Ionica las - met veel plezier - een boek uit 1870

Het sneeuwt weer jaaroverzichten. Zelf maak ik rond deze tijd graag een lijstje met de beste boeken die ik het afgelopen jaar las. De meeste titels daarop komen niet uit 2017. Ik vrees dat alleen beroepslezers zoals recensenten genoeg kakelverse boeken lezen om dáár een serieuze toptien van te maken. Daarbij zijn er zoveel oudere boeken die de moeite waard zijn.

Zo las ik dit jaar met veel plezier een boek uit 1870: Jules Vernes 20.000 mijlen onder zee. Zoals vaker met klassiekers had ik er al zo veel over gehoord en gelezen dat ik een beeld had van de personages en het verhaal voordat ik een letter had gelezen.

Ik verwachtte ellenlange beschrijvingen van technische hoogstandjes en veel toekomstvoorspellingen. En ik dacht dat kapitein Nemo een dappere held was. Nou, dat laatste viel een beetje tegen. Nemo blijft vooral heel ongrijpbaar (al onthulde Verne in een later boek iets meer over dit personage). Ik moest vooral grinniken om hoe Nemo in een noodsituatie de bemanning van zijn duikboot toesprak: 'Mijne heeren', zei hij op bedaarden toon, 'er zijn twee wijzen van sterven in de omstandigheden waarin wij verkeeren. Verne vergelijkt hem hierbij met: een hoogleraar in de wiskunde, die voor zijn leerlingen de een of andere stelling bewees.

De ellenlange beschrijvingen van technische hoogstandjes vielen dan weer erg mee, Verne beschreef haast terloops hoe duikboot Nautilus allerlei gave dingen kon waarvan duikbootbouwers in die tijd alleen nog maar konden dromen. Ook was het aardig dat Verne daarmee niet alleen subtiel de toekomst voorspelde, maar ook juist beschreef wat de wetenschap op dat moment wist. Elf jaar voor het verschijnen van 20.000 mijlen onder zee had Charles Darwin zijn evolutietheorie gepubliceerd en de personages van Verne spreken daar enthousiast over.

Het allerleukste aan 20.000 mijlen onder zee vond ik het vanzelfsprekende rekenwerk dat erin zit. De marinebioloog Aronnax (die niet geheel vrijwillig op de Nautilus meevaart) wordt bijvoorbeeld door zijn medepassagiers gevraagd om te schatten hoeveel mensen de onderzeeboot maximaal zou kunnen bevatten (dit in verband met hun ontsnappingsplannen). Aronnax rekent voor dat één mens per uur honderd liter verse lucht nodig heeft. Een nogal voorzichtige schatting; de huidige ventilatienormen liggen op minstens 20 duizend liter verse lucht per persoon per uur. Waarschijnlijk had de Nautilus geen Arbodienst.

Maar goed: honderd liter per uur, dat is 2.400 liter per dag per persoon. De Nautilus gaat elke 24 uur naar boven om verse lucht te halen. Verder heeft Arronax paraat dat de inhoud van de onderzeeër 1.500 ton is, oftewel 1.500.000 liter. Op een stukje papier rekent hij uit dat 1.500.000 liter gedeeld door 2.400 gelijk is aan 625 en concludeert dat de Nautilus dus maximaal 625 mensen kan vervoeren. En zo zitten er meer kleine momenten in het boek waarop volkomen achteloos even iets uitgerekend wordt - prachtig allemaal.

Kortom: als u onder de kerstboom nog tijd heeft om een boek te lezen, staart u zich dan niet blind op de jaarlijstjes van de in 2017 verschenen boeken, maar neem gerust eens iets dat een stuk ouder is en zet dat als het goed is lekker in uw eigen toptien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden