Iraakse zielepoten bezorgen Bush migraine

De discussie over Irak leek in de VS geluwd, maar sinds enige weken wint de roep om de troepen terug te trekken weer aan kracht....

Van onze correspondent Jan Tromp

Irak is terug in beeld. Het is een migraine aan het worden. Na de verrassend succesvolle verkiezingen van eind januari verdween de kwestie van de voorpagina’s. Ook in Amerika. Het verzet zakte in. De president reisde stad en land af om zijn sociale zorgstelsel te verkopen. Over Irak hoorde je hem amper.

Nu heeft zijn staf voor de komende weken een aantal toespraken aangekondigd over de oorlog. De president doet dat met tegenzin. Maar het geweld in Irak is opgelaaid en bij aanslagen vallen dagelijks tientallen doden. In Amerika steekt de roep om terugtrekking van de troepen daarom opnieuw de kop op.

Lindsay Graham, een invloedrijk Republikeins senator uit de staat South Carolina, legde vorige week de vinger op de zere plek: ‘We hebben altijd het positieve benadrukt en we hebben het volk nooit voorbereid op het ergste. Maar op een dag wordt het volk wakker.’

Nog maar 37 procent van de Amerikanen staat achter het beleid van Bush in Irak. Bij nader inzien, zegt 58 procent was de oorlog niet zo’n goed idee. 60 Procent vindt dat de troepen of een deel van de troepen nu moeten worden teruggetrokken.

Irak dreigt de tweede ambtstermijn van George Bush te verlammen. Hij moet iets ondernemen. Maar wat? Zaterdag reageerde de president in zijn radiopraatje. Er was veel retoriek bij. Het maakte duidelijk dat hij zich weliswaar genoodzaakt ziet Irak weer in zijn beschouwingen te betrekken, maar dat hij niet van plan is van koers te veranderen. We zijn op de goede weg, nu eerst een nieuw Irak en daarna kunnen de jongens en meisjes naar huis, ‘met de eer die hen toekomt’.

Toch viel op tenminste één onderdeel een interessante verschuiving te noteren. Sprak Bush voorheen over het verzet in Irak, dan was dat altijd in betrekkelijk schampere termen. Die aanslagen, maakte de president duidelijk, waren de uitdrukking van angst voor democratie en vrijheid.

Zielepoten verwikkeld in een achterhoedegevecht – dat was een beetje het beeld van de opstandelingen dat Bush zijn landgenoten voorhield. In het verlengde daarvan zei vice-president Cheney onlangs dat het verzet ‘in zijn laatste stuiptrekkingen’ verkeerde.

Dat lef had de president zaterdag tijdens zijn toespraak op de radio niet. De terroristen in Irak heten nu geduchte tegenstanders te zijn. Hun arm reikt nu tot in Amerika. Ze zijn erop uit, aldus de president, ‘de vastbeslotenheid van onze natie te verzwakken’. Bush voelt nattigheid.

Chuck Hagel, Republikeins senator uit Nebraska en lid van de machtige buitenlandcommissie zei dit weekeinde: ‘De dingen (in Irak) gaan niet beter, ze gaan slechter. Het Witte Huis is volledig los van de werkelijkheid.’ Hij verwoordde de frustratie van een groeiend deel van het publiek. Het is het gevoel er ingeluisd te zijn. En een uitweg is er niet.

De columnist E.J. Dionne schreef gisteren in de Washington Post dat de toestand van zeurende hoofdpijn niet is voortgekomen uit bedrog, maar uit zelfbedrog. Ter adstructie citeerde Dionne uit een televisie-interview met Cheney uit maart 2003, aan de vooravond van de oorlog. De vraag luidde of niet ‘honderdduizenden manschappen’ nodig waren om na de oorlog stabiliteit te garanderen.

De vice-president: ‘Om te suggereren dat we honderdduizenden manschappen nodig hebben na afloop van de militaire operatie, is denk ik niet juist. Ik geloof dat het een overdrijving is.’ Maar als we nu niet als bevrijders worden gezien, maar als bezetters, luidde de vervolgvraag, is Amerika dan klaar voor een langdurige, kostbare en bloedige strijd? Cheney: ‘Nou, zo zal het niet gaan, denk ik. Ik geloof echt dat we begroet zullen worden als bevrijders.’

Nu het argeloze optimisme van de regering-Bush is ingehaald door de werkelijkheid wreekt zich vooral het tekort aan troepen. 140 Duizend soldaten kunnen heel Irak niet aan. Er stond in de New York Times een verhelderende reportage uit Tal Afar, een plaats in noord-west Irak. In oktober was de stad schoongeveegd; binnen negen maanden waren de opstandelingen terug en nu konden de Amerikanen opnieuw beginnen.

Hoe pacificeerden de Britten in 1920 Irak? Ze stuurden 135 duizend man naar het land. Dat is ongeveer het aantal Amerikanen dat er nu zit, met dit verschil dat Irak destijds drie miljoen inwoners telde en nu 24 miljoen. Elke vergelijking gaat mank, maar intussen levert het een treffend beeld op van wat Thomas Friedman ‘‘het desastreuze besluit’ noemde om Irak ‘op een koopje’ te bezetten.

Wat is nu nog een winnende strategie? Terugtrekking van de troepen is geen optie. Dat is smeken om een burgeroorlog. Meer troepen om de orde te handhaven, zijn niet voorhanden.

Wie niet vooruit of achteruit kan, zit in de val. Van Henry Kissinger is deze waarneming: ‘Het verzet wint door niet te verliezen. Het leger verliest door niet te winnen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden