REPORTAGE

Iran hoopt alvast te cashen

Hoog in de bergen nabij de Iraanse stad Zanjan schrapen graafmachines steeds weer een nieuwe laag van de flanken af. Sadjad Ghoroghi, een 34-jarige ondernemer onderzocht hier ooit de grond en vond ijzererts, de grondstof voor staal. Samen met zijn broer kocht hij een flinke grondconcessie en nu rijden er vrachtwagens af en aan.

Thomas Erdbrink
Sadjad Ghoroghi (rechts) en een collega bij Ghoroghi's ijzermijn bij de Iraanse stad Zanjan. De mijneigenaar hoopt buitenlandse investeerders te vinden nu Iran een nucleair akkoord heeft gesloten. Beeld Newsha Tavakolian / The New York Times
Sadjad Ghoroghi (rechts) en een collega bij Ghoroghi's ijzermijn bij de Iraanse stad Zanjan. De mijneigenaar hoopt buitenlandse investeerders te vinden nu Iran een nucleair akkoord heeft gesloten.Beeld Newsha Tavakolian / The New York Times

Ghoroghi droomt van een buitenlandse investeerder die bereid is te helpen om zijn activiteiten uit te breiden. Iran heeft vermoedelijk grote voorraden zink, koper en goud, en volgens deskundigen kan de mijnbouw een industrie worden met een omzet van 60 miljard, net zo groot als de olie-industrie van het land. 'We hebben technologie en investeringen nodig. Alle investeerders zijn welkom, ook de Amerikanen - als hun beleid dat toestaat', zegt ondernemer Ghoroghi, die bestuurslid is van de Kamers van Koophandel van Zanjan en Teheran.

Met de investeringen wil hij uitbreiden. Goroghi vreest dat anderen direct zullen verkopen. 'Een mijn is hard en veel werken. Ik denk dat als buitenlanders met een koffer geld komen, 90 procent van de mijneigenaren direct de boel van de hand zal doen.'

De investeringen zijn mogelijk op grond van een Iraanse wet uit 2002 die bijna de rode loper uitlegt voor buitenlandse kopers. Lang bleef die wet ondergesneeuwd door slecht nieuws over sancties en ruzies met het Westen. Maar nu de sancties kunnen worden opgeheven als het akkoord over het Iraanse atoomprogramma wordt goedgekeurd door het Amerikaanse Congres wordt de wet interessant.

Nucleaire deal

Terwijl Iran zich klaar maakt voor investeerders wacht president Obama nog de uitdaging om zijn land te overtuigen dat deze deal de enige deal is. Lees hier een analyse, geschreven door David E. Sanger en Michael R. Gordon van The New York Times.

Niet te koop

Stilletjes ging afgelopen maand het bedrijf 'Telecommunication Company of Iran' in de verkoop. Toen de Iraanse Revolutionaire Garde in 2009 het staatstelecombedrijf overnam, zeg maar de PTT van Iran, werd dat nog geïnterpreteerd als het zoveelste bewijs dat de militaire organisatie meer macht kreeg. Nu een stroom aan buitenlandse investeringen wordt verwacht zodra de nucleaire deal is getekend, lijkt de Revolutionaire Garde vooral graag te willen cashen.

Irans opperste leider Ayatollah Ali Khamenei heeft sinds de ondertekening van het nucleaire verdrag vorige maand herhaaldelijk gezegd dat zijn land niet te koop is, vooral niet voor kopers uit de Verenigde Staten. De realiteit lijkt anders.

De in 2002 aangenomen wet op promotie en bescherming van buitenlandse investeringen is opvallend liberaal: buitenlanders krijgen 100 procent eigendomsrecht, een visum voor drie jaar en de mogelijkheid hun winst over te maken naar het buitenland in vreemde valuta. Ook voorziet de wet in een aantal belastingvrijstellingen die onder bepaalde voorwaarden kunnen oplopen tot 100 procent van de winst.

Maar Iran heeft ook een lange geschiedenis van het plotseling wijzigen van wetten, of ze gewoon te negeren als het de leiders zo uitkomt. In een poging de investeerders gerust te stellen, geeft de wet garanties dat de overheid compensatie betaalt voor investeringen in projecten die genationaliseerd of onteigend worden. Hoeveel precies staat er niet bij.

Economen waarschuwen ervoor dat investeren in een land als Iran niet zo gemakkelijk is als in het Westen. 'Onze bestuurders hier zijn zowel minister als toezichthouder en verkoper', zegt econoom Saeed Laylaz. 'Hun doel is buitenlands geld binnenhalen, maar in hun hart zijn ze er niet klaar voor hun gezag op te geven.' De afgelopen weken hebben Iraanse bestuurders hun uiterste best gedaan te benadrukken dat, zodra de sancties opgeheven zijn, buitenlanders niets meer in de weg staat om te investeren.

Ayatollah Ali Khamenei. Beeld epa
Ayatollah Ali Khamenei.Beeld epa

Juiste connecties

De gezaghebbende minister van Industrie en Mijnbouw, Mohammad Reza Nematzadeh, gaf afgelopen juli een toespraak in Oostenrijk. Het onderwerp: de kansen in Iran voor het internationale zakenleven. De minister beloofde dat buitenlanders wegen, ziekenhuizen en fabrieken zonder problemen kunnen kopen in Iran. In theorie, zei Nematzadeh, is eigenlijk alles te koop, behalve de in 1979 genationaliseerde staatsoliemaatschappij. De minister is zelf een bekende zakenman die privé actief is in de petrochemische industrie, schreef het Fars-persbureau onlangs.

Er bestaat geen twijfel dat Iran het geld nodig heeft. Volgens bestuurders is alleen al voor het moderniseren van de petrochemische industrie 185 miljard dollar nodig. Ook moeten er vierhonderd vliegtuigen bijkomen en moet er geld naar infrastructuur.

Er staat genoeg te koop. Iraanse investeerders met de juiste connecties hebben de afgelopen tien jaar, tijdens slecht uitgevoerde en vaak corrupt verlopen privatiseringsrondes, naar hartelust bezit vergaard. Onder meer verzekeringsmaatschappijen, ziekenhuizen, raffinaderijen en nutsbedrijven die voorheen vaak slecht werden geleid door de staat, kwamen voor een fractie van de prijs in hun handen.

Maar vooral de laatste jaren hadden de westerse sancties de Iraanse economie in een wurggreep en was er in Iran niemand meer om aan te verkopen. Door de afwezigheid van grote buitenlandse investeerders en een gebrek aan particulieren met goedgevulde zakken in het land zelf, zijn krap bij kas zittende investeerders tegenwoordig de belangrijkste spelers op de beurs van Teheran. Met pensioenfondsen van de staat, militaire coöperaties en religieuze stichtingen boeken ze kleine winsten door aandelen aan elkaar te verkopen.

De gezaghebbende minister van Industrie en Mijnbouw, Mohammad Reza Nematzadeh (C), in Milan, 23 augustus 2015. Beeld epa
De gezaghebbende minister van Industrie en Mijnbouw, Mohammad Reza Nematzadeh (C), in Milan, 23 augustus 2015.Beeld epa

Strafbaar

'In Iran konden ze geen serieuze kopers vinden, maar nu de nucleaire deal rond is, valt alles op zijn plek', zegt een goed ingevoerde Iraans-Amerikaanse consultant, die anoniem wil blijven omdat zijn zakelijke activiteiten volgens de Amerikaanse wet strafbaar zijn zolang de sancties nog steeds gelden. 'Veel mensen hier hebben hun rekenmachine al verlekkerd uit hun zak gehaald.'

Dit is volgens economen in gang gezet door de nucleaire deal die in september - mits het Amerikaanse Congres akkoord gaat - rond moet komen. Een paar weken voor het ondertekenen van de deal in juli werd de Telecommunication Company of Iran al te koop gezet door Etemad-e Mobin, een investeringsmaatschappij die deel uitmaakt van een coöperatief fonds van de Revolutionaire Garde.

De directeur van het fonds, Mostafa Seyyed Hashemi, zei tegen de website Tabnak dat het startbod 7,8 miljard dollar zal zijn. Dit is het bedrag dat Etemad-e Mobin in 2009 betaalde voor het bedrijf, volgens Iraanse media nadat de sterkste concurrent was uitgesloten van de veiling.

Volgens tegenstanders van de regering van president Rouhani, de grootste voorstander van meer buitenlandse en economische betrekkingen voor Iran, hebben veel politici binnen zijn hervormingsgezinde regering zakelijke belangen. Iets dat geldt voor vrijwel de hele politieke elite in Iran. 'Veel wetten zijn door een kleine groep in achterkamertjes gemaakt. En vaak werken ze in het voordeel van die groep', zegt Hossein Raghvar, hoogleraar economie aan de Al Zahra-universiteit in Teheran.

Mijn eigenaar Ghoroghi vindt de wet op buitenlandse investeringen veel te liberaal voor Iran. 'Er is niet goed over nagedacht. Als de gewone Iraniër dit te weten komt, zal hij zeggen dat het land in de uitverkoop wordt gezet. En dat klopt ook wel.'

Maar Ghoroghi is ook bang dat de wet te veel bijgeschaafd zal worden wanneer conservatieven binnen de regering in de gaten krijgen hoeveel vrijheid wordt verschaft aan buitenlandse investeerders. 'Als dat gebeurt, komt er een einde aan de investeringsdroom van Iran nog voor deze begonnen is. Niemand zal ons daarna nog vertrouwen.'

Er is een toenemende verbintenis tussen zaken en politiek in Iran. Dat wordt in andere delen van de wereld als normaal beschouwd, zegt hij, maar niet in de Islamitische Republiek. 'Het verschil is natuurlijk dat we in Iran een revolutie hebben gehad om de armen te verheffen en buitenlanders buiten de deur te houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden