Inventarisatie strafmaxima na zaak-Tjoelker geboden

De verontwaardiging over de straffen in de zaak-Tjoelker is voor Boris Dittrich aanleiding te pleiten voor een brede maatschappelijke discussie op de strafmaat bij veelvoorkomende misdrijven....

De bestraffing in de zaak van Meindert Tjoelker heeft heel wat tongen losgemaakt. Hoe kan het dat de rechtbank in Leeuwarden de hoofdverdachten maar twee jaar gevangenisstraf heeft opgelegd, en daarvan nog eens acht maanden voorwaardelijk?

Terwijl Meindert Tjoelker het brute groepsgeweld met de dood heeft moeten bekopen. De roep om groepsaansprakelijkheid in het strafrecht en hogere straffen is vaak de eerste reactie, wanneer de uitspraak onbegrijpelijk lijkt.

Opwinding over bepaalde zaken en uitgedeelde straffen is van alle tijden. Ik vind dat er verschil moet zijn in reactie op de commotie tussen de rechter en de politiek.

De rechter is onafhankelijk en hoort zich niet door emoties te laten leiden, maar binnen het raamwerk van de wet op basis van de relevante feiten en omstandigheden tot zijn oordeel te komen. De rechter heeft van de wetgever de vrijheid gekregen om een straf op te leggen die hij in het concrete geval passend vindt. De straf kan niet boven het door de wetgever gestelde maximum uitgaan.

Maar moet de politiek, de wetgever, aan publieke commotie rond een uitspraak zonder meer voorbijgaan? De oproep van vader Tjoelker aan Den Haag om te luisteren, moet niet zomaar terzijde worden geschoven. Toch zou het niet verstandig zijn om in de hitte van de emoties het wetboek van strafrecht te gaan herschrijven en strafmaxima te verhogen. Incidentenpolitiek past niet bij het maken van wetten. Het strafrecht moet de tand des tijds kunnen doorstaan en bestand zijn tegen de emoties van de dag. Desondanks leert de geschiedenis dat de mate waarin de wetgever en de rechter een bepaald misdrijf strafwaardig achten, tijdgebonden is. Een misdrijf met een hoog strafmaximum dat vroeger streng werd bestraft, kan in deze tijd heel anders worden beleefd, en andersom. Ik noem een aantal voorbeelden.

Het misdrijf van verkrachting wordt in vergelijking met vroeger veel zwaarder bestraft. De notie dat de vrouw aanleiding tot de verkrachting heeft gegeven door bijvoorbeeld een korte rok te dragen of met de man uit te gaan, heeft plaatsgemaakt voor het besef dat seksuele gemeenschap tegen de wil van de vrouw een serieuze inbreuk op haar lichamelijke integriteit is. Als een vrouw nee zegt, is dat ook nee.

Dienstweigeraars kregen vroeger zeven maanden gevangenisstraf opgelegd. De redenering was dat deze dienstweigeraars anderen de dienstplicht lieten opknappen en zelf het slechte voorbeeld gaven aan nieuwe lichtingen jongens die werden opgeroepen. Na afschaffing van de opkomstplicht is een gevangenisstraf onredelijk. Minister Sorgdrager zoekt nu naar wegen om de opgelegde gevangenisstraf niet ten uitvoer te leggen, daarin gesteund door de meerderheid van de Tweede Kamer.

Diefstal kent een gevangenisstraf van maximaal vier jaar, terwijl op verduistering maximaal drie jaar staat. Waarom dit verschil? Indertijd meende de wetgever dat bij verduistering de eigenaar de kat op het spek had gebonden. Hij had als het ware de gelegenheid geschapen dat zijn werknemer zich de spullen van de zaak toeëigende. Met evenveel recht kan echter worden gezegd dat de boekhouder die er met de kas vandoor gaat, de vertrouwensrelatie met zijn werkgever ernstig heeft geschonden. Het gedrag van de boekhouder kan in de waardering van de ernst van het vergrijp door de wetgever met diefstal gelijk worden gesteld, of misschien zelfs zwaarder worden gewogen.

En wat te denken van de automobilist, die door zijn schuld iemand levenslang invalide maakt? Moet dat niet met een langere gevangenisstraf worden bedreigd dan de negen maanden die er nu op staat? Hoe verhoudt zich de ellende die roekeloos rijgedrag met zich mee kan brengen, tot de strafmaat bij opzettelijke belediging van de koningin? Volgens artikel 111 Wetboek van Strafrecht mag daarvoor maar liefst vijf jaar worden opgelegd. Kijken we daar aan het eind van deze eeuw niet wat anders tegenaan? Zou een dergelijke belediging niet beter met een ander soort straf, bijvoorbeeld een geldboete kunnen worden afgedaan?

In de Tweede Kamer heeft D66 eind vorig jaar het voorstel gedaan om een inventarisatie te maken van de strafmaxima die de wetgever op veel voorkomende misdrijven heeft gezet. De bedoeling van die inventarisatie is de onderlinge samenhang van die maxima te bekijken en te bezien of in het licht van de huidige maatschappelijke opvattingen sommige delicten onder en andere overgewaardeerd zijn. De minister van Justitie heeft toegezegd in de loop van 1998 de inventarisatie aan de Kamer toe te sturen.

Ik stel voor dat er naar aanleiding daarvan een maatschappelijke discussie wordt gevoerd, waarbij wetenschappers zijn betrokken, mensen uit de rechtspraktijk, zoals advocaten, officieren van justitie en rechters, maar ook organisaties van slachtoffers. Bovendien kan in de discussie het nut van een jarenlange gevangenisstraf worden betrokken en de mogelijkheden om anderssoortige straffen op te leggen, zoals bijvoorbeeld ontzegging van de rijbevoegdheid, ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, de taakstraf en de geldboete.

Door de misdrijven in hun onderlinge samenhang te bekijken loopt de wetgever minder het gevaar dat op basis van een incident de wet wordt aangepast. Het resultaat van die brede discussie kan zijn dat de strafmaxima op onderdelen verhoogd of verlaagd moeten worden. Het voordeel van een dergelijke operatie is dat het strafrecht meer aan de eisen van deze tijd zal gaan voldoen. De wetgever luistert naar de opvattingen in de samenleving en vertaalt die in de wet. Het vertrouwen van burgers in de rechtsstaat kan erdoor worden vergroot.

In een tijd dat de emoties hoog oplopen zal degene die pleit voor bedachtzaamheid, de hitte van het vuur het meest voelen. Hij voldoet immers niet aan de bevrediging van de behoefte dat er stante pede veranderingen moeten worden doorgevoerd. Op wat langere termijn zal een evenwichtige aanpak door de wetgever toch het verstandigst zijn.

Boris Dittrich is Tweede Kamerlid voor D66

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden