ReportageOnrust in Irak

Iraakse jongeren op de barricaden voor ‘gewone dingen’: elektriciteit, water, een goede baan

Demonstranten tegen de regering hebben een brandende afzetting opgeworpen op een weg in Bagdad.Beeld AP

De steeds feller wordende protesten van Iraakse jongeren leggen het land plat. Ze willen een ander politiek systeem. Om de hoop van de autoriteiten dat een nieuwe premier de rust zal doen weerkeren, moeten de demonstranten alleen maar lachen. ‘We hebben hun foto’s bij het vuilnis gegooid.’

De straat is van de nieuwe machthebbers. Jonge mannen, sjaals voor hun gezicht gebonden, stokken in de hand. Een brandende afzetting dwars over de weg is het bewijs voor hun pasverworven autoriteit. Mohammed Saadi, 26 jaar, was in het oude Irak werkloos. In het nieuwe Irak is hij de commandant van dit checkpoint. Mohammed bepaalt: welke auto mag door, welke niet? Wee de chauffeur die zijn gezag niet respecteert. Twee adjudanten, tieners nog, staan klaar om in te grijpen.

Mohammed zit onder de littekens. Gemarteld, zegt hij, bij een arrestatie. Maandag werden drie van z’n maten doodgeschoten toen ze probeerden de nabijgelegen snelweg te veroveren op de Iraakse politie. Zodra de snelweg valt, kunnen Mohammed en zijn maten het verkeer in Bagdad grotendeels platleggen. Kunnen ambtenaren niet meer naar hun werk. ‘De overheid luistert niet naar ons.’

In Irak leggen tienduizenden jongeren zoals Mohammed deze week met toenemende felheid het land plat, omdat ze een ander politiek systeem willen. In de Groene Zone, de zwaarbeveiligde regeringswijk van Bagdad, proberen de autoriteiten de geest terug in de fles te krijgen, al dan niet met geweld. Terwijl snelwegen worden afgesloten, gebouwen in brand vliegen en de zuidelijke stad Nasiriya geheel aan de controle van de staat lijkt te zijn ontvallen, heeft het Iraakse parlement eigen zorgen: het winterreces van twee maanden staat voor de deur.

Zou het echt zo zijn dat de demonstraties de vakantie van parlementsleden in gevaar brengen?

‘De vakantie staat vast, die is voorgeschreven in de grondwet,’ zegt een christelijk parlementslid, Yonadam Kanna. ‘Maar de vakantie kan uitgesteld worden bij crisis in het land.’ Ver van de chaos van de straat, in zijn beveiligde compound, rinkelt de telefoon. ‘Wacht even, we zouden zo groot nieuws kunnen hebben. Een premierskandidaat. Als we de naam aankondigen, kalmeert het hopelijk op straat, al betwijfel ik of het rustig wordt.’

Nieuwe premier

Dit is de hoop van de zittende machthebbers: met een nieuwe premier gaat de geest in Irak terug in de fles. Dan verruilt de jeugd het bestaan van checkpointcommandant bij een zelfgebouwde barricade vanzelf weer voor de werkloosheid. In Bagdad circuleert een lijst met drie favorieten. Premiers van de tegencultuur, waarvan het parlement verwacht dat ze goed vallen bij demonstranten. Op één: het hoofd van de geheime dienst. Op twee: een oud-minister. Op drie: een oud-minister die bovendien huidig adviseur is van de president.

Tot zover de vernieuwing in Irak.

Op straat zijn hun namen aanleiding voor gelach. ‘We hebben hun foto’s bij het vuilnis gegooid,’ schatert de 41-jarige Sheima Abdallah. Ze deelt bonen en rijst uit op een van de gebarricadeerde bruggen naar de Groene Zone, het zwaarbeveiligde regeringscentrum van Bagdad. Voor ‘honderd of tweehonderd man’. Actievoerders die al weken de brug bezetten. ‘Allemaal zijn zij mijn broers en zonen.’ Zij en haar man, taxichauffeur, zijn vanaf het begin af aan betrokken bij de protestbeweging. Ja, waarom? Voor gewone dingen. Elektriciteit. Water. Een goede baan.

Een nieuwe premier die echt anders is. ‘Iemand die onze eisen inwilligt. En we willen af van politieke partijen.’

Valkuil

Het is de eeuwige valkuil voor wie met een westerse bril naar een volksopstand in de Arabische wereld kijkt. De vernieuwing, die betekent niet per se meer democratie. Je hoort het vaker in Bagdad: geen politieke partijen meer. Geen parlement. Geen gedoe met verkiezingen. Alleen nog een president. En als die niet bevalt, gaan we gewoon opnieuw de straat op om te eisen dat hij aftreedt. ‘Het parlement en politieke partijen, daar hebben we genoeg ellende van gehad,’ zegt Sirtar Jobbar (31), dagloner in het oude Irak, nu fulltime actievoerder.

Zaak is nu dat de snelweg in handen valt van de demonstranten, verzucht een 27-jarige man die in een tent die dient als veldhospitaal ligt bij te komen op een stapel groezelige dekens. ‘Want als dat lukt, functioneert de overheid niet meer.’ Terwijl hij meehielp om de snelweg te barricaderen, is hij in elkaar geslagen door – zegt hij – de politie. Hij wil zijn naam niet zeggen, want tot nu toe heeft hij geluk gehad. Sinds het begin van de protesten in oktober zijn meer dan 450 demonstranten gedood.

Deze week waarschuwde Jeanine Hennis-Plasschaert, de VN-gezant voor Irak, de Iraakse autoriteiten niet voor het eerst dat ‘gewelddadige onderdrukking van vreedzame demonstranten onacceptabel is en tot elke prijs vermeden moet worden.’

Op de brug verklaren twee hospikken dat ze hebben gezien hoe de veiligheidstroepen mensen door het hoofd schoten. ‘Ze maken eerst een praatje en schieten je dan zo door het hoofd’, zegt de man in het gezelschap. De vrouw, Nour Qassem (35), zegt dat ze probeerde om het geweld te filmen, maar dat de politie haar telefoon afpakte. Een jongen die erbij komt staan – alleen zijn ogen zichtbaar door de spleetjes van een omgeknoopte sjaal – vertelt dat hij een lift kreeg van mannen die aanboden om hem met de auto naar ‘een betere demonstratie’ te brengen.

Een maand gevangen gehouden. Gemarteld. Gedreigd met onthoofding. Geen idee wie de daders zijn.

‘Heel erg’

Aan de overkant van de Tigris, diep in de Groene Zone, staat de villa van de vicepremier en minister van Financiën in Irak, Fuad Hussein (60). ‘Heel erg,’ zegt hij over de honderden doden waarmee zijn regering in verband wordt gebracht. Hij pleit voor een onderzoek ‘door de nieuwe regering,’ want de huidige is demissionair. Ondertussen gaat het geweld door. ‘De regering kan dit niet allemaal managen, dat is een feit. De regering is zwakker geworden, dat is een feit. En de regering is demissionair geworden. De regering schiet hier tekort, dat is een feit.’

Hij is nog nooit bij de demonstraties geweest. Dat kan niet, vindt hij, als je zelf in de regering zit. Maar Hussein woonde eerder een kwart eeuw in Nederland, waar hij in de jaren zeventig als vluchteling naartoe kwam. Daar organiseerde hij zelf ook regelmatig demonstraties, voor de Koerdische zaak en tegen het regime van Saddam Hoessein. ‘Als ik jonger was en niet deze positie had, zou ik een van de leiders zijn. Ze praten over goede dingen.’

Alleen: nu behoort hij tot het systeem. Hij is de tweede man van Irak, een van de mensen die van de jeugd op straat zo snel mogelijk de aftocht moeten blazen. ‘Ik draag nu verantwoordelijkheid. En waar moet je beginnen? Hoe moet je dit oplossen? De regering was pas negen maanden bezig toen het begon. De eerste maanden ben je bezig om kennis te maken. Dus we hebben feitelijk zes, zeven maanden gewerkt. We waren goed bezig. Maar we dachten: dat blijkt vanzelf. We hadden het beter moeten verkopen.’

De aanleiding voor de demonstraties is wat hem betreft ingewikkelder dan jonge Irakezen die opkomen voor hun rechten. ‘Het enige dat de situatie in Irak bedreigt, is het conflict tussen Washington en Teheran. Je hebt conflicten die je zelf kunt managen, maar dit is extern, dit gaat buiten ons om. Irak kan dit conflict niet wegduwen. Dus het is binnen gekomen. En nu zitten wij ermee.’

Als het straks eindelijk allemaal voorbij is en de nieuwe premier is benoemd en hij uit zijn functie is ontheven, overweegt Fuad Hussein om boeken te gaan schrijven. ‘Want er is nu veel dat ik niet kan zeggen.’

Baan bij de overheid

Dat de demonstraties ingewikkeld zijn, blijkt op de brug die de Groene Zone scheidt van de demonstranten. Daar staat Tareq Hussein, 30 jaar, tweedejaars student Engels aan de universiteit van Bagdad en dat is alweer zijn derde studie. Waarvoor demonstreert hij? ‘Ik wil een baan bij de overheid. Dat moet gegarandeerd zijn. Bij een bedrijf verdien je maar 400 dollar per maand. En je pensioen is niet geregeld. Daarom moet de overheid banen voor ons garanderen.’

Totdat alle jongeren in Irak gegarandeerd ambtenaar kunnen worden, blokkeert Tareq de weg naar de Groene Zone, zodat de Iraakse overheid gedwongen wordt op te stappen.

Zoals het soennitische parlementslid Mohammed al Khaldi had uitgelegd: juist nu is de tijd om als politicus in Irak met reces te te gaan. Hij kan het weten, want hij loopt al zestien jaar mee in de Iraakse politiek, sinds de val van dictator Saddam Hoessein. Er dreigt discussie over de rol van Amerika, de rol van Iran. Met al zijn ervaring zegt hij: beter om voor die tijd vrij te nemen. ‘Ik zou graag nu vakantie hebben, nu er alleen protesten zijn.’

Lees ook de eerdere reportages van correspondent Ana van Es:

In Irak blieven ze geen Iraanse producten meer
Veel Irakezen hadden al een hekel aan buurland Iran. Maar sinds Iran en de VS bijna slaags raakten op Iraaks grondgebied, na de liquidatie van generaal Soleimani, is de geest uit de fles. ‘We willen Iran afwijzen op elke mogelijke manier.’

In Stad van Sadr, de armste wijk van Bagdad, vecht men tegen drie vijanden tegelijk
In Stad van Sadr, de armste wijk van Bagdad, hebben protesten tegen de Iraakse regering veel levens gekost. Iran, dat de Iraakse milities steunt, wordt hier gevreesd en wat Amerikaanse troepen hebben aangericht, is ook nog niet vergeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden