Investeringen in sprint maken twee medailles haalbaar

In 2008 formuleerde de Atletiekunie een ambitieuze doelstelling voor de Olympische Spelen van Londen. Twee medailles zou het streven zijn, plus vier finaleplaatsen.


Die doelstelling was scherp in het licht van de bescheiden Nederlandse prestaties. Sinds de goldrush van Fanny Blankers-Koen in 1948 (vier keer goud) veroverden Nederlandse atleten slechts vijf medailles bij de Spelen. De laatste winnares was Ellen van Langen, die twintig jaar geleden in Barcelona de 800 meter won. Ze werd voorafgegaan door Ria Stalman (1984, discuswerpen, goud), Gerard Nijboer (1980, marathon, zilver), Maria Gommers (1968, 800 meter, brons) en Bertha Brouwer (1952, 200 meter, zilver).


Met die karige erelijst behoort Nederland tot de slechtst presterende Europese landen. Alleen Zwitserland, Luxemburg, Cyprus en relatief jonge staten als Slowakije, Bosnië, Servië en Moldavië hebben het nog langer zonder olympische atletiekmedaille moeten stellen, of hebben nooit de hoofdprijs gepakt in een van de 47 disciplines (inclusief snelwandelen).


Sinds 1992, het jaar dat Van Langen won, hebben 21 Europese landen een gouden olympische atletiekmedaille veroverd en 29 Europese landen een medaille. Nederland dus niet.


Met het streven naar twee medailles werd de lat bij de Atletiekunie dus hoog gelegd door technisch directeur Peter Verlooy. Dat was voor een deel onontkoombaar. Ambitie is in de Nederlandse topsport verplicht. Sportkoepel NOC*NSF streeft naar een positie in de toptien van het landenklassement van de Spelen. De financiering van topsportprogramma's hangt in toenemende mate af van prestaties.


De atleten leverden vijf jaar geleden prestaties die enig optimisme rechtvaardigden. Rutger Smith leek na zijn WK-medailles op kogel en discus (Osaka, 2007) in zijn eentje de doelstelling al waar te kunnen maken. Lornah Kiplagat (op de lange afstanden) en Karin Ruckstuhl (zevenkamp) behoorden tot de wereldtop. Atleten als Bram Som en Gregory Sedoc leken na Europese titels klaar voor een volgende stap.


Maar Ruckstuhl heeft haar loopbaan voortijdig moeten beëindigen door blessures, Som heeft zich niet geplaatst en de rest heeft te veel fysieke problemen gekend om zich kansrijk te wanen voor een medaille. Enkele toptalenten hebben afgehaakt voordat ze goed en wel doorbraken, zoals zevenkampster Jolanda Keizer en hoogspringer Martijn Nuijens. Alleen Smith is in Londen tot een verrassing in staat, al zal hij beduidend verder moeten stoten dan bij de EK atletiek in Helsinki. Daar pakte hij eind juni zilver.


Toch is de doelstelling van Verlooy realiseerbaar, door een combinatie van geluk en beleid. Puur mazzel heeft de Atletiekunie met de komst van topsprinter Churandy Martina. Die is de bond vorig jaar in de schoot geworpen toen de Nederlandse Antillen als sportnatie ophielden te bestaan. Martina, al in bezit van een Nederlands paspoort, koos ervoor namens Nederland uit te komen. De tweevoudig Europees kampioen (200 meter en 4x100 meter estafette) heeft de rol van Rutger Smith overgenomen. Hij kan Nederland twee medailles bezorgen.


Martina heeft ook baat bij het beleid. In 2008 is het aantal bondscoaches verdubbeld van vier naar acht. De Atletiekunie heeft ingezet op het ontwikkelen van talenten in de sprint, de middellange afstand, de meerkamp. Ook werpen is een speerpunt. Dat heeft al medailles opgeleverd in allerlei kampioenschappen voor junioren en neosenioren.


De natuurlijke snelheid van Martina en multitalent Dafne Schippers staat niet op zich. Bij de vrouwen is veel geoefend op de 4x100 meter. De mannen kunnen profiteren van het samenkomen van de Nederlandse en Antilliaanse ervaring. Zowel de mannen als de vrouwen werden in Helsinki Europees kampioen op de estafette. Ze staan dankzij hun snelle races hoog op de seizoensranglijst: vierde.


Tienkamper Eelco Sintnicolaas staat eveneens vierde op de seizoensranglijst. Hij behoort nu al enkele jaren tot de top-5 van de wereld en zou kunnen profiteren van de dit jaar relatief zwakke ploeg van de Verenigde Staten. Wereldrecordhouder Ashton Eaton is de uitgesproken favoriet, maar de overige deelnemers lijken elkaar niet veel te ontlopen. Hoewel Sintnicolaas zijn atletiektalent voor een flink deel buiten de bond om heeft ontwikkeld, krijgt hij als lid van de 'Londen Elite Selectie' wel financiële steun.


Bij het discuswerpen kan Erik Cadée, net als Smith, voor een verrassing zorgen, hoewel hij bij de EK atletiek teleurstelde. Hij heeft zich onder bondscoach Gert Damkat sterk ontwikkeld. Hij staat met een worp van 67.30 meter twaalfde op de wereldranglijst.


Als het de Nederlandse atleten de komende tien dagen lukt een medaille te pakken, zou dat passen in de mondiale trend. De prijzen in de atletiek worden door steeds meer landen verdeeld. De kleintjes maken ook kans.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden