Invoering van euro is geen kwestie van snelheid

Er heerst verschil van mening over de vraag hoe snel de euro moet worden ingevoerd. Volgens Thomas de Boer ligt de oplossing in het scheiden van de omwisseling van guldens en invoering van de euro als betaalmiddel....

HET midden- en kleinbedrijf en de banken liggen overhoop over de vraag of de invoering van de euro een kwestie moet zijn van een korte klap of een proces van enkele weken. Winkeliers pleiten voor een snelle overgang omdat dan dubbele kassa's en ander ongemak wordt vermeden, banken wensen een periode van tenminste enkele weken omdat het niet mogelijk is de omwisseling in één of enkele dagen uit te voeren.

Het lijkt een onoplosbaar probleem, maar dat is het niet. De oplossing ligt in het scheiden van twee zaken: de omwisseling van guldens in euro's en het moment waarop wordt het wettig betaalmiddel verandert van gulden in euro. In de voorstellen die tot nu toe zijn gedaan, worden die twee zaken gekoppeld. Als de verandering van wettig betaalmiddel op één moment plaatsvindt, moet de omwisseling van guldens in euro's ook in zeer korte tijd plaatsvinden. En omgekeerd, als de omwisseling van guldens in euro's lange tijd vergt, moeten de twee betaalmiddelen naast elkaar gebruikt kunnen worden.

Deze koppeling is echter niet nodig. Het is goed mogelijk de wisseling van wettig betaalmiddel te laten plaatsvinden in de nacht van 31 december 2001 op 1 januari 2002. Er bestaat geen verplichting de omwisseling van guldens in euro's in diezelfde nacht te laten plaatsvinden. Dat kan heel goed in de daaraan voorafgaande of de daarop volgende weken. Vergelijk het met iemand die naar het buitenland reist. Hij weet dat op het moment dat hij de grens overschrijdt, het wettig betaalmiddel verandert. Daarom wisselt hij voorafgaand aan zijn vertrek een deel van zijn Nederlandse geld om in buitenlands geld.

Gedurende een korte tijd heeft hij twee soorten valuta op zak en betaalt ter plekke met de juiste valuta. Wat bij een grensoverschrijding kan, kan ook bij een datumoverschrijding. Een mogelijk scenario: gedurende de maanden november en december 2001 krijgen alle burgers de kans een beperkt guldensbedrag om te wisselen in euro's. Logistiek moet dat geen probleem zijn.

Een mogelijk probleem is wel, dat men voor een korte tijd extra geld in huis heeft. Afgezien van de aantrekkingskracht voor inbrekers, kan het met name een probleem worden voor mensen met een klein inkomen. Zij worden gedwongen een deel van hun beperkte geldmiddelen vast te leggen in een dubbele voorraad geld. Om dat probleem op te vangen kan er worden besloten de vakantietoeslag die tot dan is opgebouwd, in november uit te keren.

Dan komt de wijziging van wettig betaalmiddel. Tot en met 31 december 2001 kan er uitsluitend in guldens worden betaald, vanaf 1 januari 2002 uitsluitend in euro's. De voordelen van deze snelle overgang voor het bedrijfsleven en de consument zijn duidelijk. Het boekjaar 2001 wordt afgesloten in guldens, het boekjaar 2002 wordt geopend in euro's. Kassa's hoeven niet te worden omgebouwd, de in kas aanwezige guldens worden op nieuwjaarsmorgen vervangen door de euro's die daartoe al eerder bij een bank zijn gewisseld.

En als de banken voldoende kleingeld geven bij het inwisselen van guldens, hoeft wisselgeld geen probleem te zijn. Ook de consument vaart er wel bij: er is geen vergissing mogelijk tussen guldens en euro's op de prijskaartjes. De vervanging van die prijskaartjes moet wel in korte tijd gebeuren, maar veel zaken zijn in die periode toch al één of twee dagen gesloten wegens inventarisatie.

De guldens die na 1 januari nog onder het publiek zijn, worden in de loop van de eerste maanden van 2002 alsnog omgewisseld in euro's. Daarbij geldt geen maximum. De wisselperiode van enkele maanden leidt zelfs tot enige souplesse. Burgers kunnen besluiten onderhandse betalingen te doen in valuta naar keuze. Euro's worden immers het wettig betaalmiddel, guldens kunnen altijd nog wel worden omgewisseld.

Het in een keer omzetten van guldens in euro's - de big bang - heeft voor- en nadelen, net als een lange overgangsperiode. Door het ontkoppelen van de periode waarin guldens kunnen worden gewisseld in euro's en het moment waarop het wettig betaalmiddel verandert, kunnen de nadelen worden vermeden en de voordelen worden genoten, een prima voorbeeld van een poldermodeloplossing.

Thomas W. de Boer is universitair docent marktkunde en marktonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden