'Intrige is een noodzakelijk kwaad' Thomas Rosenboom hecht aan nominaties: ze lokken de lezer

Van Thomas Rosenboom hoeft niemand kritiek te verwachten op het literaire prijzencircus. Na lovende recensies en een eerste herdruk was het stil geworden rond zijn roman Gewassen vlees....

ZIJN ROYALE schrijfkamer is leeg en ordelijk. Een tafeltje wacht op het schrijven van een brief, maar is ook geschikt om er een boterham aan te nuttigen. Een houten bureau houdt uitnodigend wat opengeslagen boeken omhoog - voor het snuffelwerk. Op een derde, stalen, desk rust de computer. Thomas Rosenboom heeft opgeruimd. Normaal ligt de hele boel vol papieren, boeken, rommel, maar dat leek hem geen best gezicht tijdens een interview.

Op de grond ligt nu alleen een uitgerolde rol tekenpapier. Op het papier zijn overdwars strepen getrokken waartussen opmerkingen geschreven staan en waarop gele plakpapiertjes plakken: het schema met de hoofdstukken van zijn nieuwe boek. 'Vorige keer gebruikte ik een behangrol. Die was zes meter lang - daar kon ik dan zo mooi langs heen en weer kruipen.' Na negen jaar intensief gebruik moet dat behang er behoorlijk afgeleefd hebben uitgezien. Vandaar nu dat tekenpapier, dat steviger is en breder.

Zo'n kamer met bureaus die klaarstaan, en op de vloer dat langzaam uitdijende schema altijd paraat, dat heeft een schrijver nodig. Waaraan kan hij anders zien dat hij een schrijver is? Rosenboom (38): 'Als het eens niet gaat, en je twijfelt aan je schrijverschap, moet er iets tastbaars zijn. Als je dan om je heen kijkt moet je kunnen zien: ik ben schrijver, alles om me heen wijst daarop. Heb je dat niet - heb je bijvoorbeeld alleen maar een hoekje waarin een computer staat - dan denk je al gauw: ach, laat ook maar zitten.' Liefst zou hij gewoon eens veel geld investeren in gereedschap, in uiterlijke bewijzen van zijn schrijverschap, zoals een tandarts die zijn praktijk inricht - maar waaráán moet een schrijver geld uitgeven? 'Een gouden vulpen is zowat het duurste dat je kunt aanschaffen. En een computer, maar die worden ook al steeds goedkoper.'

In de negen jaar dat hij schreef aan zijn magnum opus: Gewassen vlees, heeft hij wel momenten van twijfel gekend. Ogenblikken van blinde angst dat het zou mislukken, dat hijzelf zou mislukken: 'Er gaat op een gegeven moment toch veel van afhangen. Want als de hele onderneming mislukt, verlies je niet alleen alle tijd die je daaraan besteed hebt, maar in mijn geval raak je bovendien je maatschappelijke identiteit van schrijver kwijt. Want je bent iemand die al tien jaar niet meer heeft gepubliceerd. En totdat je na zo'n mislukking weer een nieuw boek publiceert - àls dat er dan nog inzit - doe je niet meer echt mee. Dat zou, voor mij persoonlijk althans, verschrikkelijk zijn geweest.

'Als je voor de oorlog één verhaal schreef en publiceerde in Forum, dan was je de rest van je leven een schrijver - dan was je iemand die misschien Menno ter Braak wel kende! Nu had ik twee echte boeken geschreven, maar ik heb gemerkt dat je als je een paar jaar niet publiceert, eigenlijk niet meer in tel bent. Je bent schrijver, maar je bent ook heel gauw geen schrijver meer.'

Rosenbooms 'onderneming' slaagde - hij is nog steeds schrijver: Gewassen vlees lijkt uiteindelijk het succes te gaan worden dat de uitgever ervan had verwacht. De monumentale roman is een van de zes genomineerde boeken voor de Librisprijs, die volgende week wordt uitgereikt. Alwéér genomineerd, net als Indische duinen van Adriaan van Dis en Gesloten huis van Nicolaas Matsier. In maart zaten zij met z'n drieën ook al bij de Gouden Uil, en alledrie zijn ze verder genomineerd voor de Aristeionprijs: de literatuurprijs van de Europese Gemeenschap.

Deze opeenvolging van nominaties heeft zijn boek geen kwaad gedaan. Na de lovende recensies en een eerste herdruk was het tamelijk stil geworden rond Gewassen vlees. Maar de nominaties bliezen het dikke boek een tweede leven in.

Dus van Rosenboom hoeft niemand enige kritiek te verwachten op het literaire 'prijzencircus'. Rosenboom: 'Misschien vinden sommigen het allemaal wel banaal. Iedereen heeft bij die prijzen ook zo zijn eigen drijfveer, bijvoorbeeld degene die de prijs instelt. Maar dat interesseert mij niet. Waar het uiteindelijk om gaat is dat een boek gelezen wordt, en dat is niet banaal. Dus als je met welke middelen dan ook een hoger doel bereikt: gelezen worden, heb ik niets tegen die banale middelen. Die zijn ook gelijk morgen weer vergeten.

'Ik kan het trouwens heel goed relativeren hoor: zo'n nominatie is nu even leuk, en over een maand is het voorbij en dan zit je weer voor jaren in de hoek. Dat weet ik, en daar zie ik niet tegenop, dat hoort erbij.'

Van de afgelopen tien jaar heeft hij er negen 'in de hoek' gezeten. Dat was zijn eigen schuld, want hij moest zonodig een historische roman schrijven, althans, een soort historische roman. Het verhaal van Gewassen vlees speelt in de achttiende eeuw, maar Rosenboom had daarmee niet 'de ambitie het verleden te serveren aan de lezer'.

'Ik gebruik het verleden als een coulisse.

'Je kan als schrijver niet zonder een zekere vreemdheid in je proza, en de geschiedenis leverde die vreemdheid natuurlijk onvermijdelijk. Maar het nadeel was, dat het zo bewèrkelijk is. Ik ben geen historicus, daarom moest ik me als een amateur inlezen. Daar heb ik me op verkeken.

'Ik begon eraan omdat ik de beschikking kreeg over een dagboek uit de achttiende eeuw. Het leek me wel wat om daar iets van te maken, al had ik geen idee wàt. Ik voelde me geprivilegieerd met dat dagboek - ik dacht: andere schrijvers hèbben niet zo'n dagboek, dus laat ik daar nou mijn voordeel mee doen.

'Het was in zekere zin het dagboek van de hoofdpersoon van mijn boek. De schrijver was, net als Willem Augustijn in mijn boek, baljuw van Hulst, en ook hij kon daar maar niet naar toe vanwege de Franse bezetting. En zijn vader was, net als Willem Augustijns vader, burgemeester in Friesland, en ook hij woonde zelf in Friesland. Hij was een notabele jongeman, en ongetrouwd.

'Dat heb ik aan dat dagboek ontleend. Verder niets. Die man schreef maar op wat hij iedere dag deed, hoe laat hij opstond, en wat voor weer het was, en wie er op visite kwamen, en waar naar toe hij zijn wandelingen deed. Dat was het eigenlijk. Hij hield gewoon een boekhouding bij van zijn leven. In een merkwaardige, aan het Frans ontleende grammatica, met heel veel tegenwoordig-deelwoordconstructies. Ik wist helemaal niet dat dat in de achttiende eeuw in het Nederlands zo bestond: ''Hedenochtend opgestaan zijnde om acht uur hebbende mijn ontbijt gedaan met een gebraden zwaan, ben ik. . .'' Dat ging zo vijftien deeltjes door.

'Natuurlijk heb ik die allemaal gelezen. Ik heb immers verder niks anders te doen in het leven. En het gaf me de illusie dat ik bezig was. Je werk begint meteen ook een beetje te tonen: je hebt een plankje met materiaal.

'En dan kom je er na een paar jaar achter dat je nog helemaal geen verhaal hebt. Dat mocht ik zelf bedenken.'

Wat Rosenboom dan bedenkt is een hoofdpersoon, Willem Augustijn van Donck, die bijna alles verkeerd doet. Hij verwoest levens, vernietigt andermans liefdes, maakt zich voortdurend onsterfelijk belachelijk, brengt anderen in opperste verlegenheid, is impotent en behept met een grote voorliefde voor het anale, valt regelmatig flauw, heeft niet te stelpen huilbuien, en tracht zijn melancholie te bestrijden door zichzelf lavementen toe te dienen met de klisteerspuit. En hij is enig kind.

Rosenboom: 'Hij is een enig kind dat ontzettend zijn best doet om in de smaak te vallen van de grote mensen. Maar ja, grote mensen hebben maar aan één soort kind een hekel: kinderen die hun best doen om bij hen in de smaak te vallen. Dus dat werkt precies averechts en dat is eigenlijk heel zielig.'

En dan heeft hij ook nog van die toevallen.

'Ja. . . Ja. . . Zo komt dat natuurlijk over. . .'

Het onderwerp zint hem zichtbaar niet. Het imago van zijn boek is van het begin af aan een probleem geweest. Eerst was er de dikte, dan ook nog dat moderne rose omslag dat in combinatie met de titel Gewassen vlees nogal afschrikwekkend bleek te werken zodat de uitgever latere drukken haastig van een ander, neutraler omslag heeft voorzien, en ten slotte zijn er nog de dingen die iedereen telkens weer uit het verhaal licht: de anale besognes, de klisteer, de toevallen.

Rosenboom: 'Een boek bestaat natuurlijk alleen maar uit datgene wat er in staat, he?

'In de kritieken wordt erg veel aandacht besteed aan die strevingen om zich te zuiveren met die klisteerspuit. Ja goed, inderdaad, dat staat in mijn boek, maar dat doet hij maar tien keer of zo. Verder valt dat wel mee. En dat is met die flauwtes waar u het over hebt hetzelfde.

'Die klisteerspuit leek mij wel mooi om zijn impotentie aan te geven. Willem Augustijn is een man die werft om de liefde van zijn vader. Dat is natuurlijk een infantiele bezigheid voor een volwassen kerel. Als je die liefde op je twintigste nog niet hebt, kun je er het beste maar je schouders over ophalen. Maar Willem Augustijn gaat daar maar mee door. Als een kleuter doet hij zijn best.

'Ik dacht: hoe moet ik dat nou eens veruiterlijken. Toen zag ik het voor me: als hij nou eens op de plaats waar een man een dolk heeft, zo'n spuit draagt, dat leek mij mooi. En daar schrijf je dan naartoe.

'Ook dat anale, dat is voor mij eigenlijk meer een literair motief geweest dan een psychoanalytisch kenmerk.'

Het vreemde gedrag van de hoofdpersoon wordt ook graag geprojecteerd op de schrijver.

'Ja, dat blijft mij verbazen. Ik dacht, als je het heel fraai stileert, dan zal het toch wel als kunst worden opgevat. Als kunstmatig. Als iets dat is bedacht.

'Maar aan de andere kant: als men veronderstelt dat wat je schrijft autobiografisch is, moet je dat als schrijver opvatten als een compliment. Dan is het kennelijk gelukt om iets authentiek te laten lijken.'

Dat is wel een erg positieve kijk op de zaak.

'Hahaha, ja, wat moet je anders.

'Eigenlijk ben ik blij met alles wat er gezegd wordt over m'n boek. Maar ik zou het wel jammer vinden als sommige mensen daardoor het idee krijgen: dat is geen boek voor mij.

'Ik zou graag zien dat ook eens gezegd wordt: ''en het is een spannend leesboek, waar je bovendien nog om kan lachen.'' Dat het zo'n boek is dat de lezer dezelfde verrukking verschaft die je zelf vroeger had op woensdagmiddag, als je weer een boek uit de bibliotheek had gehaald en je ging op je buik voor de kachel liggen. En dat je dan helemaal kon verzinken in dat boek, in een verhaal.

'Die kwaliteit vind je eigenlijk zelden terug in literaire romans. Ik bedoel dan een literaire roman die erg literair is, en weinig roman meer. Een roman die de zuigende werking van de intrige mist, van de vraag die opgelost moet worden, of het conflict dat onafwendbaar is.

'Intrige is iets banaals, dat weet ik wel, maar zonder intrige gaat er toch wel veel verloren. Intrige is een noodzakelijk kwaad. Zonder mijn intrige is mijn boek ook totaal onleesbaar.'

De intrige is er om de lezer door het boek te sleuren. De nominaties, de publiciteit, en de zorg om een goede omslag zijn er om die lezer aan het boek te helpen.

Rosenboom: 'Voor mij gaat het natuurlijk om de inhoud. Alleen: die inhoud heeft geen waarde als niemand daar kennis van neemt. Daarom vind ik zo'n nominatie inderdaad belangrijk.

'Eén ding kan ik wel met eerlijkheid zeggen: ik zou het niet erg vinden om nu de prijs niet te krijgen, maar ik zou het wel erg hebben gevonden om niet genomineerd te zijn geweest. Dat geloof ik wel. Want ik vind mijn boek geen gemiddeld boek.

'Uiteraard zal dat voor de anderen ook gelden. Iedereen is blij dat hij genomineerd is, en wie dan uiteindelijk wordt opgetild: ik zal niet het gevoel hebben dat ik van die persoon verloren heb, of dat die een beter boek geschreven heeft dan ik. Al zijn sommige boeken wel beter dan andere.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden