Interview Frank Koenegracht

Frank Koenegracht. De titel van zijn nieuwe dichtbundel veroorzaakte al twee doden. En één van zijn gedichten hield een zieke vriend drie jaar in leven. Of is dat magisch denken? 'Van de psychoanalyse ging voor mij een geweldige artistieke benauwenis uit.'

Verreweg de leukste titel van het jaar: Lekker dood in eigen land. Van de hand van Frank Koenegracht (1947), veertig jaar dichter, en sinds twee jaar met pensioen als psychiater. 'Zal ik je meteen iets over die titel vertellen?', zegt hij onder het draaien van een sjekkie, aan de tafel thuis in Leiden. 'Op de radio bestaat misschien al veertig jaar dat weekendprogramma Lekker weg in eigen land, met de stem van Meta de Vries, die je naar de vreselijkste dingen wil sturen. Naar Openluchtmusea, Madurodam, of die instelling in Zwolle met de naam De Fundatie. Heb ik nooit heen gedurfd.


'Van Lekker weg in eigen land werd ik altijd zo verschrikkelijk somber. Ik dacht, een tikje balorig: ik draai het eens om. Daar komt die titel vandaan. Maar nu komt het. Bundel klaar, drukproeven gecorrigeerd, presentatie gepland door uitgeverij de Bezige Bij. Een week tevoren overlijdt Meta de Vries! De vrouw die het eerste exemplaar in ontvangst zou hebben kunnen nemen.


'Weer drie dagen later gaat Gregor Frenkel Frank dood, de bedenker van de leuze Lekker weg in eigen land!


'Het is magisch denken van de dichter, dat er dan toch even door mijn hoofd gaat: mijn schuld. De rest van Nederland kan rustig ademhalen hoor, ik geloof niet dat er nog meer mensen bij dat programma betrokken waren. Bij de presentatie heb ik dit verhaal verteld. Toen lag de hele zaal dubbel, en dat omdat er twee mensen dood zijn. Maar ja, ik kan er ook niets aan doen.


'Het motto van de bundel heb ik uit een lezing van Karel van het Reve, die Poesjkin citeert: 'De tijd kan vooruitgaan, de wetenschappen, de filosofie en het openbare leven zich vervolmaken en veranderen, maar de poëzie blijft waar ze is.' Eigenlijk is het citaat nog langer, want hierna zegt Poesjkin dat alle grote dichters fris blijven, maar dat kon ik moeilijk van mezelf zeggen. Een beetje ingekort blijft de zin toch overeind.


'Poesjkin heeft groot gelijk. Als je drieduizend jaar terug gaat, zie je tussen de lyriek van toen en nu niet zo veel verschil. Een gedicht van Sappho, zevende eeuw voor Christus, beschrijft een lerares die steeds ouder wordt, terwijl de meisjes die bij haar de klas binnen komen allemaal steeds even jong blijven. Nou, die ervaring ken ik uit mijn werk als psychiater: ik werd vijftig, en vijfenvijftig, en zestig, maar mijn co-assistenten begonnen allemaal ongeveer op dezelfde leeftijd.'


Koenegracht dichtte niet veel over zijn werk, net als zijn collega's Vasalis en Kopland overigens. Het psychiatrisch ziekenhuis Endegeest, waar hij als student tijdens een vakantiebaantje ging zitten schaken en koffiedrinken met schizofrenen, dat kwam al in zijn vroege verzen voor, maar verder heeft hij werken en dichten altijd gescheiden gehouden. Koenegracht werd opgeleid in Den Haag, en werkte twintig jaar voor de stad Rotterdam.


'Een soort EHBO-psychiatrie, gevaarlijke gekken, ernstige depressies, psychotische mensen. Eén psychiater voor de hele Rijnmond, van Barendrecht tot Crooswijk. Fascinerend, een vrijgevochten bende, soms ook eng werk hoor, als je er 's nachts in je eentje op uit moest. Maar als dichter was ik toen niet minder productief. De laatste jaren werkte ik op een regioziekenhuis in Alphen, dat steeds meer op een groot kantoor ging lijken, met managers, en daar kan ik slecht tegen.


'Van de vroeger oppermachtige psychoanalyse ging voor mij een geweldige artistieke benauwenis uit, dat ik daar al snel uit de buurt bleef. Bang dat ik niet meer zou kunnen schrijven. Volgens die theorie zou je door psychoanalyse zodanig van je neuroses kunnen genezen, dat je je kunst kwijt raakt.


'De Chinese dichter Duo Duo heb ik een aantal keer ontmoet. Die vroeg me wat ik deed. Psychiater en dichter. Ah, riep hij, you do it for balance! Dat denk ik ook.'


Winter


Het vroor en alles was bevroren,


maar het kleine meer tegenover


het fabriekje walmde een beetje


rond het bord Verboden Te Zwemmen.


Het water lag er warmpjes bij,


maar het fabriekje had het koud.


'Zo'n eerste zin is een kwestie van durven, en dan kijken wat er gebeurt. Doe ik vaker. Ik heb ook deze regel: 'Ik ga slapen want ik heb slaap.' Ik vind dat zoiets kan. 'Het vroor en alles was bevroren', gewoon twee keer, waarom niet? Moet ik synoniemen gaan zoeken soms. 'Het vroor en alles was ijs geworden', of zo? Dat is kunstmatig. In kranten zie je dat wel. Heeft er in een artikel twee keer Ankara gestaan, dan wordt het de derde keer 'de hoofdstad van Turkije'. Maar wat moet je dan de vierde keer?'


Het gedicht klinkt gezellig, met woorden als 'warmpjes' en 'fabriekje', maar het heeft ook iets van een sinister sprookje. Koenegracht: 'Als je van Delft naar Rotterdam rijdt, had je vroeger vlak voor Rotterdam een heel vies watertje met een bord 'Gevaarlijk!', en waar een fabriekje aan stond.


'Wat ik met dit gedichtje bedoel, kan ik niet precies zeggen. Dat het geslaagd is, kan ik wél zien. Er zit spanning in die regels. Ik vind het leuk om te zeggen dat een fabriekje het koud heeft.


'Maar wat er achter zit, moet je mij ook niet vragen. Gezellig is het niet, nee. Mijn handelsmerk. In alles zit angst, onheil, alles is onwerkelijk, vreemd. Daar heb ik veel last van, en dat komt overal in. Maar ik wil de lezer niet vervelen met mijn eigen mispercepties en neuroses. Nee, ik hoef niet mijn best te doen iets geks in die gedichten van mij te krijgen. Het moet er vaak juist uit, omdat het te veel wordt.


'Iedereen rijdt gewoon aan dat fabriekje voorbij, op een zesbaansweg. Ik denk dan wel dat ik de enige ben die daar iets griezeligs aan ziet. Anderen denken: 'Wat vies', of 'Waar gaat dat heen met het milieu?' Ik zie dat beeld, en dat onthou ik. Maak geen notities. Als ik het later niet heb onthouden, dan kan het niks geweest zijn, denk ik bijgelovig.'


Epigram


Mijn vriend kocht een mechanisch vogeltje


uit China ter grootte van een mus


en zette het volgens voorschrift in een kooi,


waar het voortaan zou wonen en zingen.


Het aardige, nu, van dit vogeltje was


dat het alleen zong bij lawaai.


Als je in je handen klapte begon het te


kwinkeleren, maar ook bij deuren dichtgooien,


echtelijke ruzies, en hoesten.


Vreemd vogeltje. De oorzaak kon hem niet schelen,


alsof het antwoord gaf


op vragen, niet gesteld.


Maar op een kwade dag begon mijn vriend zomaar


te hoesten, met deuren werd daardoor niet meer


geslagen, de echtelijke ruzies gingen minder ver.


Plus kwam daarbij dat in een andere kamer werd


gehoest buiten het bereik van de kooi


en mijn vriend aan een touwtje het licht aanstak,


zodat de stilte toenam en


het vogeltje begon te zwijgen.


Later, toen het stil was in het hele huis en in alle kamers,


zong het vogeltje nog wel eens


zonder tastbare reden een stukje, niet het hele liedje.


Alsof het iets vroeg.


'Geschreven voor mijn vriend de essayist Rudy Kousbroek, toen hij al ziek was. Ik dacht: als ik nu schrijf dat hij al dood is, en de dood leest - zoals je weet - alles, dan denkt die vast: o, daar hoef ik niet meer heen. En met succes: Rudy heeft nog drie jaar geleefd.'


In de middelbareschooltijd schreef Koenegracht liedjes. 'Daar vertel je een verhaal in. Die neiging heb ik gehouden. Ook dichters moeten een verhaal vertellen. Vind ik echt. Punt uit. Modes of critici die anekdotiek willen uitbannen of verbieden, daar heb ik niets mee.


'In het gedicht over het vogeltje zit een knik. Toen ik het vorig jaar voorlas op de begrafenis van Rudy, begonnen de aanwezigen na de eerste regels te lachen. Nu heb ik jullie, dacht ik, want ineens slaat het om.'


Het dichten gaat langzaam. 'Ik heb een grote voorraad onafgemaakte gedichten, uit de tijd dat ik er niet rustig voor kon zitten. Een goudmijn. Voor Lekker dood in eigen land heb ik een paar gedichten van twintig jaar geleden eindelijk eens voltooid. En dat is dan nog steeds dezelfde stem gebleven. De poëzie blijft waar ze is.'


Ja, ook ook het grafschrift van jaren geleden is nog geldig: Op deze plaats wordt Koenegracht/ omgezet in groene kracht. 'Ecologisch grafschrift, had ik dat aanvankelijk genoemd, maar dat was me te didactisch. Ik zal begraven moeten worden, om dit te laten gebeuren. Die regels mogen leuk gevonden worden, maar ze zijn vooral waar. Ooit zullen ze op mijn graf staan.'


Frank Koenegracht: Lekker dood in eigen land.

De Bezige Bij; 56 pagina's; € 19,90.


ISBN 978 90 2346 944 5.


Frank Koenegracht

1945 geboren op 23 juli in Rotterdam


1971 Een gekke tweepersoonswesp


1976 Camping De Vrijheid


1980 Stichting De Drie Lichten


1986 Epigrammen


1989 De verdwijning van Leiden


1990 winnaar Anna Blaman Prijs


1994 Zwaluwstaartjes


1999 Alles valt


2001 winnaar Frans Erens Prijs


2005 Vroege sneeuw (verzamelde poëzie)


2007 Dank voor je brief, het gaat iets beter (met Sjoerd Kuyper, brieven op rijm)


2011 Lekker dood in eigen land (poëzie en tekeningen)


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden