Internettrollen: Treurige, gemarginaliseerde figuren, bij wie een beetje compassie wonderen kan doen

Op de dag dat een collega-journalist van Twitter werd verjaagd door een legertje elkaar ophitsende, scheldende, treiterende en intimiderende helden van het vrije woord, stuurde iemand mij een stukje door over Sarah Silverman. Het was opbeurend bedoeld.

Sarah Silverman is een Amerikaanse comédienne, iemand had zonder noemenswaardige aanleiding bondig 'cunt' ('kut') naar haar getwitterd, en in plaats van te doen wat een mens normaal doet in zo'n situatie - blokkeren, rapporteren, negeren, 'lul' terugtwitteren, want trollen moet je nooit, nooit, nooit voeren - stuurde ze een belangstellende, therapeutische tweet terug: 'Ik geloof in jou. Ik heb je tijdlijn gelezen en ik zie wat je doet, ik zie dat je woede nauw verhulde pijn is... Ik ken dat gevoel... Kijk wat er gebeurt als je voor liefde kiest.' Waarop de kutzegger als een blad aan een boom omsloeg en uitvoerig begon te vertellen over zijn treurige leven, achtervolgd door een duister verleden, zonder vrienden, met pijnlijke rugwervels en zonder ziektekostenverzekering. Silverman regelde via Twitter hulp voor hem.

Op mijn katholieke lagere school kregen we weleens leesboeken mee naar huis, ik herinner me eentje over een meisje met blonde krullen en een reine blik in de ogen en een mannetje voor wie iedereen bang was omdat in hem de duivel huisde. Eén reine blik van de blonde krullenbol in de ogen van het bezeten mannetje was afdoende om de duivel krijsend het hazenpad te doen kiezen. Bloedstollende stof. Eind goed enzovoorts.

Later zag ik varianten op dit thema in televisiefilms op de EO, waarin levens vol rampspoed een tamelijk plotse wending ten goede kregen, meestal doordat de hoofdpersoon er op zeker moment op werd gewezen dat het zou helpen als hij/zij heel erg aan God zou denken.

De bekering van de Sarah Silverman-trol riep bij mij dit soort horrorverhalen in herinnering, maar dat zal ingegeven zijn door cynisme, gekruid met jaloezie. Want de enkele keer dat ik een vermetele poging heb gedaan om een internettrol een belangstellende, menslievende vraag te stellen, kreeg ik enkel nog meer haattweets terug en bleef de zinderende finale waarin we elkaar huilend in de armen vielen uit - ik sluit niet uit dat dit aan mijn hoekige aanpak kan hebben gelegen.

Dat achter veel types die hun dagen vullen met het verspreiden van hatelijkheden en quasi-bedreigingen op sociale media vaak mensen schuilgaan met weinig benijdenswaardige levens, legde Sylvana Simons gisteren op tv uit. Zij ontmoette in de rechtszaal een aantal toetsenbordhelden die haar online hadden bedreigd, beledigd of hadden opgeroepen tot geweld tegen haar. Het betrof, zegt Simons, goeddeels mensen die in de schuldhulpverlening zitten, ziek zijn, allerlei sociale problemen hebben. Net als de kutzegger van Sarah Silverman.

Treurige, gemarginaliseerde figuren, bij wie een beetje compassie wonderen kan doen. In theorie. Voor mensen met meer geduld en met meer doorzettingsvermogen en met een grotere hang naar masochisme dan ik.

Zelf houd ik het voorlopig op negeren, blokkeren, rapporteren of 'lul' terugtwitteren.

Meer over