Irakezen verpatsen uit geldnood oude kunstschatten

McGuire Gibson, als expert in Mesopotamische kunst en archeologie verbonden aan de Universiteit van Chicago, zag een paar jaar geleden op de antiekmarkten in Londen zijn ergste vrees bewaarheid worden....

THE NEW YORK TIMES

The New York Times

NEW YORK

Snuffelend tussen de oude spullen in de stalletjes op Portobello Road en in de winkels in Bond Street vond hij antiquiteiten die vermoedelijk waren gesmokkeld uit Irak, dat de overblijfselen herbergt van een aantal oude beschavingen.

Ronde lakzegels bijvoorbeeld, die ooit werden gebruikt om stempels in natte klei te zetten of op officiële documenten, waren tassenvol te koop. Ook verkrijgbaar waren kleitabletten met spijkerschrift uit de Babylonische periode en andere voorwerpen van onbekende herkomst.

'Decennia lang hebben de Irakezen het deksel op de pot gehouden. Er kwam heel weinig naar buiten', zegt Gibson, die lesgeeft aan het Oosterse Instituut van de universiteit en van 1964 tot aan de Golfoorlog in 1991 opgravingen leidde in Irak.

'De verkoop begon na de oorlog', zegt hij. 'En nu stromen de spullen gewoon het land uit. Ze verkopen alles. Als dit zo doorgaat blijft er geen archeologische interessante plek meer over die niet beschadigd is.'

Kunstvoorwerpen uit 's werelds oudste beschavingen - Sumerische, Assyrische, Babylonische - worden verkocht om een land dat sinds 1990 lijdt onder strikte economische sancties, aan geld te helpen.

Deskundigen zeggen dat ze niet kunnen ramen wat de waarde is van de kunstschatten die illegaal op de markt komen, maar gezien het feit dat kleine objecten in sommige gevallen wel 50 duizend dollar kunnen opbrengen, moet het bedrag waarom het gaat in de miljoenen dollars lopen.

Mesopotamische voorwerpen die tussen de 19de eeuw en 1961 legaal werden uitgevoerd, gingen voor hoge prijzen van de hand - een reliëfstuk van een paleis bracht zelfs 12 miljoen dollar op.

Sotheby's en Christie's, veilinghuizen die nagaan waar de te veilen voorwerpen vandaan komen, zeggen dat ze geen illegaal geëxporteerde stukken zijn tegengekomen.

Sommige aanbieders zijn families uit de middenklasse die afstand doen van hun Mesopotamische erfstukken, andere zijn Iraakse handelaars die het hoofd niet meer boven water kunnen houden sinds de sancties werden ingesteld, nadat Irak Koeweit was binnengevallen in augustus 1990. Maar degenen die de meeste schade aanrichten zijn plunderaars en grafschenners die samenwerken met internationale smokkelaars.

Er zijn berichten over honderden plunderaars die uitzwermen over belangrijke historische plaatsen, misschien oogluikend toegestaan door de autoriteiten. Er is een vrachtwagen vol kleitabletten onderschept op weg naar Saudi-Arabië. De illegale handel in Iraakse antiquiteiten is zo succesvol dat zelfs de handel in Mesopotamische nep is opgebloeid.

Diplomaten, verzamelaars, handelaren en deskundigen verschillen van mening over de achtergronden van de hausse. Sommigen menen dat individuen, onder wie regeringsfunctionarissen, de mooiste stukken via Jordanië het land uitsmokkelen; anderen denken dat achter de smokkel professionele bendes zitten die door Koerdisch Noord-Irak naar Iran gaan.

Nizar Hamdoon, Iraks vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, geeft de schuld aan de Koerden die zich voortdurend verzetten tegen het centrale gezag. Maar hij zegt ook dat Irak niet in staat is alle belangrijke plaatsen, honderdduizenden in aantal, te bewaken, en dat veel mooie voorwerpen vlak onder de oppervlakte liggen. Volgens Hamdoon zijn na de oorlog ook veel voorwerpen verdwenen uit regionale musea. Volgens Amerikaanse wetenschappers is de collectie van het Iraakse museum in Bagdad, dat zij omschrijven als het een van de mooiste ter wereld, nog intact.

Constance Lowenthal, van de International Foundation for Art Research in New York, een organisatie die gestolen kunstvoorwerpen registreert, zegt dat Irak goed toezicht heeft gehouden op zijn belangrijkste musea en dat het behulpzaam is geweest bij het samenstellen van lijsten met vermiste voorwerpen.

Maar het blijft de vraag hoe sommige stukken, vooral de grotere, onopgemerkt het land uit gesmokkeld kunnen zijn.

In het laatste nummer van Lowenthals nieuwsbrief IFAR Reports, schrijft een kunsthistoricus en archeoloog van de Universiteit van Columbia dat delen van drie grote reliëfs op de troonzaal van het Sennacherib Paleis in Nineveh, die hij in 1990 had gefotografeerd, nu te koop zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden