Internet wordt stilletjes gewoon

De hype rond internet is voorbij, de lucht is eruit, en als voorzichtig wordt geopereerd, valt wat geld te verdienen....

Het is onzin dat op internet alleen maar verlies wordt geleden. Een zeer aansprekend voorbeeld van hoe het beter kan, is Slate (anno 1996), een tijdschrift op internet. Niemand minder dan Bill Gates maakte begin deze week bekend dat Slate voor het eerst geen verlies meer lijdt. Een mijlpaal.

Internet heeft al vele stadia gekend. Eerst als speeltuin van nerds die nauwelijks met geld bezig waren. Dat veranderde in de tweede helft van de jaren negentig, met de financieel handige jongens die de technische handigerds overvleugelden. Iedereen kon zien dat een luchtballon ontstond, maar niemand kon het laten om mee te blazen. De knal die onvermijdelijk volgde, maakte van internet het land van onbegrensde verliezen.

Slate leed in al deze stadia verlies. Dat dat nu afgelopen is, mag worden beschouwd als de markering van een nieuw tijdperk: internet is gewoon geworden. Bill Gates, de grote man van Slate's eigenaar Microsoft, heeft er nooit aan getwijfeld: 'We hebben altijd geloofd dat Slate een moneymaker zou zijn.' Nu heeft het internetblad een jaaromzet van 7 miljoen dollar, ongeveer evenveel als Microsoft per uur. Als zoiets al moneymaker wordt genoemd, dan zegt dat genoeg over mediabedrijven op internet. Voorzichtigheid is geboden.

Dat geldt niet voor de handelaren in professionele informatie. Wetenschappelijke en juridische uitgeverijen zoals Reed Elsevier en Wolters Kluwer verdienen al jaren goed met hun databanken. Maar met informatiehandelaren van populairder niveau blijft het toch oppassen geblazen. Krantenbedrijven bijvoorbeeld, die gedurende de hype tientallen miljoenen zagen verdwijnen in hun internetstrategie: een uitgebreide nieuwssite opbouwen om traffic te genereren.

Dan kwam alles vanzelf goed, dachten ze. Ze hebben geleerd van hun fouten. Ze beperken de kosten, zoeken nieuwe inkomsten. Personeelsadvertenties waren de kurk waarop veel kranten dreven, en uitgerekend die markt wordt belaagd door tamelijk succesvolle internetbedrijven als Monsterboard en JobNews. Volgens directeur Rob Brouwer van Monsterboard hebben de internetsites hun marktaandeel in anderhalf jaar vergroot van 4 naar bijna 9 procent, ofwel 35 miljoen euro. 'En die groei zet door', verwacht hij. Om zich tegen die oprukkende carrièresites te verweren, plaatsen alle kranten nu personeelsadvertenties op hun websites.

De Telegraaf en Wegener (uitgever van regionale kranten) plaatsen ook andere 'gerubriceerde' advertenties op hun sites: auto's, boten, contactadvertenties, 'Speurders'. Rubrieken die in gedrukte vorm altijd een goudmijn waren. Directeur Ton Boerma van De Telegraaf zag de omzet aan mini-advertenties de afgelopen maanden met 30 procent inzakken, maar de 'webvertising' groeit. 'Het kanibaliseert deels wel de advertenties in de krant, maar als ze toch naar internet gaan, heb ik ze liever bij ons op de site.'

Verder verdient De Telegraaf wat geld door de krant online aan te bieden (achthonderd abonnees à 99 euro per jaar), en door oude kranten (complete voorpagina's) online te verkopen ('het is niet de wereld, maar het loopt hartstikke leuk'). En spoedig zal moeten worden betaald voor stukken uit het archief, zoals nu bij veel kranten al het geval is.

De grote mode van de laatste maanden is registratie, wat uit Amerika is komen overwaaien. Vooral krantensites gaan ertoe over. Het Amerikaanse Editor & Publisher citeerde onlangs tal van opgetogen dagbladmanagers die dankzij de registratiegegevens van bezoekers geld wisten te verdienen. Met het versturen van commerciële e-mail, bijvoorbeeld.

NRC Handelsblad begon vorig jaar september met registreren. Adjunct-hoofdredacteur Gijsbert van Es: 'We zitten al boven de 300 duizend geregistreerden. Dat levert ons een groot en rijk bestand van bezoekers op. De helft heeft laten weten aanbiedingen van ons te willen ontvangen.' De bezoekers kunnen aanbiedingen verwachten van boeken die door NRC-redacteuren zijn geschreven, of aanbiedingen van proefabonnementen.

'In de verkiezingstijd hebben wij bijvoorbeeld via mail verkiezingsabonnementen aangeboden. Daar hebben we wel ettelijke duizenden proefabonnementen aan overgehouden.' Commerciële e-mail wordt niet overwogen. En winst maken? 'Het is wel ons doel', zegt Van Es. 'Maar het gat is nog erg groot. Bij ons maakt de wetenschapsbijlage ook geen winst, en we gaan er toch mee door.' Sommige verliezen moet je kennelijk accepteren.

Ook bij De Telegraaf wordt over registreren gedacht, maar directeur Boerma is er nog niet uit. 'Je krijgt een hoop gegevens binnen die erg snel verouderen', zegt hij. 'Dus je moet wel precies weten wat je met die gegevens wilt. Dat weten we nog niet.' De Volkskrant begon vorige week met registreren.

Het Financieele Dagblad gaat een stapje verder dan registreren. De krant heeft sinds enkele weken vrijwel zijn gehele site achter slot gezet. Wie een artikel wil lezen, moet abonnee zijn op de krant of ten minste 65 euro per jaar voor een internetabonnement betalen. Wat de verwachtingen en resultaten zijn van deze strategie, was deze week niet te achterhalen.

Het onderzoeksbureau Jupiter Research meent dat betaalde content de toekomst heeft. Nu nog is de waarde van de content die in Europa tegen betaling over het net gaat, klein: 693 miljoen euro, waarvan 43 procent seks en 23 procent muziek en spelletjes. Maar in 2007 zal dat al 3,2 miljard euro zijn, en dan zullen serieuzere informatievormen de overhand hebben. Een groei van 45 procent per jaar; de internetgoeroes zijn het doortrekken van groeilijntjes nog niet verleerd.

Ook internet-ondernemer Vincent Everts is niet genezen van zijn chronische optimisme. 'Die zogenaamde neergang van de dotcomsector is allemaal onzin. Het was een financiële hype, zowel de opkomst als de crash. Intussen manifesteert internet zich in elke geleding van de maatschappij', zegt hij.

Voorbeeldje: 'Mijn Turkse schoenverkoper plaatste een vissenkom in zijn winkel, daar konden mensen hun kaartje in achterlaten. Die mensen stuurde hij elke maand per e-mail een overzicht van de nieuwe schoenen in zijn assortiment. Kostte bijna niets en leverde wekelijks zeker vijf klanten op. Dankzij internet. Jammer genoeg is hij kort geleden verhuisd. Het pand dat hij huurde in het winkelcentrum werd te duur.'

Kennelijk onderscheidt deze fase van internet zich in dat opzicht niet van de vorige: optimisme en geloof in groei zijn gebleven. Kennelijk is wel doorgedrongen dat de voordelen vaak bescheiden zijn. De verliezen zijn gebleven, maar nu zijn ze ingecalculeerd. Dat is een grote stap vooruit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden