Invalspoorten van de duivel

DAT HET christendom van oudsher sterk vrouwonvriendelijke trekken heeft vertoond, behoeft weinig betoog. Het uitsluiten van vrouwen van het bekleden van kerkelijke en - in orthodoxe kringen - zelfs van politiek-maatschappelijke ambten, zegt genoeg....

Hun gelijk voor deze discriminatie halen deze mannenbroeders doorgaans bij Paulus, de apostel die met de kracht van bovenaardse directieven verordonneerde dat vrouwen thuis en in de kerk hun mond moeten houden. Het is echter nog maar de vraag of alleen Paulus daarvoor verantwoordelijk moet worden gehouden. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de apostel zijn omstreden, in het Nieuwe Testament opgenomen brieven onmogelijk allemaal zelf kan hebben geschreven.

In zijn in 1995 verschenen boek Valsheid in geschrifte droeg de historicus Jacob Slavenburg daarvoor steekhoudende argumenten aan. Hij komt nu met De mislukte man, een boek waarin hij de wortels van de vrouwenhaat in het christendom blootlegt. Hij laat daarin zien hoe Paulus in zijn al dan niet aanwezige misogynie later links en rechts werd voorbijgestreefd door kerkvaders die Eva en al haar vrouwelijke nakomelingen letterlijk vervloekten als zijnde de bron van alle kwaad.

'Dochters van Eva, Gods oordeel werkt nog steeds door over jullie soort. Jullie blijven schuldig! Jullie zijn de invalspoort van de duivel. Jullie hebben het zegel van de boom geschonden. (. . .) Door jullie ongehoorzaamheid (. . .) moest zelfs de Zoon van God sterven.' Tertullianus, een bekeerde heiden en selfmade theoloog, uitte deze veroordeling van de vrouw rond het jaar 200. Voor hem was de kwestie eenvoudig: Eva had zich in het paradijs door de duivel, vermomd als slang, laten overreden om van de verboden boom te eten, had haar man ertoe verleid hetzelfde te doen en zo de zondeval veroorzaakt die het noodzakelijk maakte dat Gods eigen zoon later aan het kruis zou sterven.

De toon was gezet. Latere kerkvaders, onder wie Augustinus, Hieronymus en Ambrosius, zouden deze vrouwenhaat verder onderbouwen met theologische verzinsels als de leer van de erfzonde en de maagdelijkheid van Maria. Dit laatste dogma was nodig om de moeder van Jezus als enige de dans te laten ontspringen: zij moest wel zonder lust haar kind gekregen hebben, want alleen zo kon Gods zoon van de erfzonde gevrijwaard blijven.

Omwille van die zoon hadden al die onwaarschijnlijke theorieën achterwege kunnen blijven, meent Slavenburg op grond van vroegchristelijke geschriften. Jezus zou volgens verloren gewaande, maar inmiddels hervonden evangeliën een vrouwvriendelijke man zijn geweest, die gehuwd was (met Maria Magdalena) en die bovendien broers en zusters had, welk feit het dogma van Maria's eeuwige kuisheid op losse schroeven zet.

Sterker nog: Jezus' vroegste volgelingen, uit welke groep zich later de als ketters bestempelde gnostici zouden vormen, voelden voor Eva eerder verering dan afschuw. De verboden boom waarvan zij de vrucht at, was immers die van de kennis van goed en van kwaad. Door haar moedige daad gaf zij ruim baan aan menselijke eigenschappen als intuïtie en wijsheid.

De kerkvaders dachten daar anders over. Wat ook na lezing van Slavenburgs boek onduidelijk blijft, is wat er eerder was: hun uitgesproken vrouwenhaat óf het gedachtenspinsel dat de zonde door Eva in de wereld werd geholpen. Uit hetgeen de auteur over de door vrouwen omringde Jezusfiguur meldt, valt al af te leiden dat vrouwenhaat zeker in het begin allesbehalve een essentieel element was van christendom. Met andere woorden: die werd er later, ongeveer twee eeuwen na de geboorte van zijn naamgever, aan toegevoegd en is er pas sindsdien een wezenlijk deel van gaan uitmaken.

Dat maakt de vraag urgent waardoor en onder welke omstandigheden een zo virulente vrouwvijandigheid zich in de christelijke geloofsleer kon gaan nestelen. Slavenburg blijft daarover wat in het vage. Pas op de laatste pagina's wijst hij op het verband tussen het stellen van het verstand boven het gevoel en een afkeer van seksualiteit.

Met denken en redeneren, zo wisten de klassieke Griekse wijsgeren al, poogt de mens zoveel mogelijk greep te houden op zijn eigen doen en laten. Wie als man zich seksueel overgeeft aan een vrouw, ziet, aldus eerder genoemde Tertullianus, 'het totale menselijke zijn, schuimend van het zaad door elkaar geschud', en verliest, minimaal voor de duur van het orgasme, zo de controle over zichzelf. Vandaar wellicht dat kerkvaders de coïtus als een lichte vorm van epilepsie zagen en het huwelijk als hoererij afdeden.

De middeleeuwse scholastici - denkers en constructeurs van theologische systemen - grepen terug op dit soort wijsheden, aldus Slavenburg. Zij verbonden de leer van Aristoteles met de verachting voor het vrouwelijke van de kerkvaders uit de oudheid.

Het is het begin van een verklaring. Onbeantwoord blijft de vraag waar die kerkvaders uit de oudheid hun extreme vrouw- en lustvijandigheid nu precies vandaan haalden. Hún haat heeft hoe dan ook onnoemelijk veel leed veroorzaakt. Veel aandacht besteedt Slavenburg bijvoorbeeld aan de heksenvervolgingen. Hij citeert uitvoerig uit de beruchte Heksenhamer, waarin bijgeloof en vrouwenhaat samengaan en de vrouw onder meer wordt afgeschilderd als 'een onvolmaakt dier', behept met 'een zwak geheugen' en 'van nature een leugenaarster' wier naam alleen al voldoende is 'om de lust van het vlees uit te drukken'.

Er spreekt angst uit dit soort bezwerende zinnen, én het besef dat het vlees toch dikwijls zwakker zal zijn dan de wil. Feit is dat, mét de vrouwenhaat, ook de schijnheiligheid was geboren. Want een opstandig lid houdt men niet in de hand; in die wetenschap trok in 1414 een leger prostituees naar het concilie van Konstanz ongeveer ter grootte van het aantal celibataire deelnemers dat er werd verwacht.

Na Valsheid in geschrifte heeft Slavenburg andermaal een onderhoudend en leerzaam boek geschreven, dat vooral boeit door de directe toon en de vele onthutsende en onthullende citaten waarmee het is doorspekt. Het wat al te persoonlijke pleidooi voor het gnosticisme in de uitleiding, neemt men daarbij graag voor lief.

Gert J. Peelen

Jacob Slavenburg: De mislukte man - Vrouwenhaat in het christendom.

Alpha; 160 pagina's; * 39,50.

ISBN 90 658 015 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden