Interview

De aidspatien stromen toe in het ziekenhuis in Mozambique waar arts Koos Stiekema werkte. Het personeel kan de toevloed niet aan, medicijnen zijn er onvoldoende en de infrastructuur is slecht....

Een inspectie voor de volksgezondheid? Nou nee, Koos Stiekema dacht het niet. Niet in het Hospital Central de Maputo in Mozambique waar hij de afgelopen vier jaar als internist werkte.

Of op andere plaatsen in Mozambique, of in Zimbabwe, of Malawi, of Zambia. Nergens in zuidelijk Afrika zul je een instantie vinden die nou eens grondig inspecteert of het medisch personeel wel handschoenen draagt en of de naalden die worden gebruikt, steriel zijn.

Hoezo medisch personeel?

Hoezo naalden?

In de binnenlanden van Mozambique mag je blij zijn als je een gezondheidswerker treft die enige medische kennis heeft en over de meest basale zaken beschikt. Een weegschaal. Elektriciteit. Stromend water. Die niet gedesillusioneerd is omdat hij amper wat verdient, slecht wordt uitbetaald, niet de geneesmiddelen krijgt waar hij om vraagt. En die, om maar eens wat te noemen, iets weet van aidsbestrijding met anti-retrovirale middelen.

Vier jaar geleden ging Koos Stiekema de geschiedenis in als de klokkenluider van Organon, toen hij op straffe van ontslag melding maakte van de testpraktijken van het farmaceutisch bedrijf. Nu luidt hij de noodklok over de aidsepidemie in Afrika. 'Het Grote Sterven is begonnen.'

Om te beginnen op zijn afdeling in Maputo. Per dag komen er zo'n dertig aidspatien binnen. Die liggen gemiddeld een week, tien dagen in het ziekenhuis. Een aanzienlijk deel overlijdt, een ander deel wordt in slechte toestand ontslagen. 'Men komt laat', zegt Stiekema zonder veel omhaal. Doorgaans betekent dat: te laat. Wanneer er al niets meer aan te doen is.

Zoals Evelina Nhabangu, 34 jaar en even veel kilogrammen. Nadat haar man om 'onduidelijke redenen' was overleden, was ze met haar zonen van 11 en 7 naar de buitenwijken van Maputo getrokken, naar een onderkomen van een paar golfplaten bij de vuilstortplaats van de stad. Uitgemergeld door chronische diarree lag ze op de zaal, toen Stiekema zijn ronde deed en de artsen die met hem meekwamen, uitleg gaf over het belang van goede voeding en pijnbestrijding. Die vormen in Afrika 'een even onwaarschijnlijke combinatie als seks met condoom'.

Haar zoontje Miguel hoorde het aan en begreep de boodschap. Een dag later voerde hij zijn moeder lepel voor lepel groentensoep uit een vies pannetje. Het hielp niet. Evelina Nhabangu stierf diezelfde avond.

Stiekema was erdoor geraakt. Gaf de jongen wat geld. 'Ja, dat doe je uit emotie, maar er is geen beginnen aan. Het is zinloos.' Er zijn er te veel en er is te weinig wat je kunt doen.

'Zo'n zaal is een chaos. Mensen liggen op de vloer. De verpleging wordt overweldigd, kan het niet aan: mensen die aan het doodgaan zijn, die uitdrogen, infusen moeten hebben, antibiotica. Doe het maar eens, met verpleger en een drietal verpleeghulpen die niet al te veel kunnen.'

En dan is dit nog maar het begin. Door de slechte infrastructuur loopt Mozambique 'achter' op de epidemie in vergelijking met de andere Afrikaanse landen. De grote golf moet nog komen. Op de zeventien miljoen inwoners zijn er nu rond de twee miljoen met HIV gei¿nfecteerd, ruim 10 procent. In Botswana is 33 procent met HIV besmet. In Zimbabwe ook zoiets.

Welgeteld worden er 25 miljoen Afrikanen door aids bedreigd. Dat is dus meer dan de complete bevolking van Mozambique. Stiekema: 'Een kind dat nu in zuidelijk Afrika wordt geboren, heeft meer dan 50 kans dat hij vzijn dertigste doodgaat aan aids.' Anders gezegd: hij heeft een overlevingskans van 50 procent, want op de twee krijgt aids.

De hele bevolkingsstructuur, de hele samenleving raakt ontwricht. Het zijn niet zozeer de ouderen en de zwakkeren die wegvallen, maar vooral ook de jongeren, de hoger opgeleiden, artsen en onderwijzers die dragen de economie, moeten hun kennis doorgeven, de zieken verzorgen. 'Je moet er maar van uit gaan dat iedereen besmet is', zegt Stiekema. Niet alleen de patien, maar ook de verpleging en je secretaresse van de afdeling.

'Dan denk je: nu gaan we massaal op grote schaal interventie-en preventieprogramma's beginnen. Overal condooms. Veel voorlichting. Maar de effectiviteit van die programma's is onduidelijk. Oeganda wordt een succes genoemd. Daar is het percentage HIVgei¿nfecteerden teruggebracht van 20 tot 10 procent. Succes is dus halvering van het aantal gevallen.'

Er zijn aidsprojecten en daar is op zich niets mis mee, zoals het Kayalitsaproject in Kaapstad van Artsen zonder Grenzen. 'Alleen zijn daar de omstandigheden dan wel optimaal: er is een logistieke organisatie, er zijn gemotiveerde experts, getrainde krachten, er zijn middelen.'

Echt goede scenario's zijn er niet, vindt Stiekema. Aidspatien worden nu in de meeste gevallen opgegeven. Aidsbestrijdingsmiddelen zijn duur en een succesvolle behandeling op de lange duur vereist goede medische kennis. Er komen complicaties, onbekende infecties en continu loert het gevaar van resistentie, zeker bij verminderde therapietrouw.

'In Europa geldt 90 procent therapietrouw als het hoogst haalbare. Dat betekent dat ook iemand die doorgaans heel keurig op tijd zijn medicijnen inneemt, dat soms niet doet. Wat dacht je hoe dat in Afrika gaat? Er is vaak niet eens licht. Heel vaak nauwelijks water. Maaltijden zijn niet geregeld. Moet je je medicijnen halen, is de brug ingestort of heb je geen geld voor vervoer. Denk je dat je dan 90 procent therapietrouw haalt? Welnee, echt niet.'

Je bent er niet door alleen medicijnen naar Afrika te brengen. Er is een structuurnodig, artsen, geschoold personeel, logistieke aanvoerlijnen, totale inzet van de autoriteiten in de getroffen landen aangenomen dat iedereen te goeder trouw is. Dat er geen corruptie is, geen criminaliteit, dat geld en medicijnen terechtkomen bij de mensen die ze nodig hebben.

Onbegonnen werk? Stiekema zucht. Leunt even achterover op een van zijn stoelen. Is even terug in Nederland voor hij in Botswana, in Gaborone de draad weer oppakt. Kijkt rond in zijn eigen Amsterdamse grachtenhuis dat tussentijds is verhuurd. 'Eigenlijk jammer dat ik hier niet vaker ben.' Wijst de fotograaf op een foto die hij zelf in Afrika maakte van twee giraffen, hun lange nekken gespiegeld in het water. Mooi, ja.

'Er staat ons een groot drama te wachten. We hebben de morele plicht er wat aan te doen. In wezen hebben we de middelen, het geld en de kennis. We zouden het moeten kunnen.

'Maar realistisch gezien is het onvoorstelbaar dat je 25 miljoen mensen van anti-retrovirale middelen kunt voorzien. Laat ik niet al te idealistisch zijn. Ik vind dat ik er iets aan moet doen, ook als het v minder is dan een druppel op de gloeiende plaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden