Irak en het hondje van Pavlov

Er gaat geen week voorbij of er komt nieuw, onheilspellend nieuws van het Iraakse front. Het hoofdkwartier van de Verenigde Naties opgeblazen; een zware aanslag op het belangrijkste heiligdom van de sji'ieten, in de stad Najaf....

Anet Bleich

Minder wereldschokkend, maar voor ons niet zonder belang, is de nieuwe mistigheid in de Nederlandse buitenlandse politiek. Premier Balkenende, die een geheimpje deelt met Tony Blair, zonder daar in het Haagse ook maar één sterveling bij te betrekken. Gewichtige rapporten van de inlichtingendienst, die geheim worden gehouden voor de Tweede Kamer.

Nu is dat laatste niet iets wat Amerikanen of Britten kan worden verweten. Het is veeleer lamlendigheid van eigen makelij. Zelfs als het waar zou zijn dat het openbaar worden van die rapporten het Nederlands belang zou schaden, dan mag toch minstens worden verlangd dat de fractievoorzitters of de commissie voor de veiligheidsdiensten vertrouwelijk op de hoogte worden gebracht. Nu dat niet gebeurt, komt het erop neer dat de Nederlandse regering, op basis van verder onbekende informatie, mag beslissen over het steunen van een oorlog. Zonder dat de volksvertegenwoordiging de kans krijgt haar controlerende taak te vervullen. En dat laat men zich nog welgevallen ook. Het Gezag heeft gesproken. Lang leve onze Hollandse regenten...

De oorlog in Irak met z'n bizarre voorspel en moeizame day after heeft voornamelijk tot verdeeldheid geleid. Tussen Amerika en Europa. Binnen de Europese Unie. En in elk van de betrokken landen afzonderlijk. Ook in ons polder-Madurodam zijn de reacties van een haast Pavlov-achtige voorspelbaarheid.

Je was tégen die oorlog; je bent fel tegen Bush en daarom ook een beetje tegen Amerika; je weet zeker dat Bush en Blair hebben gelogen over de massa-vernietigingswapens van Saddam. Dat de Amerikanen het nu moeilijk hebben in Irak is hun verdiende loon. Een tikje leedvermaak daarover valt niet te vermijden. (Lees Marcel van Dam, de Volkskrant, 28 augustus). Het mantra van de Rumsfeld-fans - denk aan de ambitieuze jonge geleerde Arend-Jan Boekestijn - luidt daarentegen: het doet er niet toe of Saddam massavernietigingswapens had. Saddam was zelf 'de vuile bom'. Bush heeft tenminste ruggengraat. Wie tegen Bush is, is anti-Amerikaans. Omdat we niet zonder de Verenigde Staten kunnen, doen we er wijs aan de regering-Bush niet met hinderlijke kritiek voor de voeten te lopen.

Het zal aan mij liggen, maar ik voel me door geen van beide standpunten aangesproken. Ik was tegen de oorlog in Irak, maar het lijkt me een ramp als de VS nu weg zouden gaan. Dan valt dat land pas goed ten prooi aan anarchie en burgeroorlog. Ik ben niet anti-Amerikaans, integendeel, ik geloof dat de VS, Europa en de rest van de wereld elkaar hard nodig hebben. Maar dat maakt me nog niet tot een enthousiast supporter van George W. Bush. Ik weiger me neer te leggen bij de simpele keuze: ben je vóór Bush, dan ben je voor Amerika. Zoniet, dan ben je tegen.

Gelukkig zijn er niet alleen Nederlanders of Europeanen die deze opgedrongen keuze onverteerbaar vinden. In het jongste nummer van het blad Foreign Affairs betoogt Madeleine Albright, minister van Buitenlandse Zaken onder Clinton, vanuit haar - Amerikaanse - perspectief precies hetzelfde. Ze meent dat de regering-Bush fundamenteel heeft gebroken met de Amerikaanse buitenlandse politiek van de afgelopen vijftig jaar. Het 'vertrouwen op bondgenoten heeft plaatsgemaakt voor een blind geloof in preventieve actie'.

Als een regering-Gore te maken had gekregen met elf september, zou die, volgens Albright, samen met de NAVO oorlog tegen Al Qa'ida hebben gevoerd in Afghanistan en vervolgens alles op alles hebben gezet om dat land weer op te bouwen. Een oorlog tegen Irak was op korte termijn niet nodig geweest. Nu die toch is gevoerd, beveelt Albright het Kosovo-model aan: een door Amerika geleide vredesmacht met deelname van Europeanen en Russen die een internationaal civiel bestuur in staat stelt Irak op weg te helpen naar een stabiele democratie.

Ook over de relatie tussen de VS en Europa heeft zij behartenswaardige dingen te zeggen. In de eerste plaats zouden we de Europeanen misschien als volwassenen moeten behandelen. Als ze met de VS van mening verschillen, zouden die verschillen serieus genomen moeten worden, en niet afgedaan als teken van zwakheid (of ouderdom) of zelfs als verraad. Washington moet zich herinneren dat 'bondgenoten' bepaald iets heel anders zijn dan 'satellieten'.

Zeker, Albright en de haren zijn in Washington niet aan de macht. Toch zou Europa inspiratie kunnen putten uit haar verstandige woorden. Door zich niet langer òf mokkend af te wenden òf kritiekloos aan te draven achter Bush. Een volwassen Europa zou proberen de onderlinge geschillen te overwinnen en de VS als kritische partner terzijde te staan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden