Column

Invechten

IN Lith

Hoe het voormalig opbouwwerk 'al te gek gaaf Rutte' handelt bij crises.

Premier Rutte vindt dat nieuwkomers zichzelf maar moeten 'invechten'. Dus rijden we naar Lith. Het dorp aan de Maas uit Dorp aan de Rivier, de streekroman van Anton Coolen. Kan het Nederlandser? Koud, maar het landschap juicht lente. De veerpont vaart. Dit is Brabant, aan de overkant begint Gelderland en de rest wordt hier verdeeld in binnendorps en buitendorps. Iemand uit Lithoyen moet zich in Lith dus bewijzen, om van die lui uit Maren-Kessel maar te zwijgen. De Turken en Marokkanen die hier ooit woonden, zijn allang vertrokken.

Het dorp telt nog wel twee Somalische gezinnen: uit oorlogsgebied, compleet met vluchtelingenstatus en een rijtjeshuis, dat je dan krijgt toegewezen. Zodra er weer eens eieren tegen de ruiten vliegen, dan bellen de Somaliërs elkaar: pas op, breng de kinderen naar boven, het begint weer.

  

Zo gaat het nu een jaar. Vorige week meldde het Brabants Dagblad voor het eerst summier: 'Twee Somalische gezinnen in Lith slachtoffer van pesterijen'. En dat de burgemeester van 'vrij zware incidenten' sprak. Terwijl deze gezinnen 'volgens de instanties ook zelf hun verantwoordelijkheid' hebben te nemen. Fascinerend Rutte-zinnetje.

Bij Vluchtelingenwerk in Oss vertelden ze dat de situatie zorgelijk was, al twee jaar eigenlijk, want langer hield geen vluchtelingengezin het uit in Lith, nu we het er toch over hadden. Maar de instelling Viviaan werkte inmiddels aan 'een positieve oplossing'.

Lith: de Turken en Marokkanen zijn al vertrokken.

  

Viviaan? Vroeger zou je dat opbouwwerk noemen. Nu heet het een Centrum voor Participatie: 'We doen dit op een actieve en ondernemende manier', zegt de website: te gek gaaf Rutte. Hier sprak ik Peter van der Poort: 'Ik werk aan angels uit de samenleving wegnemen en zaken oplossen', zei die.

Mooi! En wat werd de oplossing?

Ho ho, eerst even naar Lith, zei Peter van der Poort. Voor het dorp waren de Somaliërs namelijk 'óók best een lastige situatie'. In een dorp zag 'dat' er toch een stuk vreemder uit dan in een stad. Peter van der Poort had daarom bedacht dat de Somaliërs zelf open huis gingen houden. Met lekkere hapjes en zo.

Hadden ze in Megen ook gedaan bij een Romafamilie, dat was een positieve bijeenkomst waarvan iedereen beter in zijn vel ging zitten.

  

Een feestje omdat het eierstruif van de ramen droop, dat zag het ene Somalische gezin helemaal niet zitten. Maar het andere stemde toe. Er kwam een flyer: 'We would like to invite you for our OPEN HOUSE'. Die konden de Somaliërs dan uitdelen, in de supermarkt bijvoorbeeld. Ook een vluchteling kon zichzelf best eens sympathiek in de markt zetten.

In Lith trof ik in een armzalig huis een paniekerige moeder die geen Engels of Nederlands sprak en twee verlegen kinderen, Hani en Anas. Zij zeiden dat er eieren tegen de ruit vlogen als ze lagen te slapen en renden toen naar school. 'Is er een rol die wij moeten spelen?', zou hun schooldirecteur Archel Kerkhof me later retorisch vragen: 'Ik denk het niet.'

Somaliërs krijgen nu eieren tegen hun ramen.

  

Naar de tweede familie. Een baby, een peuter en Fatima Shiil, woedend, die met fladderende armen uitbeeldde wat er allemaal gebeurde. De eieren, soms kleine stenen. Het trappen tegen de voordeur. Jongens die met maskers voor het raam verschenen en haar dochtertje de stuipen op het lijf joegen. Hoe ze haar op weg naar de supermarkt klemreden; ze kwam nu niet meer buiten. Toen belde Fatima haar man, die Engels sprak.

Abdiwahab Ismail Shiil (44) was naar de moskee geweest. Hij wachtte me op in het gemeentehuis van Oss. Vertelde hoe het bijna ieder weekend raak was. Tieners, zo leek het. Hoe zijn dochtertje huilend onder de bank kroop. Hoe hij de buren had aangeboden de gezamenlijke tuin te snoeien: mocht niet. Hoe hij mensen groette op straat: ze keken weg.

Maar ze moeten zichzelf een beetje sympathiek in de markt zetten.

  

Heb je je flyers al uitgedeeld, vroeg ik. Abdiwahab keek me even ironisch aan, schaterde luid en schudde toen het hoofd: natuurlijk niet. Zijn vrouw had het open huis meteen verboden.

Ik belde Peter van der Poort met het slechte nieuws. Die zag geen reden van plan te veranderen. Hij dacht nu aan Abdiwahabs tuin: 'Een kleine partytent. Dat moet kunnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.