Irak, de oorlog en het commercieel gewin

De wederopbouw van Irak gaat miljarden kosten. Na 13 jaar sancties is er van de infrastructuur weinig over. De Verenigde Staten zien voor zichzelf een mooie klus weggelegd....

Nee, van goede smaak getuigt het volgens velen niet, te praten over winst voor westerse bedrijven in Irak terwijl de bommen net op Bagdad regenen. 'Misselijkmakend', vond het Britse Lagerhuislid Tam Dalyell zelfs.

Ook Nederlandse bedrijven reageren afhoudend op de vraag wat hun toekomstplannen zijn voor Irak. 'We zijn er volstrekt niet mee bezig', zegt een woordvoerder van bouwbedrijf HAM. 'Daar zeggen we niets over, uit commerciële overwegingen', zegt de woordvoerder van baggeraar Boskalis, dat 13 procent van zijn omzet uit het Midden-Oosten haalt. Maar achter de schermen wordt druk gestreden om wat 'de grootste wederopbouw sinds de Tweede Wereldoorlog' is genoemd.

Er valt veel te halen. Irak heeft na Saudi-Arabië de grootste olievoorraad ter wereld, maar de installaties bevinden zich na dertien jaar VN-sancties in een erbarmelijke toestand. Analisten schatten dat de komende jaren 40 miljard dollar nodig is om bestaande installaties op te knappen en nieuwe velden in gebruik te nemen.

Gaan de Amerikanen en Britten er met alle opdrachten vandoor? Volgens Ahmed Chalabi wel. De voorzitter van het Irakese Nationale Congres (INC), dat zichzelf graag naar voren schuift als alternatief voor het huidige regime, heeft al gezegd dat hij een grote rol voor Amerikaanse bedrijven ziet, als beloning voor de omverwerping van Saddam Hussein.

Het belooft echter een harde strijd te worden, want Frankrijk, China en Rusland hebben al in 1997 afspraken gemaakt met Saddam Hussein. Zij zouden een groot deel van de olievelden mogen exploiteren op het moment dat de VN-sancties van tafel zouden gaan. Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen werden gepasseerd, omdat Hussein Amerikanen en Britten beschouwde als zijn grootste vijand. Het Franse TotalFinaElf sleepte het Majnunveld in de wacht, - hier ligt een kwart van de totale Iraakse voorraad -, het Russische Lukoil zou het West Qurnaveld krijgen en het Chinese staatsoliebedrijf zou het Rumailahveld mogen leegpompen.

Wat deze contracten na een Amerikaanse machtsovername nog waard zijn, is de vraag. ExxonMobil, Shell, BP en Chevron zullen eisen dat de olieconcessies opnieuw worden aanbesteed, zodat zij een eerlijke kans krijgen.

De strijd zal niet alleen om olie gaan. De kosten van de wederopbouw worden geschat op 100 miljard dollar over de komende vijf jaar. En dat kan nog hoger uitvallen, afhankelijk van de schade die door de oorlog wordt aangericht. Wegen, bruggen, ziekenhuizen, scholen - veel moet opnieuw worden opgebouwd. Nu de wereldeconomie tegenzit, komt de wederopbouw van Irak voor veel bedrijven als geroepen.

De Amerikaanse regering heeft een voorschot op de toekomst genomen. Nog voor het eerste schot was gelost, nodigde ze vijf Amerikaanse ondernemingen uit om te bieden op contracten met een totale waarde van 900 miljoen dollar. De opdrachten zijn afkomstig van het het US Agency for International Development (USAID), waar het overheidsgeld voor de wederopbouw wordt verdeeld.

Tegelijkertijd kwam USAID met 'Een visie voor een post-conflict Irak'. Omdat de oorlog vooral een Amerikaanse aangelegenheid is, zal de tijd erna dat ook zijn, staat er impliciet in. Organisaties zoals de VN, Wereldbank en IMF, die doorgaans een centrale rol spelen in de reconstructie van getroffen landen, zijn buiten beeld.

Europa en de Verenigde Naties hebben nog weinig actie ondernomen. Ze richtten zich lange tijd op het voorkómen van de oorlog en hebben daardoor een achterstand opgelopen. De Verenigde Naties hebben deze week al aangegeven dat ze vanaf nu vooral vooruit willen kijken. Europa zou dat ook moeten doen, vindt Europarlementariër Joost Lagendijk (Groen Links), om te voorkomen dat Irak een satellietstaat wordt van de VS. 'Er moet een reconstructiepact komen, waarin duidelijke afspraken worden gemaakt over wie wat doet.' Lagendijk was nauw betrokken bij de wederopbouw van Kosovo, waarbij ook met zo'n pact werd gewerkt.

De wederopbouw van Irak is echter om diverse redenen uniek. Zoals het er nu naar uit ziet, komt het land onder Amerikaans militair bestuur te staan, terwijl Kosovo een VN-protectoraat was en Afghanistan direct een eigen bestuur kreeg.

Ook de aard van de wederopbouw is anders. In Kosovo moesten vooral huizen worden gebouwd. Dat is een lokale markt. Lagendijk: 'Voor grote Amerikaanse bedrijven viel daar minder te halen.' Bij de wederopbouw in Irak wil de hele wereld een graantje meepikken.

De wederopbouw van Irak laat zich beter vergelijken met de wederopbouw van buurland Koeweit na de eerste Golfoorlog - al is Irak 25 keer zo groot en heeft het twee keer zo veel oliebronnen. Toen was voor ongeveer 1 miljard dollar aan opdrachten te verdelen. Die kwamen voor het merendeel (tweederde) bij Amerikaanse bedrijven terecht. De rest ging naar medestrijders Groot-Brittannië en Frankrijk - dat toen 10 duizend manschappen leverde. De machthebbers in Koeweit drukten hiermee hun dankbaarheid uit voor de bevrijding van hun land.

Gaan ook nu alle opdrachten naar de strijdende partijen? 'Als de dollars uit de olieindustrie gaan rollen, dan is er zoveel werk te verzetten dat de Amerikanen het onmogelijk alleen kunnen doen', zegt Bathsheba Crocker, wederopbouwexpert bij het Center for Strategic and International Studies in Washington.

Crocker is ervan overtuigd dat de Verenigde Naties alsnog een rol zullen spelen in de wederopbouw van Irak: 'Hopelijk kan de diplomatieke rotzooi een beetje worden opgeruimd door samenwerking op het gebied van de reconstructie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden