Internet verlost Irakezen uit isolement

Irak lijkt er steeds beter in te slagen de in 1991 opgelegde economische sancties te ontduiken. De regering van Saddam Hussein wordt steeds slimmer in het handeldrijven buiten het door de Verenigde Naties toegestane programma van olie-voor-voedsel om....

Van onze correspondente Kim Ghattas

De eerste internetcafés openden hun deuren in 2000. Inmiddels telt Irak er al 26, voorzien van gloednieuwe computers met opmerkelijk snelle verbindingen - blijkbaar via pas aangelegde glasvezelkabels.

Op grond van het embargo hadden de computers, noch de kabels aan Irak mogen worden geleverd. De meeste producten die onder het embargo vallen, zijn zaken die naast hun alledaagse gebruik ook voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt - zoals computers en kabelnetwerken.

Ambtenaren van het internetdepartement op het ministerie van Informatie willen geen officiële uitspraken doen over de toename van het aantal internetverbindingen.

Maar dankzij een groeiend aantal vrijhandelsakkoorden met zijn buurlanden slaagt Irak er steeds beter in de sancties te ontduiken. De producten die op grond van deze verdragen worden geïmporteerd, worden aan de grens niet geïnspecteerd.

Als bezoeker kun je je in Irak behoorlijk afgesneden voelen van de rest van de wereld, en dan ben je blij met internet. Maar het eerste dat je te horen krijgt als je als buitenlander een internetcafé in Bagdad binnenkomt is: 'Het is verboden uw eigen elektronische postbus te gebruiken.'

De toegang tot websites als Hotmail is versperd en het kost de grootste moeite om tot wat voor elektronische postbus dan ook door te dringen. Alle computers staan met hun rug naar de muur en er lopen surveillanten van het internetdepartement rond. Als je wordt betrapt, wordt je computer subiet uitgezet door panische beambten.

Het internetverkeer, dat in Irak twee jaar geleden op gang is gekomen, wordt streng gecensureerd. E-mail is alleen mogelijk via de staatsprovider. Maar voor de Irakezen is een zwaar bewaakt internet en e-mailverkeer altijd nog beter dan niets.

'Het is veel makkelijker geworden om met iedereen in contact te komen, en om van alles te lezen, over Irak', zegt zakenman Hassan Rubayaa. Hij vindt het prachtig dat hij contacten kan leggen zonder dat hem dat op gigantische telefoon- en faxrekeningen komt te staan. 'Je kunt zelfs informatie over Irak krijgen van buiten, via internet. Ook studenten aan de universiteit gebruiken internet om de laatste onderzoeken te kunnen lezen. Mijn dochter had bepaalde informatie over kankeronderzoek nodig, en toen zijn we hierheen gekomen, en ze heeft de gegevens meegenomen naar de universiteit.'

Als gevolg van zijn al twaalf jaar durende isolement lijkt Irak te zijn blijven stilstaan in de jaren tachtig. De meeste studenten gebruiken er boeken die nog van vóór het embargo dateren. De artsen klagen dat hun technieken verouderd zijn en vragen buitenlandse bezoekers om medische vakbladen. Universiteiten die hun bibliotheken vroeger elk jaar aanvulden met duizenden boeken uit Europa en de Verenigde Staten krijgen er nu nog maar een paar honderd per jaar, de meeste uit de Arabische landen.

Maar dankzij internet beginnen de Irakezen het gevoel te krijgen dat ze weer in contact staan met de buitenwereld. Een internetcentrum als dat in de Saadounstraat in Bagdad, waar Hassan Rubayaa druk bezig was een e-mail te verzenden aan een van zijn nieuwe zakelijke contacten, krijgt gemiddeld tweehonderd bezoekers per dag.

Elk e-mailtje kost 13 eurocent, maar wie het geld heeft kan voor 55 euro een jaarabonnement krijgen op de staatsprovider. Vanuit je eigen huis kun je wel mailen, maar nog geen internetverbinding tot stand brengen. Volgens buitenlandse IT-consultants in Bagdad komt dat doordat de regering nog niet vertrouwd is met de software die nodig is om het internetgebruik te censureren.

Bij de internetcentra kost een uurtje websurfen 1,10 euro, wat voor de meeste Irakezen veel te duur is. De regering is de grootste werkgever en het gemiddelde maandsalaris van een ambtenaar bedraagt 6,50 euro.

Rana Sabah (24) werkt als secretaresse bij een particuliere onderneming, waar ze genoeg verdient om het geld bijeen te sparen voor een Pentium III-computer van 495 euro.

'Ik heb een computercursus gevolgd en ik heb een e-mailverbinding thuis', zegt ze. Ze kampt niet alleen met oplopende rekeningen, maar ook met haar gebrekkige Engels als ze in het internetcentrum over het net surft. 'Maar het is belangrijk zoveel mogelijk kennis op te doen voordat het embargo wordt opgeheven en Irak weer bij de rest van de wereld zal horen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden