Irvin Yalom

De filosoof Spinoza was een hemelbestormer, een rebel. Maar geen stof voor een roman, dacht Irvin Yalom. Tot hij in Rijnsburg ontdekte dat de nazi's zich het hoofd braken over 'het raadsel' Spinoza. 'Godsdienst werkt infantiliserend.'

Zou Baruch de Spinoza, Nederlands beroemdste filosoof, baat hebben gehad bij een bezoek aan de psychiater? Hij leidde een extreem eenzaam leven, voor zover we weten, zonder vrouw en kinderen, vrijwel zonder vrienden, verbannen door de Joodse gemeenschap. Vaak zat hij dagen achter elkaar op zijn eenvoudige huurkamer, waar hij lenzen sleep om de kost te verdienen en aan zijn magistrale filosofie werkte.


'Sommige auteurs hebben wel geopperd dat hij psychologische problemen had, zoals angst voor intimiteit. Maar ik heb nooit iets gelezen waarin hij klaagde over eenzaamheid. Tijdgenoten beschrijven hem als een vriendelijke ziel, bijna een heilige, die een bevredigend leven leidde, helemaal gewijd aan zijn intellectuele zoektocht', zegt Irvin Yalom, psychiater en auteur van de roman Het raadsel Spinoza, in de lobby van zijn hotel in Londen.


Een kleine, vriendelijke man met de zachte, invoelende stem van de ervaren arts. Als hoogleraar in Stanford schreef hij klassieke handboeken over groepstherapie en existentiële psychiatrie. Daarnaast hield hij altijd zijn privépraktijk aan. Op zijn 80ste ziet hij nog altijd tien tot twaalf patiënten per week. Geen patiënten met een zware psychose of schizofrenie, maar mensen die met existentiële problemen worstelen. Ze zijn eenzaam, bang voor de dood of vinden hun leven zinloos.


Zijn romans bieden een curieus en hoogst persoonlijk mengsel van fictie en non-fictie, van psychiatrie en filosofie. In Nietzsche's tranen (1992) liet hij Friedrich Nietzsche in therapie gaan bij de Weense arts Josef Breuer, vriend en mentor van Sigmund Freud. In De Schopenhauer-kuur (2005) verwerkte hij biografische schetsen van Arthur Schopenhauer met het verhaal van een groepstherapie. Het zijn teaching novels, zegt Yalom, eigenlijk bedoeld om jonge psychotherapeuten bij te praten over grote denkers.


Zijn jongste boek draait om Spinoza, de 17de-eeuwse filosoof die alom wordt gezien als de grondlegger van de Verlichting, de eerste denker die radicaal met de godsdienst wilde breken. Yalom voelde zich al lang aangetrokken tot Spinoza, ook omdat hij als zoon van een joodse kruidenier in Washington D.C. al op jonge leeftijd een hekel aan religie ontwikkelde. Maar hij zag geen romanmateriaal in de filosoof. 'Spinoza was een beeldenstormer, een rebel, maar in zijn leven zat geen drama. Hij leidde een stil, contemplatief leven, zonder vrouw die voor een romantic interest kon zorgen', zegt Yalom.


Tijdens een bezoek aan het Spinozahuis in Rijnsburg hoorde hij dat de bibliotheek tijdens de oorlog geconfisqueerd was door de nazi's, in opdracht van partij-ideoloog Alfred Rosenberg. Volgens de bevelvoerende officier zou de bibliotheek de nazi's helpen 'het raadsel Spinoza' op te lossen. Het contrast tussen Spinoza en Rosenberg bood het drama waarnaar Yalom op zoek was: de rede tegenover de verdwazing.


Het is wel jammer dat Rosenberg een zielige nietsnut is, een huilebalk die bijna ten onder gaat aan het feit dat Hitler niet van hem hield. 'Jawel, maar Rosenberg was een fanatiek denker. In dat opzicht week hij niet af van veel nazi's, daar ging het mij om', zegt Yalom. 'We weten niet of hij Spinoza ooit heeft gelezen. We hebben alleen die ene opmerking van die officier. Wat is het raadsel Spinoza? Mijn aanname: veel van Rosenbergs Duitse helden, zoals Goethe, hielden van de 'Jood' Spinoza.'


Yalom ziet Spinoza als de eerste atheïst. 'Hij schrijft wel veel over God, maar hij ziet God als synoniem met de wetten van de natuur, niet als een wezen. Daarmee wilde hij zichzelf beschermen. Als hij zich openlijk atheïst had verklaard, had hij nooit kunnen corresponderen met de Royal Society in Londen.'


Om tot het innerlijk leven van Spinoza door te dringen, laat Yalom de filosoof in discussie gaan met een fictieve figuur, Franco Benitez, die als een therapeut avant la lettre fungeert. Evenmin als Spinoza gelooft Franco in het bovennatuurlijke, maar uiteindelijk wordt hij toch rabbijn. De mensen hebben nu eenmaal behoefte aan het houvast van de gemeenschap en de rituelen van een godsdienst, zegt hij.


'Daar zit wel een kern van waarheid in. Ik las net een heel goed boek van Alain de Botton, Religie voor Atheïsten, waarin die stelling ook wordt verdedigd.' Maar hoe zou zo'n godsdienst voor atheisten eruit moeten zien? 'Dat weet ik ook niet. In de Verenigde Staten heb je wel merkwaardige organisaties, zoals die voor atheïstische rabbijnen. Maar ik geloof wel dat mensen een gevoel van gemeenschap nodig hebben. Voor mij is dat Stanford geweest, met een grote kring van collega's. Die gemeenschap is soms moeilijk te vinden in deze fast moving and changing society. Bij mijn patiënten zie ik veel eenzaamheid en isolement, vooral bij mensen die naar een nieuwe stad verhuizen vanwege hun werk. Het atheïsme van mensen als Richard Dawkins kan die behoefte nooit vervullen.'


En de psychiater? 'Ik denk wel dat een psychiater een soortgelijke functie vervult als vroeger een dominee of pastoor. Maar godsdienst werkt infantiliserend. Een bovennatuurlijk wezen dat ons beschermt, houdt ons ook klein. We moeten zelf onze problemen onder ogen zien en oplossen, al dan niet met behulp van een psychiater. Ik vind het onzin om over een depressie-epidemie te praten. Ik kan me niet voorstellen dat er in de Middeleeuwen niet een enorm aantal depressieve mensen rond liep. Alleen werd de diagnose nooit gesteld. Pas als je niet meer zo druk bent met overleven, ga je existentiële vragen stellen.'


Voor Irvin Yalom liggen psychiatrie en filosofie in elkaars verlengde. Maar moet de filosofie niet zoeken naar de waarheid, die helemaal niet troostend, helend of aangenaam hoeft te zijn. 'Dat is de opvatting van een pure filosoof. Maar er bestaat ook zoiets als praktische filosofie. In de Verenigde Staten heb je zelfs klinisch filosofen, die getraind worden in therapeutische technieken en de omgang met mensen. Ik geloof dat mijn werkterrein niet begon aan het einde van de 19de eeuw met Freud en Jung. De existentiële psychiatrie begon met grote denkers als Epicurus en Aristoteles. Ik sta dichter bij een denker als Nietzsche dan bij een arts als Breuer, dichter bij de filosofie dan bij de biochemie. Maar ik houd me ook niet bezig met ernstige psychosen, schizofrenie, depressie of autisme. Voor zulke ziekten is biologische psychiatrie hard nodig. Het probleem is alleen dat de biologische psychiatrie te achteloos wordt gebruikt op andere terreinen.'


In Yaloms psychiatrie speelt de angst voor de dood een centrale rol. Doodsangst zit ons dwars, maar kan ook heilzaam zijn. 'De confrontatie met de dood fungeert vaak als een ontwaken. Als ze te maken krijgen met de dood van hun ouders, vrienden of naasten, gaan mensen vaak nadenken over wat ze echt belangrijk vinden, hoe ze hun leven willen leiden', zegt Yalom. Hoe staat het met zijn eigen doodsangst, op zijn 80ste? 'Ik geloof niet in het hiernamaals. Maar er is een verband tussen het ongeleefde leven en de angst voor de dood. Als je het gevoel hebt dat je je hebt ontplooid, ben je veel minder bang om dood te gaan. Ik ben er niet gelukkig mee dat ik afscheid moet nemen van de mensen van wie ik houd, van de wereld die ik voor me zelf gecreëerd heb. Maar ik ben er niet bang voor.'


Spinoza overleed in 1677 op 44-jarige leeftijd, waarschijnlijk aan tbc. Was hij bang voor de dood? 'Er is alle aanleiding om te denken dat hij zijn angst voor de dood heeft overwonnen. Hij schijnt heel vreedzaam gestorven te zijn.'


Het raadsel Spinoza van Irvin D. Yalom, vertaald door Miebeth van Horn, werd op 5 mei in Boeken besproken. Olaf Tempelman kende de roman vier sterren toe. Uitgeverij Balans; 432 pagina's; € 19,95.


Nieuwe ethica

Aan de voet van het Spinozabeeld aan de Amsterdamse Amstel is vorige week een nieuwe editie gepresenteerd van Benedictus de Spinoza's hoofdwerk, Ethica. De vertaling door Corinna Vermeulen is gebaseerd op een handschrift van Spinoza's tekst dat vorig jaar in de bibliotheek van het Vaticaan werd ontdekt.


Deze Latijnse tekst uit (vermoedelijk) 1674/1675 is ouder dan de tot dusver bekende edities en wijkt daar in details van af.


De ontdekker van het handschrift, de Nederlandse filosoof Leen Spruit, publiceerde in 2011 een transcriptie in het Latijn bij uitgeverij Brill. De recente Nederlandse vertaling door Corinna Vermeulen verscheen bij uitgeverij Boom, € 39,90.


Irvin D. Yalom

1931 geboren in Washington D.C.


1956-1960 opleiding tot psychiater


1963-1973 assistent-hoogleraar psychiatrie Stanford University


1970 Theory and Practice of Group Psychotherapy


1973-1994 hoogleraar psychiatrie Stanford University


1992 eerste roman: Nietzsche's tranen


2005 roman: De Schopenhauer-kuur


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden