wordt zoveel gelogen als in de rechtszaal, zo luidt het adagium in rechtspraakkringen.

Lonneke Stevens. Beeld VU

Jos B. en Rahied A. hielden de kaken stijf op elkaar, op advies van hun advocaten. Volgens de raadslieden was en is het risico van ‘foutieve’ verklaringen door hun cliënt te groot. Jos B. wordt verdacht van een misdrijf dat hij 21 jaar geleden zou hebben gepleegd. Hij moet in zijn geheugen putten uit een ver verleden, aldus zijn advocaat Gerald Roethof, en als hij maar op één punt iets verkeerds zegt ‘dan hangt hij (figuurlijk)’.

B. heeft in 2001 al een keer een verklaring tegen de politie afgelegd – alles wat hij nu uit zijn geheugen oplepelt, wordt dan vergeleken met wat hij destijds heeft verklaard. En natuurlijk ook met de gegevens uit het inmiddels 12 duizend pagina’s dikke strafdossier in de zaak-Nicky Verstappen. Volgens Roethof komen veel rechterlijke dwalingen voort uit ‘onhandige’ verklaringen van verdachten.

Robbert van Haneghem, advocaat van Rahied A., wijst op de psychische gesteldheid van zijn cliënt. Uit psychologisch en psychiatrisch onderzoek is gebleken dat A. zwak is in ‘logisch denken, inzicht en begrip’ en dat hij functioneert op ‘zwakbegaafd’ niveau. ‘Het risico is te groot dat mijn cliënt, als hij vragen gaat beantwoorden, onbedoeld onjuistheden gaat zeggen’, aldus Van Haneghem. ‘Hij is gewoonweg niet in staat om betrouwbare verklaringen af te leggen. Alles wat hij in de rechtbank zegt, zal dan ook niet bijdragen aan de waarheidsvinding.’

Toch heeft noch A. noch B. helemaal gezwegen. Rahied A. heeft eind 2017 tegen de politie een verklaring afgelegd over de toediening van insuline aan twee bejaarden en één keer per abuis aan een derde. En Jos B. heeft ontkend dat hij Nicky heeft ontvoerd, seksueel misbruikt en gedood. Voor de rest moet het Openbaar Ministerie maar met harde bewijzen komen tegen beide verdachten, vinden hun advocaten. Jos B. schermt nog wel met een verklaring die in de kluis van zijn advocaat zou liggen en die hij nog ‘als troefkaart’ achter de hand houdt.

Strategisch zwijgen

Er zijn diverse redenen waarom verdachten zich, vaak op advies van hun advocaten, beroepen op hun zwijgrecht. Ze zijn zenuwachtig en niet gewend om in het openbaar te spreken, slaan snel dicht of zijn psychisch labiel – daardoor kunnen uitspraken verkeerd overkomen of verkeerd worden uitgelegd. Maar er zijn natuurlijk ook genoeg verdachten die justitie niks wijzer willen maken en/of vrezen voor repercussies in het criminele milieu. In rechtszaken tegen de ‘mocromaffia’ wordt ook veel gezwegen, onder het motto ‘wie praat die gaat’.

‘Aan cliënten leg ik vlak voor verhoren altijd het links-rechtsdilemma uit’, vertelt de Rotterdamse advocaat Van Haneghem. ‘Als je als verdachte verklaart: in die straat ging ik, geloof ik, linksaf. En er komen camerabeelden naar voren waarop te zien is dat je rechtsaf ging, dan heb je een probleem. Dan ben je opeens een leugenachtige verdachte.’

Volgens hoogleraar Stevens heerst onder politie en rechters wel ‘het gevoel’ dat verdachten tegenwoordig meer zwijgen dan vroeger – wellicht omdat ze door hun advocaten vaker om strategische redenen op hun zwijgrecht worden gewezen. Maar harde gegevens daarover zijn er niet. ‘Ze houden allemaal hun mond, hoor ik bij de politie en de rechterlijke macht’, aldus Stevens.

Maar zwijgen is niet zonder gevolgen voor verdachten. Een rechter kan het zwijgen wel meewegen in zijn vonnis als een verdachte geen enkele openheid van zaken geeft, zowel bij de bewezenverklaring als in de strafmaat. ‘Neem witwassen, een misdrijf dat altijd in het geheim gebeurt en moeilijk te bewijzen is’, aldus Stevens. ‘Iemand wordt op Schiphol aangehouden met een enorme hoeveelheid cash in kleine coupures. Je mag dan verlangen dat de verdachte daar een verklaring voor geeft. Doet hij dat niet, dan mag je dat als rechter gebruiken voor het bewijs.’

Ook de Hoge Raad, het hoogste rechtsorgaan in Nederland, heeft dat al in enkele zaken bevestigd: als er voldoende bewijs is en een verdachte geeft geen uitleg, dan kan zijn stilzwijgen bijdragen tot de veroordeling.

Tevens laten rechters het soms meewegen in de straf die ze opleggen. Dan wordt bijvoorbeeld gezegd dat de verdachte door zijn zwijgen geen berouw of spijt heeft betuigd en dat hem dat ‘zwaar wordt aangerekend’. Maar dat is altijd afhankelijk van omstandigheden en de persoonlijke inschatting van de rechter – daarover bestaan geen richtlijnen of ‘oriëntatiepunten straftoemeting’. De ene rechter doet het wel, de ander niet. 

Vorige week veroordeelde de Rotterdamse rechtbank een man tot vijftien jaar cel voor de geruchtmakende ‘kofferbakmoord’ in 2005. ‘De verdachte heeft steeds gezwegen over zijn betrokkenheid bij de dood van het slachtoffer en daarmee geen verantwoordelijkheid genomen voor wat hij heeft gedaan’, aldus het vonnis van de rechter. ‘Het Openbaar Ministerie was van mening dat dit strafverzwarend werkte. De rechtbank heeft dit niet als reden gezien voor strafverzwaring.’

Hoogleraar Stevens laat momenteel door een assistent in opleiding (aio) onderzoeken hoe rechters het zwijgen van verdachten laten meewegen in hun vonnis. Zij signaleert ook een internationale trend: ‘Ik sprak laatst op een internationaal congres met een Ierse rechter die zei dat ook in Ierland tegenwoordig meer gevolgen worden verbonden aan het zwijgen van verdachten.’

Richard Korver. Beeld Jiri Buller

De proceshouding van verdachten was niet toevallig ook het onderwerp van de jaarlijkse strafrechtersmiddag die vorige week in Utrecht is gehouden. ‘We zitten best met een dilemma’, erkent de Rotterdamse strafrechter Jacco Janssen. ‘We willen dat een verdachte gaat praten, zeker tegenover slachtoffers en nabestaanden. Maar we hebben ook het zwijgrecht, dat we hoog hebben zitten en moet worden gerespecteerd. Beide belangen moeten we dienen, en dat kan best wel wringen. De laatste tijd is de rol van het slachtoffer in de rechtszaal toegenomen, bijvoorbeeld via het spreekrecht. Daardoor komt het zwijgrecht wel steeds meer onder druk te staan.’

Janssen is onder meer bekend van de corruptiezaak tegen politicus Jos van Rey – een verdachte die bepaald niet gebruikmaakte van zijn zwijgrecht. ‘Wij zijn als rechter verplicht om aan het begin van een zitting een cautie af te geven: de mededeling aan de verdachte dat hij het recht heeft om te zwijgen’, zegt hij. ‘Dat schrijft de wet ons voor. Als we het niet doen, dan kan zelfs het onderzoek ter zitting in gevaar komen.’

Maatschappelijk belang

Advocaat Richard Korver, die veel slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven bijstaat, erkent dat veel slachtoffers en nabestaanden doorgaans verontwaardigd, geëmotioneerd en gefrustreerd reageren op verdachten die in de rechtszaal weigeren antwoord te geven op vragen van de rechter. Maar volgens hem zijn er meer redenen waarom het zwijgrecht onder druk staat. ‘Het is natuurlijk ingegeven door het verbod op folteren. Maar onze maatschappij heeft zich inmiddels wel verder ontwikkeld. Bij elk verhoor is tegenwoordig een advocaat aanwezig, dus voor foltering hoeft niemand bang te zijn. Dan is het de vraag of je dat zwijgrecht nog wel zo strikt moet handhaven.’

Ook hij constateert dat rechters het zwijgen van verdachten steeds meer in hun eigen nadeel laten meewegen. ‘Dat is begonnen met een uitspraak van de Hoge Raad in 2007 en steeds meer rechters nemen dat over. Zwijgen is niet meer gratis voor verdachten’, aldus Korver. Maar om het zwijgrecht in de rechtszaal helemaal af te schaffen, vindt hij weer een stap te ver. ‘Want hoe kun je iemand dwingen om een verklaring af te leggen? Dat is de volgende vraag. Moet hij gestraft worden voor zijn zwijgen en daarvoor de cel in? Dat is gewoon niet uitvoerbaar.’

Ondanks alle twijfels ziet rechter Janssen het zwijgrecht nog steeds als een heel belangrijk recht. Wel zijn rechters bij rechtszaken die grote publieke en maatschappelijke aandacht krijgen eerder geneigd te blijven doorvragen dan bij een doorsneezaak. ‘In de zaken tegen Jos B. en Rachiied A. zie je dat rechters het maar blijven proberen om de verdachte aan de praat te krijgen. Hoe groter het belang van de slachtoffers en de maatschappij, des te meer gaan de rechters ervoor. Dat is een begrijpelijke keuze die ze maken.’

Hij is persoonlijk niet zo’n voorstander van strafverzwaring voor zwijgende verdachten. ‘Dat is minder zuiver en botst met het zwijgrecht’, aldus Janssen. ‘Maar andersom zouden we verdachten die wel openheid van zaken geeft, wel kunnen belonen met strafvermindering. Want als een verdachte bekent en erkent dat hij verkeerd heeft gehandeld, is hij op de weg terug. Dan wordt de kans op herhaling ook kleiner en is een van de doelen van de straf – naast vergelding ook resocialisatie – al gehaald. Een lagere straf ligt dan in de rede.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden