Internet is voor ondertitelaars een zegen

Hoe vertaal je het kakofonische geschreeuw van deelnemers aan de Jerry Springer Show? Wat doe je met een Engelse woordgrap?...

Met de komst van allerlei nieuwe kanalen is het aantal ondertitelaars het afgelopen decennium zo'n beetje vertienvoudigd. Niemand weet exact hoeveel film- en televisievertalers er zijn in Nederland, maar waarschijnlijk rond de vierhonderd. Een aparte opleiding om dit beroep te leren bestaat niet; bedrijven selecteren hun vertalers zuiver op kennis en talent. Het is echt een vak dat je moet liggen. Ervaren en/of gediplomeerde vertalers blijken de kunst soms niet onder de knie te krijgen.

Een groot deel van de beroepsgroep bestaat uit freelancers die hun titels thuis maken, op eigen apparatuur of een van het bedrijf geleende 'prep-unit'. Bij het nieuwste systeem heeft de ondertitelaar beeld en geluid - via een op de computer aangesloten videorecorder met koptelefoon of geluidsboxjes - en kan hij zijn titels intikken op hetzelfde scherm waarop hij de videoband van het programma bekijkt. Overigens is die computer niet meer dan een gewone pc, voorzien van speciale software en een aangepast toetsenbord.

Tot 1982 is er bij de omroep gewerkt met kartonnen kaarten waarop de afzonderlijke titels getypt waren. Deze titelkaarten werden één voor één live in beeld gebracht. Legio zijn de anekdotes van medewerkers die vlak voor uitzending met een bak kaarten in de hand van de trap vielen of uitgleden in de modder, zodat de hele boel door elkaar lag ('Even geduld a.u.b.'). Of van titelregisseurs die aan het eind van de film een stapeltje kaarten over hadden.

Tegenwoordig voert de ondertitelaar op zijn prep-unit zelf de tijdcodes in om elke titel op het juiste moment in en uit beeld te laten verschijnen. Dit zogenaamde 'spotten' neemt een flink deel van de werktijd in beslag omdat de band telkens stilgezet en indien nodig beeldje voor beeldje terug- of vooruitgespoeld moet worden. Zo wordt bij een scènewisseling op 1/25ste seconde nauwkeurig gespot.

Een revolutie die Ondertitelaar! zelf heeft meegemaakt is de komst van internet. Voorheen moest je uiterst goed zijn ingevoerd in de Engelse en Amerikaanse cultuur om niet geregeld te stuiten op een naam of term die je niet kende en die in geen woordenboek of encyclopedie te vinden was. Dan was het bellen met een hengelsportzaak, Shakespeare-concordanties doorvlooien, naar de openbare bibliotheek voor een boek over vliegtuigtechniek of Disneyfans uit de kennissenkring raadplegen. Een ondertitelaar kan immers alles voor zijn kiezen krijgen: een krimi waarin een studente medicijnen opeens hele passages gaat voorlezen uit haar anatomieboek of een pornofilm waarin men een acteur, kennelijk om de film een semi-intellectueel cachet te geven, een boom laat opzetten over de Franse filosoof Derrida.

Internet heeft het leven van de ondertitelaar veel gemakkelijker gemaakt. De vraag of een bepaald type Smith & Wesson een pistool is of een revolver, is online in een oogwenk beantwoord. En als je opeens een aflevering krijgt voorgeschoteld van Buffy the Vampire Slayer, zonder de serie te hebben gevolgd, geeft internet alle noodzakelijke achtergrondinformatie over het plot en de personages. Het when in doubt, leave it out kan binnenkort worden bijgezet als een gevleugeld ondertitelaarsgezegde uit het verleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden