Interview David Barnouw

Voor NIOD-onderzoeker David Barnouw is Anne Frank een moderne heilige. In Het fenomeen Anne Frank vertelt hij hoe uiteenlopende figuren, haar vader Otto voorop, haar als vehikel voor hun denkbeelden gebruiken.

Met een ironisch lachje haalt David Barnouw een dubbele plaat van plexiglas tevoorschijn die aan de binnenkant is versierd met iets wat verdacht veel op gedroogde blaadjes lijkt. Ze zijn stemmig donkerrood of lichtbruin. Het blijken inderdaad bladeren en ze zijn afkomstig van de kastanjeboom die intussen bijna even beroemd is als het jonge meisje dat er ruim twee jaar vanaf haar onderduikadres aan de Prinsengracht op uitkeek. Barnouw, zacht grinnikend: 'Het is een echt kunststukje geworden. Tegelijkertijd is het een relikwie. Als ik op tournee ben in Amerika om lezingen te geven over Anne Frank dan gaat dit rond door de collegezaal. Je kan het vergelijken met het vereren van de botjes van heiligen, zoals ze vroeger deden.'


Dus Anne Frank is een moderne heilige?

'Absoluut'.


Hoe is ze dat geworden? Hoe verklaar je dat een pubermeisje dat tijdens haar onderduiktijd een dagboek heeft bijgehouden zo'n sterke symbolische uitstraling heeft gekregen?

'Een helemaal bevredigende verklaring heb ik er niet voor. Maar ik denk wel het antwoord te hebben op de vraag waarom ze zo populair geworden is. Dat komt, vermoed ik, doordat ze zo veel verschillende groepen mensen aanspreekt. Joden, christenen, atheïsten, boeddhisten, allemaal herkennen ze zich in stukjes van de tekst. Dat heeft ermee te maken dat Anne nog zó jong was, toen ze het schreef. Ze had nog helemaal geen afgerond wereldbeeld, was nog niet klaar met het denken daarover. En juist dat fragmentarische maakt het makkelijker om zich haar toe te eigenen.'


In het deze week verschenen Het fenomeen Anne Frank gaat David Barnouw in op de manier waarop diverse groeperingen hebben geprobeerd de Joodse onderduikster te gebruiken als vehikel voor hun eigen denkbeelden. Barnouw: 'In de eerste plaats haar vader, Otto Frank. Hij heeft zich altijd bijzonder sterk gemaakt voor een beeld van Anne als iemand met algemene humanistische beginselen. Zijn uitgangspunt was: 'Wat mijn dochter wilde, is een betere wereld.' Heel sympathiek, maar een beetje vaag. Veel nadruk op haar Joods zijn wilde hij niet. Hij heeft bijvoorbeeld de scenarioschrijvers van het toneelstuk dat in 1955 in Amerika in première ging op het hart gedrukt om het vooral niet te Joods te maken. Het lot van de familie Frank moest universele betekenis hebben, hun is iets ergs overkomen, maar dat zou iedereen kunnen gebeuren. Dat zegt Anne zelf ook in het dagboek, alleen staat er ook achter: 'maar wij Joden lijden het meest'. Dat werd in het toneelstuk dan weggelaten.


'De Amerikaanse schrijver Meyer Lewin, die bij het stuk betrokken was, vond dat wegduwen van het Joodse element schandalig, maar hij sloeg door naar de andere kant, wilde het helemaal in de sfeer van het zionisme trekken. Nou, in het dagboek valt niet veel zionisme te ontdekken; de enige keer dat Palestina ter sprake komt is als Anne's zus Margot zegt dat ze daarheen wil, zelf wil ze liever naar Parijs.'


Behalve als boegbeeld van het humanisme of aspirant zioniste is Anne Frank ook afgeschilderd als voorvechtster van radicaal links. Barnouw: 'In de jaren zeventig en tachtig zette de Anne Frank Stichting haar in voor wat later wel 'de linkse kerk' is genoemd. Onder haar banier werd geageerd tegen racisme, maar ook tegen woningnood of tegen Pinochet, alles wat vies en voos was.'


Het kan nog absurder: de machthebbers in de vroegere DDR presenteerden haar een tijdje als antifascistische modelburger. 'Ik was een keer op een tentoonstelling over Anne in de DDR. Daar hoorde je dan opnames van een meisje dat zwemkampioen wilde worden. Een jongen hoopte op een loopbaan als officier bij de Volksarmee. 'In de geest van Anne Frank', vanzelfsprekend. En in Japan heb je een protestantse sekte die haar als een soort heilige vereert.'


Toen Barnouw in 1979 bij het NIOD (destijds RIOD, Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie) kwam werken, op de vrijgekomen formatieplaats van Loe de Jong die met pensioen ging, had hij, bekent hij ruiterlijk, Het achterhuis nog nooit gelezen. Een jaar later ontving het instituut een brief van een notaris: de zojuist overleden Otto Frank had de handschriften van Anne en haar foto-albums aan het RIOD nagelaten. Er bleken, naast het boek, dat bij Contact was verschenen, twee handgeschreven versies te bestaan. Begin 1944 had Anne namelijk besloten om het dagboek dat ze sinds haar dertiende had bijgehouden voor publicatie geschikt te maken. In augustus 1944, toen de onderduikers door verraad werden opgepakt, was ze met herschrijven gevorderd tot maart van dat jaar.


De gepubliceerde versie, grotendeels door Otto Frank geredigeerd, was deels op het eerste, deels op het tweede dagboek gebaseerd en er waren passages weggelaten die vader Frank te kritisch vond over zijn omgekomen vrouw of te pijnlijk voor de overlevenden. De mededeling achterin Het achterhuis - 'Op enkele gedeelten na die van weinig waarde voor de lezer zijn, is de oorspronkelijke tekst afgedrukt' - klopt dan ook niet en verschafte in de jaren na publicatie kleine, maar luidruchtige neonazigroepjes ammunitie om de echtheid van het dagboek in twijfel te trekken. Dat was een van de redenen voor het RIOD om een wetenschappelijke uitgave voor te bereiden. David Barnouw en z'n collega Gerrold van der Stroom togen aan het werk; in 1986 verscheen De dagboeken van Anne Frank waarin de drie versies, alle veranderingen en door wie ze zijn aangebracht (Anne zelf, Otto, de uitgever) nauwkeurig en overzichtelijk zijn weergegeven. David Barnouw: 'Sinds die tijd is Anne Frank een rode draad in m'n werk.' In 1998 verscheen van zijn hand Anne Frank voor beginners en gevorderden, in 2003 (weer met Van der Stroom) Het verraad van Anne Frank, waarin de auteurs ingaan op de groeiende reeks theorieën over dat verraad en concluderen dat de ware toedracht wel niet meer zal worden achterhaald. En nu dus Het fenomeen Anne Frank.


Anne Frank voor beginners en gevorderden viel niet in goede aarde bij de Anne Frank Stichting en de discussie waarop Barnouw hoopte, kwam er niet. Nog veel groter was de verontwaardiging bij toenmalig AFS-directeur Hans Westra, toen Barnouw in een artikel in Vrij Nederland de term 'Anne Frankindustrie' liet vallen. 'Ze hebben toen echt geprobeerd mij de mond te snoeren, onder het mom van: hij vertegenwoordigt het Rijksinstituut en dan lijkt het alsof dit de mening van het instituut is. Het was bizar, er kwamen bestuursleden van hen naar de Herengracht om voor elkaar te krijgen dat ik voortaan m'n mond hield. Maar Hans Blom, onze directeur, en ook het bestuur hebben zich keurig gedragen. Ik heb nog een keer tegen Westra gezegd: 'Ik ben blij dat ik als ambtenaar tenminste echt vrijheid van meningsuiting heb. Bij jullie als stichting is dat geloof ik niet het geval.' En hij zei: 'Inderdaad, en dat houd ik ook zo'. '


Zo'n uitdrukking als 'Anne Frankindustrie' kan natuurlijk de indruk wekken. . .

'... Alsof het alleen geldklopperij is. Maar ik heb er altijd bijgeroepen: ik ben zelf ook deel van die Anne Frankindustrie. Zonder Anne Frank word ik niet uitgenodigd om lezingen te houden in Amerika. Ik weet ook heel veel van Rost van Tonningen (een beruchte NSB'er - AB), maar ik geloof niet dat het veel zin heeft om buitenlandse universiteiten aan te schrijven met de vraag of ze willen horen wat ik over Rost van Tonningen te vertellen heb. Natuurlijk vinden ze Anne Frank interessanter.'


David Barnouw: Het fenomeen Anne Frank.

Bert Bakker; 180 pagina's; € 18,95.


ISBN 978 90 351 3520 8.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden