IRA-verleden haalt Adams in

Hij ontkende altijd IRA-lid te zijn geweest, werd vaak gearresteerd, maar vrijgelaten. Met de 'Boston Tapes' lijkt het nu toch menens voor Sinn Fein-leider Gerry Adams.

LONDEN - Bij de uitvaart van IRA-lid Brendan Hughes, zes jaar geleden in Belfast, was Gerry Adams een van de kistdragers. Hoewel hij op latere leeftijd ruzie met hem had gekregen, wilde de Sinn Fein-leider de laatste eer betuigen aan zijn oude kameraad met wie hij had gestreden voor een herenigd Ierland. Wat Adams op die februaridag waarschijnlijk niet wist, was dat de voormalige hongerstaker Hughes een belastende getuigenis over hem had achtergelaten voor een gesproken geschiedenisproject op de Universiteit van Boston. Een project dat nu een geschenk voor de politie is.


De arrestatie van de 65-jarige Adams, woensdagavond in Belfast, is een direct gevolg van de 'Boston Tapes'. Hughes, bijgenaamd The Dark, had tegenover de academische onderzoekers verklaard dat Adams kort voor Kerst 1972 opdracht had gegeven de 37-jarige Jean McConville te vermoorden. Het verboden Ierse Republikeinse Leger verdacht de weduwe en moeder van tien ervan, naar later bleek ten onrechte, een informant van de Britse overheid te zijn. Onder de ogen van haar schreeuwende kinderen werd ze uit haar flat in Belfast gesleept. Het was de laatste keer dat ze hun moeder zagen.


De terroristen brachten McConville naar de Ierse republiek, waar ze op een strand werd mishandeld, doodgeschoten en begraven. In 2003 werden de stoffelijke resten van de huisvrouw opgegraven. Adams heeft altijd ontkend lid van IRA te zijn geweest, laat staan dat hij bij deze afrekening betrokken was. Twee jaar geleden echter werd zijn naam al genoemd in verband met deze zaak, door de inmiddels overleden Dolours Price. Zij fungeerde die winterdag als chauffeur. En Adams was de baas, zo beweerde ze. Ook deze onthulling maakte deel uit van de Boston Tapes.

Belfast Project

The Belfast Project in de meest Ierse stad van de Verenigde Staten begon in 2001. Het was een idee van de journalist Ed Moloney en de historicus Anthony McIntyre, een voormalig IRA-lid dat achttien jaar heeft vastgezeten. McIntyre staat bekend als criticus van Sinn Fein, Adams en het vredesproces. Voor paramilitairen b.d. als Hughes en Price was het de kans hun kant van het verhaal te belichten. Pas na hun dood zouden hun woorden worden geopenbaard. Het project was bedoeld om de pijnlijke geschiedenis van The Troubles vast te leggen, niet om geschiedenis te schrijven.


De academische vrijheid en het idee van catharsiswerking zouden botsen met het streven van de Noord-Ierse politie om moorden uit het verleden op te lossen. Dat geldt zeker voor de liquidatie van McConville, een van de gruwelijkste episoden uit de Noord-Ierse burgeroorlog. Enkele jaren geleden berichtte een Ierse krant dat Price haar betrokkenheid had toegegeven tijdens de gesprekken. Dit leidde tot een verzoek aan de Amerikaanse autoriteiten om achter de opnamen of de weergaven van de interviews aan te gaan. Boston College weigerde, maar moest na een rechtszaak inbinden.

Sterk bewijs

Niemand vreest de oral history meer dan Adams. In het verleden is deze afgevaardigde in het Ierse parlement (toevallig voor het graafschap, Louth, waar McConville de dood vond) regelmatig gearresteerd, maar dit keer is het menens. Dat de politie, net voor de verkiezingen, deze opzienbarende stap heeft gezet, lijkt erop te duiden dat ze sterk bewijs bezit. De opgenomen beschuldigingen van Hughes en Price zijn niet genoeg, temeer omdat de twee niet meer nader kunnen worden gehoord. Vandaag moet justitie beslissen of ze echt gaat vervolgen.


Het gebruik van de Boston Tapes zal ook de discussie doen oplaaien over amnestie en strafrechtelijke vergelding, over het handhaven van de kwetsbare vrede en de gevoelens van de nabestaanden. Dat speelde ook bij de recente rechtszaak tegen John Downey, de Ier achter de Hyde Park-aanslagen van 1982, waarbij zeven militairen omkwamen. Deze stukgelopen zaak bracht een verholen amnestieregeling voor IRA-leden aan het licht waarin de 62-jarige Downey abusievelijk bleek te zijn opgenomen. Er gaan nu stemmen op om amnestie uit te breiden naar de Britse militairen die in januari 1972 veertien katholieke demonstranten hebben doodgeschoten tijdens Bloody Sunday.

Bijna alle IRA-gevangenen vrijgelaten

Er zitten haast geen IRA-veteranen meer vast. Tussen 1998 en 2000 zijn 428 paramilitairen - van beide kampen - vervroegd vrijgelaten uit de beruchte Maze-gevangenis. Van hen zaten 143 een levenslange gevangenisstraf uit. Sinn Fein heeft tevens amnestie weten te bewerkstelligen voor 187 voortvluchtige IRA-leden. Gerry Adams valt daar niet onder, simpelweg omdat hij nog nooit is aangeklaagd. Hetzelfde geldt voor Ivor Bell, de voormalige stafchef van de IRA, die ook wordt verdacht van de moord op McConville. Deze 77-jarige terrorismeverdachte zit sinds maart vast. Andere nationalistische en loyalistische strijders die nu gevangen zitten hebben hun wandaden in de tijd na de Goede Vrijdag-akkoorden gepleegd. Er loopt nog een strafproces tegen Seamus Daly die, als lid van de splintergroep Real IRA, zestien jaar geleden verantwoordelijk zou zijn geweest voor de aanslag in het winkelcentrum van Omagh. Daarbij vielen 29 slachtoffers. Een andere Omagh-betrokkene, Michael McKevitt, zit al jaren een lange celstraf uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden