INTERVIEWIrma van Dueren

Irma van Dueren: ‘Ik was een radertje in het vredesproces in Jemen, zoals zoveel buitenlandse diplomaten’

Irma Van Dueren, de nieuwe Nederlandse ambassadeur in Soedan.Beeld Aurélie Geurts

Irma van Dueren was ambassadeur voor Jemen en is dat nu in Soedan. Een gesprek over staten in conflict, over wat je hardop kunt zeggen en wat je achter de schermen kunt bereiken.

Wie half september op bezoek wil bij Irma van Dueren (62), moet op een camperveldje in Roelofarendsveen eerst om een geit heen manoeuvreren die onverstoorbaar op de weg ligt te herkauwen. Vraag vervolgens aan de eigenaar van dit terrein naar mevrouw Van Dueren en hij weet meteen wie je bedoelt. ‘Dan moet u terugrijden, twee keer links en dan ziet u haar groene Mercedesbus vanzelf.’

Van Dueren was tot 1 september de Nederlandse ambassadeur voor Jemen en is vanaf die datum ambassadeur in Soedan. Een paar dagen na dit interview zal ze afreizen naar de hoofdstad Khartoem, ze is bezig met de laatste voorbereidingen. Haar huis in Den Haag heeft ze al in juni afgestaan aan haar zoon Adam en zijn vrouw die zoontje Issa kregen. Sindsdien woont ze in een camper, liever gezegd een omgebouwde Duitse legerambulance.

Inderdaad is de bus niet te missen. Hij is legergroen van kleur en beschilderd met een bloeiende Japanse kers. Ook de plaatsing is bijzonder. Alle andere campers staan met de voorkant naar rechts, want dat moet volgens een bordje aan het begin van het camperveldje (‘Alle neuzen dezelfde richting. Dank u.’). Die van Van Dueren staat precies omgekeerd, zodat ze uitkijkt over een weiland met schapen en paarden, en een sloot met meerkoeten en eenden.

Van Dueren loopt in spijkerbroek en spijkerjack, haar blote voeten in platte sandalen. Ze duikt meteen de bus in om koffie te zetten. ‘Gaat prima, kijk maar’, zegt ze, terwijl ze melk kookt op een tweepitsgasstel. De helft van de ruimte wordt in beslag genomen door een bed, verder passen er nog net twee stoelen in, bedekt met een tijgerprintdekentje. Douche en toilet ontbreken, daarvoor moet ze naar de hokken met gezamenlijke voorzieningen.

U vermaakt zich hier zo te zien wel.

Opgewekt: ‘Het is hier heel gezellig. Mijn moeder en broer wonen verderop in Roelofarendsveen, dus die zie ik geregeld. En vlakbij ligt Leimuiden, waar ik ben opgegroeid en mijn vader hoofd van de basisschool was. Nog steeds herkennen mensen me in de supermarkt. ‘Jij bent van meester Van Dueren, hè?’, zeggen ze dan.’

Ze zet koffie met spekkoek buiten op een klaptafel en we gaan zitten in de laatste warme zonnestralen van het jaar. Ze vertelt dat ze niet alleen door de gezinsuitbreiding van haar zoon hier terechtgekomen is, ook door de coronacrisis. Dit voorjaar riep het ministerie van Buitenlandse Zaken haar terug uit Saoedi-Arabië, waar ze was voor besprekingen over Jemen. Sindsdien is ze Nederland niet uit geweest.

Nu was het toch al een ambassadeurschap dat anders dan anders verliep, omdat de Nederlandse ambassade in de hoofdstad Sanaa dicht is sinds 2015. In dat jaar brak een burgeroorlog uit in Jemen die intussen is veranderd in een conflict waarmee veel meer landen zich bemoeien. De simpelste versie: Saoedi-Arabië steunt de gevluchte regering-Hadi en Iran steunt de sjiitische Houthi’s in het noorden.

Van Dueren werd ambassadeur in 2017 en werkte in principe vanuit Den Haag, maar zat ‘meer dan de helft van de tijd’ in Saoedi-Arabië en Jordanië. De Jordaanse hoofdstad Amman zal nu ook de standplaats worden van de Nederlandse ambassade voor Jemen, een logische stap omdat er veel hulporganisaties voor Jemen zitten en ook Martin Griffiths, de VN-gezant voor dat land, er verblijft.

Jemen was Van Duerens eerste ambassadeurspost en ze belandde er niet via de klassieke weg, het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken. Ze begon haar internationale loopbaan in de jaren tachtig als ontwikkelingswerker in Kenia en Oeganda en vanaf 1991 werkte ze in Nederland ruim tien jaar voor Oxfam/Novib. Daarna kwam ze in dienst bij het ministerie, dat haar uitzond naar landen als Oeganda, Eritrea, de Democratische Republiek Congo en Burundi.

Jemen kent ze al heel lang: van 2002 tot 2005 was ze genderspecialist op de ambassade in Sanaa. Zij en haar zoon leerden veel Jemenieten kennen, die hen meenamen naar de woestijn of de bergen. Haar zoon was via zijn internationale school zelfs bevriend geraakt met de zoon van toenmalig president Saleh, dus die was soms in de paleistuin te vinden, waar giraffen en olifanten rondliepen. Toen Van Dueren in 2017 als ambassadeur werd aangesteld, riep haar zoon: ‘Jemen, daar kun je toch geen nee tegen zeggen?’

Dus Jemen trok u, ook al was het daar oorlog en was de ambassade dicht?

‘Buitenlandse Zaken kijkt of je in een bepaald land toegevoegde waarde hebt en dat doe ik zelf ook. Ik heb meer toegevoegde waarde in Jemen en straks in Soedan dan in...’

China of Amerika?

‘Precies. Ik heb een soort specialisatie opgebouwd op het gebied van fragiele staten, conflict en de periode na het conflict, hoe komt een land uit de oorlog, wat is er dan nodig? Ik kon in Jemen mijn ervaringen gebruiken.’

In ongeveer alle berichtgeving over Jemen wordt gezegd dat er een vergeten oorlog woedt en intussen vindt er een humanitaire ramp plaats. Hoe kijkt u terug op uw ambassadeurschap? Vindt u dat u zinvol bezig bent geweest?

‘Ja, maar het is ook frustrerend dat de oorlog maar voortduurt. Toen ik vanochtend wakker werd, zag ik op mijn telefoon dat er vannacht allemaal appjes zijn binnengekomen van mensen uit Jemen: weer bombardementen op Sanaa. Dat is lang niet gebeurd.’

Wat is daar aan de hand?

‘Het afgelopen jaar hebben Saoedi-Arabië en de Houthi’s, die elkaar al jaren bevechten, informele gesprekken gevoerd. Ze hebben afspraken gemaakt: oké, laten we allebei ophouden, laten we het proberen. Het waren geheime afspraken, die zonder tussenkomst van de VN tot stand zijn gekomen, maar je merkte een enorme afname in het aantal bombardementen. En de afgelopen weken is de strijd weer opgelaaid.’

Wat zit daar achter?

‘Ik denk dat Saoedi-Arabië van de oorlog af wil. Iedereen is er moe van, dus het vredesproces zal wel gauw beginnen. Maar voor het zover is, willen alle partijen er nog even goed voor staan. Ze vechten nu om Ma’rib een belangrijke miljoenenstad niet ver van Sanaa.’

Zodat ze wat te ruilen hebben aan de onderhandelingstafel?

‘Zodat ze inderdaad een sterkere positie hebben.’

Maar het einddoel is dat Saoedi-Arabië zich terugtrekt uit de oorlog in Jemen?

‘Dat denk ik wel. Oorlog is hartstikke duur. En Saoedi-Arabië wil ook niet als profiel hebben dat zij een land bombarderen.’

U weet als oud-ambassadeur meer dan wij, gewone mensen. U heeft in het diplomatieke circuit signalen opgevangen dat de Saoedi’s de strijd willen staken?

‘Zeker, zeker, daar lijken ze op aan te sturen.’

Wat dacht u toen u vanochtend die appjes las?

Ze lacht. ‘Ik kreeg de afgelopen jaren vaak ’s nachts appjes, omdat veel Jemenieten dan qat kauwen, dat maakt spraakzaam.’ Weer serieus: ‘Ja, natuurlijk zonk me de moed even in de schoenen toen ik doorkreeg dat er weer bombardementen zijn geweest. Toen ik drie jaar geleden begon, werd er dagelijks gebombardeerd. Ik dacht: wat is er nu veranderd? Toch wel iets, denk ik. De strijd is minder hevig, de partijen praten meer met elkaar, ze zijn het beu. Dus dat vredesproces moet nu echt beginnen, want intussen vindt er wel de grootste humanitaire ramp van dit moment plaats.’

Wordt dat officieel zo door de VN gezegd?

‘Zeker.’

Volgens de VN weten 20 miljoen Jemenieten op een bevolking van 30 miljoen niet waar de volgende maaltijd vandaan komt.

‘Ja, 20 miljoen hebben op de een of andere manier hulp nodig. Kijk, er is in Jemen een echte oorlogseconomie. Er is een elite die ongelooflijk van de situatie profiteert, een kleine groep die heel rijk wordt en zelfs in Maserati’s rondrijdt. Maar een groot deel van het volk is dakloos, al die miljoenen mensen zijn door oorlogsgeweld op de vlucht geslagen en hebben geen toegang meer tot hun eigen woning of land.’

Is de situatie verergerd door corona?

‘Ja, maar in Jemen is het moeilijk te onderscheiden waaraan mensen doodgaan. Ze hebben daar ook cholera gehad en in sommige gebieden is de situatie zo chaotisch, dat je moeilijk te weten kunt komen hoeveel doden er zijn.’

U bent als ambassadeur een paar keer in Jemen geweest, de laatste keer begin dit jaar. Wat trof u aan?

‘Ik ben in januari van Sanaa naar de havenstad Hodeida gereisd en terug, dan zie je honderden kilometers van het land. We ontweken de gevechtslinie en moesten hele stukken omrijden. Ik zag veel armoede en ellende.’

U was er anderhalf jaar daarvoor ook geweest. In een interview heeft u gezegd dat u in januari schrok van wat u zag.

‘Ja, het is altijd al een arm land geweest, maar het is nog erger geworden, zeker in Hodeida. Die stad was half kapot, mensen waren weggetrokken, winkels waren dicht, de haven was deels verwoest door de Saoedi’s. Het was unheimisch. Maar in Sanaa ging het leven eigenlijk gewoon door. De Houthi’s zijn de baas in Sanaa en er wordt niet meer gevochten. Alleen is alles heel duur geworden.’

Wat heeft u concreet voor Jemen gedaan? Kan het kleine Nederland verschil maken?

‘Ja, dat gevoel heb ik wel. Ik heb altijd tegen mijn team gezegd: we moeten denken in kleine successen. Nederland doet veel aan humanitaire hulp en heeft die gekoppeld aan het ontwikkelingsprogramma voor Jemen dat we al eerder hadden op het gebied van water en gezondheidszorg. Nu met deze ramp geven we voedselhulp, maar we zorgen ook voor drinkwater, sanitaire voorzieningen, hygiëne en klinieken.’

Heeft u zich ook beziggehouden met het vredesproces?

‘Ik was een radertje in dat proces, zoals zoveel buitenlandse diplomaten. Ik praatte voortdurend met alle partijen en probeerde ervoor te zorgen dat ook de gemarginaliseerde groepen erbij worden betrokken, zoals de vrouwen. En toen ik in januari in Jemen was, heb ik met de Houthi’s gesproken, dat doen niet zo veel westerse diplomaten. De Houthi’s hebben in Sanaa de regeringsgebouwen ingenomen, ze ontvingen me in het presidentieel paleis.’

Wat zijn de Houthi’s voor mensen? Wat willen ze?

‘Ze hebben zich onder Saleh altijd gemarginaliseerd gevoeld in het noorden van Jemen. Ze willen nu een Houthi-staat, een islamitische staat, ze laten zich er niet over uit of die in een deel of in heel Jemen moet komen. Je kunt ze een klein beetje met de Taliban vergelijken, vrij strak in de leer.’

Irma Van Dueren: ‘Alles met Saoedi-Arabië ligt altijd een beetje gevoelig. Sommige dingen kun je beter niet publiekelijk zeggen, maar achter de schermen wel. Dat is diplomatie.’Beeld Aurélie Geurts

In hoeverre worden ze gesteund door Iran?

‘Er zijn connecties, zeker, maar het is niet zo dat Jemen volloopt met Iraniërs. Iran kan de Houthi’s heel goed steunen vanaf een afstandje.’

Met geld en wapens.

‘Precies.’

Waar ging het gesprek met de Houthi’s in januari over?

‘Ik heb het met ze gehad over hulpgoederen, want ze houden veel tegen. Ze vertrouwen de VN niet, ze vertrouwen de hulporganisaties niet. Ik heb ze gezegd dat ze internationale hulp moeten toestaan. De mensen in Jemen moeten eten hebben.’

Hielp het?

‘Ja, ze lieten daarna meer hulp door. En wat ik ook heb gezegd: misschien kunnen jullie ook wat opschieten met de vredesbesprekingen?’

Wat nou als dit ook tegen Saoedi-Arabië wordt gezegd? Saoedi-Arabië zit net als Nederland in de G18, een groep landen die het vredesproces van de VN in Jemen ondersteunt. De andere landen in de G18 kunnen toch eisen: stop met bombarderen?

‘Wat ik daarover wil zeggen, hoeft niet per se in de krant. Alles met Saoedi-Arabië ligt altijd een beetje gevoelig. Sommige dingen kun je beter niet publiekelijk zeggen, maar achter de schermen wel. Dat is diplomatie.’

We kunnen niet over Jemen praten zonder de rol van Saoedi-Arabië te bespreken. Ik las op ArabNews.com dat een hoge VN-functionaris Saoedi-Arabië in juni bedankte voor de ‘voortdurende inzet voor humanitaire hulp aan het Jemenitische volk’. Is dat niet flagrante onzin?

‘Het is moeilijk, de rol die de VN tegenover Saoedi-Arabië moeten spelen. De VN hebben simpelweg het geld van dat land nodig voor humanitaire hulp en wederopbouw in Jemen. En Saoedi-Arabië geeft echt miljarden. Het is veruit de grootste donor.’

En daarom zeggen hoge mensen van de VN publiekelijk hoe fantastisch Saoedi-Arabië het doet?

‘Ja. En ze zeggen ook andere dingen, maar niet via de pers. Zo werkt het.’

En die andere dingen zijn: stop met deze oorlog?

‘Ja, in informele gesprekken vraag je als diplomaat: hoe kunnen we hiermee ophouden? Mensen zeggen wel vaker tegen mij dat Saoedi-Arabië de grote boosdoener is. De bombardementen zijn vreselijk en onacceptabel, maar dat land doet ook andere dingen in Jemen. Het is complex.’

Is het ook complex omdat de halve wereld olie afneemt van Saoedi-Arabië?

‘Tuurlijk.’

En omdat sommige westerse landen, zoals de Verenigde Staten, wapens verkopen aan Saoedi-Arabië?

‘Absoluut.’

Heeft het Westen niet boter op het hoofd als het gaat om Jemen?

‘Er zijn inderdaad zoveel belangen die meespelen in dat conflict, dat het ingewikkeld is het op te lossen. In elk geval bepleit Nederland in Europa dat er geen wapens meer worden geleverd aan landen die ze inzetten in Jemen. Maar pas op, hè: die oorlog is ontstaan in Jemen, tussen Jemenieten. Ze hebben wel tegen mij gezegd: uiteindelijk moeten wij het land zelf weer op orde krijgen.’

Er stopt een fietser bij de Mercedesbus, het is Van Duerens broer van even verderop in Roelofarendsveen. Hij belooft ’s avonds terug te komen en keert om. Van Dueren vertelt dat ze een dubbel gevoel heeft bij haar aanstaande vertrek naar Soedan, iets wat haar voor het eerst overkomt. Ze vindt het moeilijk om weg te gaan bij baby Issa en haar moeder, die ze allebei vaak ziet doordat ze nu al maanden achter elkaar in Nederland is. ‘Gevoelsmatig wil ik hier blijven, maar ik weet ook: als ik straks in het vliegtuig zit, gaat de knop om.’

U wist al jong dat u naar het buitenland wilde, waar kwam die drang vandaan?

‘Mijn moeder komt uit Indonesië, ze is Indisch, misschien heeft het daar iets mee te maken. Ik kom uit een gezin met vijf kinderen en vanuit Leimuiden namen onze ouders ons elke zondag mee naar Amsterdam, waar hun families woonden. Mijn Indische familie was heel groot en er werd altijd veel gepraat, bijvoorbeeld over het jappenkamp waarin mijn opa had gezeten.’

Uw oma niet?

‘Nee, zij niet. Mijn opa zat in een kamp van de Kempeitai, de beruchte Japanse militaire politie. Daar vertelde hij sterke verhalen over, bijvoorbeeld hoe hij en zijn broer net deden alsof ze een ziekte hadden en daardoor vrijgelaten werden. Hij leerde ons Japans tellen.’

Sprak hij niet over de gruwelen?

‘Ik denk dat hij ons kinderen wilde beschermen. Hij was ook niet een getraumatiseerd man, althans dat heb ik nooit gezien. Hij was juist blijmoedig en had na zijn aankomst in Nederland binnen de kortste keren een functie bij volkshuisvesting.’

Hoe beïnvloedde deze geschiedenis u?

‘Al die verhalen hebben altijd op mijn fantasie gewerkt. Ik hoorde dat Indonesië een heel mooi land was met klapperbomen – en toen moest mijn familie vluchten. In 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid uit en werd het voor Indische Nederlanders te gevaarlijk. Mijn grootouders verloren hun huis en hun werk. Ze namen met hun kinderen de eerste repatriëringsboot die na de oorlog vertrok, met daarop vooral overlevenden van de jappenkampen. Ze zijn eerst in Australië geweest, toen in Nieuw-Zeeland en in 1946 kwamen ze in Nederland aan. Ik wist dus al jong: er zijn verre landen en daar gebeuren spannende dingen en dan moeten mensen vluchten.’

Op uw 18de bent u naar Frankrijk gegaan.

‘Ik dacht: ik wil weg, er is veel meer dan Nederland. In Parijs ben ik au pair geworden, maar na een jaar was het niet genoeg. Ik wilde verder. Ik deed eerst de Sociale Academie en daarna wilde ik zo snel mogelijk naar het buitenland, iets zinvols doen, iets bijdragen aan de wereld. Dat had ik van mijn vader, die altijd bezig was met de verbetering van het onderwijs, daarom verhuisden we ook ongeveer om de vier jaar, van Leimuiden naar Breda, daarna naar Hengelo en toen naar Roelofarendsveen. Hij was rusteloos en wilde steeds iets nieuws beginnen, een nieuw soort onderwijs, een nieuwe school.’

Dus al dat verhuizen is voor u altijd normaal geweest?

‘Altijd weer weg, altijd nieuwe dingen, dat was onderdeel van mijn systeem. Het is een beetje pijnlijk, want ik heb later precies hetzelfde gedaan met mijn zoon: hem weggeplukt uit zijn omgeving en hem de wereld over gesleept.’

Vond u het zo erg, al die verhuizingen die u als kind meemaakte?

‘De eerste keer vond ik het heel erg. Dat was van Leimuiden naar Breda, ik was 8 of 9. Ik had allemaal vrienden en vriendinnetjes hier, ik speelde altijd op een boerderij.’

Nu zit u opnieuw in Leimuiden, of dichtbij althans. Tussen de dieren.

Ze lacht. ‘Ja, precies.’

Meteen al tijdens haar eerste klus als ‘ontwikkelingswerker’ – de functie was nog in zwang – merkte ze dat ze haar ‘bijdrage aan de wereld’ vooral niet te groot moest zien. Van 1985 tot ’89 zat ze namens de Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV) in een uiterst arm en afgelegen gebied in Noord-Kenia. Ze ontmoette er aardige mensen, onder wie de latere vader van haar zoon, maar merkte al gauw dat ze weinig uitrichtte. Het was haar taak om Keniaanse vrouwen bedrijfjes op te laten zetten, maar dat gebeurde pas toen ze zich nergens meer mee bemoeide en alleen het geld regelde.

U zou nu de term white savior naar uw hoofd krijgen, denkt u niet?

‘Ik heb nooit arme mensen willen redden en ik werd zelf al snel relativerend over mijn rol. De gedachte dat ik iets kon betekenen in een ander land liet ik los, ik zag dat je hooguit kunt bemiddelen, ondersteunen. Ik kan mezelf prima relativeren, ik ben niet belangrijk, maar iets bijdragen om een dramatische situatie te keren, in dat proces een radertje te zijn, dat vind ik mooi.’

Het ambassadeurschap voor Soedan is haar laatste opdracht voor haar pensioen. Het doet haar goed dat de toestand in haar standplaats deze keer hoopvol is. Ze merkte dat toen ze zich ging verdiepen in Soedan. Ze kent het land nog uit de periode 2007-2011, toen ze zich er namens Buitenlandse Zaken mee bemoeide. Ze kwam er talloze keren en zag wat dictator Al-Bashir, een steile islamist, aanrichtte.

Met de VN vloog ze per helikopter meerdere keren over de westelijke regio Darfur, waar ze platgebrande dorpen zag. Alles wat neigde naar vertier – cafés, bibliotheken, zwembaden – was dicht. Vrouwen konden worden geslagen als ze zonder hoofddoek op straat liepen. Begin vorig jaar pikten de vrouwen en jongeren het niet meer en organiseerden massale protesten. In april 2019 zette het leger Al-Bashir na dertig jaar af.

De nieuwe Soedanese premier Hamdok probeert nu uit de puinhopen een democratie te kneden. Hij heeft vrouwen hun rechten teruggegeven: ze mogen zich kleden zoals ze willen, studeren en werken, vrouwenbesnijdenis is verboden. Hij heeft alle gouverneurs van het oude regime vervangen en vrede gesloten met een aantal rebellenbewegingen in Darfur. Media krijgen opnieuw vorm.

‘Zeker als je uit Jemen komt, zijn dit ontzettend positieve ontwikkelingen’, zegt Van Dueren. ‘Ik merkte meteen dat ik er energie van kreeg. Hoe en wat weet ik nog niet, maar ik ga zeker kijken hoe Nederland kan bijdragen aan de opbouw van Soedan.’ Zij bemoeit zich er niet meer mee, maar ze hoopt één ding vurig: dat het met Jemen dezelfde kant op gaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden