Iran kan geen massa’s meer mobiliseren

Het Westen hoeft niet bang te zijn dat Iraanse geestelijken jongeren zullen inzetten tegen de vijand. Want zo veel jongeren zijn er niet, zegt Gunnar Heinsohn....

Op 17 maart pochte Subhi Sadek, het weekblad van de Iraanse Revolutionaire Garde, dat het voor haar stoottroepen ‘een eitje zal zijn om een stelletje blauwogige en blondharige officieren op te pakken en aan onze kemphanen te voeren’. Met de aanhouding van vijftien Britse royal marines voegde de garde een week later, op 23 maart, de daad bij het woord. De gevangenen dienden echter niet als voer, maar werden op 5 april vrijgelaten.

Tijdens de gijzelcrisis herinnerden de deskundigen voortdurend aan de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran, waar vanaf 4 november 1979 68 gijzelaars gedurende 444 dagen werden vastgehouden. Net als toen werden de gevangenen publiekelijk vernederd. En net als toen eisten jonge Iraniërs de dood van de vijand. Maar er is ook een wezenlijk verschil tussen de situatie in 1979 en die van 2007. Toen kwamen honderdduizenden tierende mensen voor de Amerikaanse ambassade bijeen. Nu wist het regime hooguit tweehonderd demonstranten te mobiliseren.

Zowel de bezetting van de Amerikaanse ambassade in 1979, als de islamitische revolutie van dat jaar geeft nog altijd aanleiding tot veel misverstanden. Het land verkeerde destijds niet in crisis. Iran had geen oorlog verloren, en het spaargeld van de burgers werd niet door inflatie verteerd. In de periode 1975-’85 was het jaarinkomen per hoofd van de bevolking gestegen van 2.600 naar 3.600 dollar. Het was dus niet wonderlijk dat Zbigniew Brzezenski, de hoogste veiligheidsadviseur van president Jimmy Carter, de sjah meende te kunnen verzekeren dat een eventuele crisis in het land van korte duur zou zijn.

Maar ook tegenwoordig plaatst de islamitische republiek de buitenwereld nog voor raadsels. Zelfs Iran-kenner Günter Lerch sprak in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 12 april het vage vermoeden uit dat de onrust van 1978/’79 is veroorzaakt door de val van Mohammed Mossadeq in 1953 – die door de CIA is geregisseerd. Gezien de tijd die tussen beide gebeurtenissen is verstreken, heeft de coup van 1953 hooguit als alibi voor de islamitische revolutie gediend. Als oorzaak kan hij echter niet worden aangemerkt.

Er hebben zich in deze periode wel andere ontwikkelingen voorgedaan waarvan de brisante repercussies pas na decennia voelbaar waren. Zoals het hoge geboortecijfer in Iran. Niemand binnen de Amerikaanse regering besefte welke gevaren daarvan zouden uitgaan – ofschoon die informatie zonder spionage te vergaren was.

Dat Iraanse vrouwen tussen 1950 (toen het land 16 miljoen inwoners telde) en 1978 (toen dat was opgelopen tot 35 miljoen) gemiddeld zeven kinderen baarden, was Carter noch Brzezinski ooit ter ore gekomen. Gezinnen met meer dan tien kinderen waren geen uitzondering. In demografisch opzicht heeft het toenmalige Iran veel gemeen met de huidige Gazastrook, maar ook met het Europa van de 18de eeuw. Frederik de Grote – die uit een gezin van dertien kinderen stamde – en de Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia – moeder van zestien kinderen – waren ook in die zin typische representanten van hun tijd.

Toen de sjah werd verdreven, was de helft van de Iraanse bevolking jonger dan 15 jaar. Zo’n 35 procent van de Iraanse mannen behoorde tot de Sturm und Drang-leeftijdsgroep van 15- tot 30-jarigen. Zij vormden de massa’s die Khomeini aan de macht hielpen, en die dag na dag voor de Amerikaanse ambassade betoogden. Zo’n zeshonderdduizend van hen werden gedood in de oorlog tegen Irak (1980-’88).

In 2007 is alles anders. De in 1956 als zoon van een smid geboren president Mahmoud Ahmadinejad ontwikkelde als één van zes kinderen een sterke geldingsdrang. Als vader van ‘slechts’ drie kinderen heeft hij echter de demografische trend van de afgelopen jaren gevolgd. De gemiddelde leeftijd van de Iraniër is gestegen van 15 naar 26 jaar. In 2006 bleef de aanwas (1,80 kinderen per vrouw) relatief achter bij die van Israël (2,41), de Verenigde Staten (2,09) en – zelfs – Frankrijk (1,84). Daarnaast verlaten jaarlijks veertigduizend mensen het land. De actiefsten, in de regel.

De mullahs zijn allang niet meer in staat om jong-volwassenen de dood in te sturen. Westerse deskundigen die vrezen dat Iran zijn jeugd tegen de vijand zal inzetten als het het bezit van atoomwapens zou worden ontzegd, zijn even slecht geïnformeerd als president Carter destijds. De krijgslustige en suïcidale massa’s van 1978 zijn er niet meer. Natuurlijk kunnen in Iran nog altijd terroristen worden gerekruteerd – zoals dat kennelijk ook nog mogelijk is in Algerije en Libanon (waar het geboortecijfer eveneens is gedaald tot minder dan twee kinderen per vrouw). Maar het behoort hier niet meer tot de mogelijkheden om naar believen over boventallige mensenmassa’s te beschikken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden