Internet is het permanente carnaval

Internet is een paradijs voor het individu. Het bevrijdt ons van ouderwetse omgangsvormen. Maar ook kunnen we de realiteit uit het oog verliezen en opstijgen tot een hoogte waar we voor iedereen en zelfs voor onszelf onbereikbaar zijn, meent Francisco van Jole....

SHARON Lopatka wilde vermoord worden. Ze woonde met haar man in een slaapstad bij Baltimore, had veel vrienden en was kortom een hele gewone vrouw. Behalve op internet. Zo rustig als haar alledaagse bestaan was, zo extreem was haar andere leven. Op internet vertelde Sharon dat ze in pornovideo's speelde, en hing ze rond op sm-sites waar ze zich voordeed als een blondine van 1 meter 70 en 55 kilo.

In werkelijkheid was ze tien centimeter korter en dertig kilo zwaarder. Sharon Lopatka was op internet wie ze wilde zijn - niet wie ze was.

In de nazomer van 1996 trof ze op een chatkanaal Robert Glass. Hij werd de minnaar met wie ze per e-mail fantaseerde over de manier waarop hij haar eerst zou martelen en dan zou doden. Uiteindelijk zocht Sharon hem op en gebeurde wat zij wilde. Glass begroef haar in de achtertuin.

Tijdens de rechtszaak drie jaar later, bleek het nog altijd onmogelijk te achterhalen wat er precies was gebeurd. Glass stelde dat hij Sharon niet doelbewust vermoord had. Zij had volgens hem zelf het touw om haar nek gedaan toen ze gingen vrijen en in extase hadden ze het samen strakgetrokken. 'Ik wilde haar niet vermoorden, maar op het eind was ze dood.'

Glass werd in februari van dit jaar schuldig bevonden aan doodslag en veroordeeld tot drie jaar cel. Verder kreeg hij 21 maanden straf voor het bezit van de kinderpornoplaatjes die de politie op zijn computer had aangetroffen. Ook dat had niemand uit zijn omgeving achter de keurige Glass gezocht.

Het bizarre verhaal over Sharon Lopatka trok wereldwijd aandacht omdat voor het eerst internet direct betrokken leek bij een moord. Was het 'verderfelijke' nieuwe medium schuldig, of had 'het net' juist geholpen bij het oplossen van de moord? Maar interessanter nog dan die vraag is een ander aspect: de invloed die internet heeft op de menselijke geest en de worsteling tussen wie we zijn en wie we zouden willen zijn. Want voor Lopatka en Glass was internet zoiets als het drankje dat Dr Jekyll in staat stelde mr Hyde te worden.

In al hun extremiteit zijn Lopatka en Glass ondertussen heel 'gewoon'. Gebruikers van internet doen zich graag anders voor dan ze zijn. Dat ligt niet alleen aan hen, maar ook aan het medium. Soms is het alsof het netwerk een fata morgana genereert van de gewone wereld, verleidelijk echt, maar zonder enige relatie met wat het lijkt.

De manier waarop we communiceren op internet lokt het afwijkende gedrag uit, of stimuleert het zonder dat de gebruiker dat zelf in de gaten heeft. Er is geen zintuiglijk contact, en dus geen non-verbale feedback. Chat en e-mail kunnen intens zijn, maar missen corrigerende blikken, gefronste wenkbrauwen, zichtbare twijfels, of bedachtzame stiltes.

Dat allemaal lijkt de geest te verlossen. Alle remmen kunnen los. Fantasieën of gedachten die anders onuitgesproken blijven, worden geuit. De 'ander' is alleen maar in de verbeelding aanwezig en dat neemt psychologische en sociale barrières weg. En het gevoel van vrijheid wordt nog versterkt doordat de internetgebruiker de wereld afreist zonder zijn stek te verlaten. Men wordt er vrijmoedig van. Zoals je in de intimiteit van je eigen huiskamer makkelijker een persoonlijk gesprek voert dan in een vreemde, kille ruimte.

Internet lijkt aldus nog het meest op het decor van de klassieke psychoanalyse. De patiënt ligt comfortabel op de sofa en de psychiater zit buiten het gezichtsveld. Van een echte dialoog is amper sprake, de patiënt moet in staat worden gesteld zijn geest te laten gaan zonder gehinderd te worden door de blikken van de arts. De bureaustoel is de sofa, het scherm de analist.

Tegelijkertijd moet de gebruiker op internet als het ware een soort emotionele megafoon hanteren. Omdat er geen directe respons is, worden standpunten scherper verwoord dan in een 'normale' gedachtewisseling. Zoals men in een lawaaiige omgeving harder gaat praten. Maar zoals schreeuwen meestal de communicatie niet ten goede komt, zo werkt ook deze versterking funest.

In mei 2000 voorspelde Disney-topman Michael Eisner de ondergang van bedrijven als gevolg van ondoordacht gebruik van e-mail. 'Ik heb recent geconstateerd dat de intensiteit van emoties binnen ons bedrijf hoger is dan gebruikelijk. Ik ben er van overtuigd dat e-mail er de oorzaak van is. Elk conflict dat losbarst, lijkt zijn oorsprong te vinden in een misverstand over een e-mail.'

Er zijn in bedrijfsomgevingen regels te bedenken die de e-mail-uitwisseling minder conflictgevoelig maken, zoals een verbod op het uiten van beschuldigingen. Die maatregelen doen niets af aan het feit dat internetcommunicatie kennelijk met gedragsveranderingen gepaard gaat.

Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat er, bij gebrek aan feedback, een opwaardering van het zelfbeeld ontstaat. De gebruiker heeft de wereld aan zijn vingertoppen en niets lijkt hem te kunnen tegenhouden. De wereld op het scherm is er bij de gratie van de gebruiker. Als de afstandsbediening de tv-kijker in staat stelt zijn eigen aanbod te regisseren, dan is de muis het symbool voor bijna totale wereldheerschappij. De toon in online-discussies is vaak veel hoogdravender en meer op de spits gedreven; er bestaat zelfs een speciale term voor: flame-war.

De versterking van het zelfbeeld past in de al voor de opkomst van internet ingezette trend van individualisering. In de VS is dat geculmineerd in het streven van het individu zichzelf als 'merk' te zien. Het individu is zijn eigen 'zijn' ontstegen. Het gaat verder dan ego-centrisme. Zoals het begrip natie in zijn alomvattendheid boven de geografische grenzen of bevolking uitstijgt, zo ontstaat er een soort ego-natie. De zonnekoningin Louis XIV was naar de huidige maatstaven vrij bescheiden toen hij verklaarde 'L'état, c'est moi'. Het adagium van de internet-gebruiker lijkt te zijn: de wereld, dat ben ik. En mijn homepage is mijn paleis.

Die trend valt ook af te leiden uit de gangbaarheid van het gebruik van zogeheten 'handles' en 'nicks'. Chatten doe je niet onder eigen naam, maar met een verzonnen identiteit. In serieus bedoelde chatrooms als 'Books & Literature' bij Yahoo komt men dus personen tegen als: al-cumcraving-slut; crazy-gemini-girl-4no1; cute-baba007; cutegirl19-4u-pic; dasher-guy; niceboy4ugirls en morebeerbitch.

Dit is een wereld die geen enkele band meer vertoont met het feitelijke bestaan, het is een orgie van de vrije gedachten en een hang naar wat niet kan zijn. Een soort massale schizofrenie. Er zijn maar weinig individuen die zich in het gewone leven aan vreemden zullen voorstellen als 'cumcraving slut' of 'fantasy man'. Op internet is het eerder regel dan uitzondering. We vluchten niet meer uit de werkelijkheid door een boek of een film tot ons te nemen, maar door zelf een werkelijkheid te creëren waarin wij als ego-natie centraal staan.

Natuurlijk, het kiezen van een naam is onderdeel van een spel, maar dat spel bepaalt wel het aangezicht van internet. Het netwerk lijkt een carnaval. En dan niet een paar dagen per jaar. Internet is het permanente carnaval.

Positivisten zeggen dat internet de ultieme emancipatie biedt. Een wereld waarin iedereen kan zijn wie hij wil. Waarin de mens zichzelf beter leert kennen. Daar tegenover staat dat je geen overdreven somber mens hoeft te zien om de paralellen waar te nemen met de nadagen van het Romeinse rijk, toen zelfoverschatting prevaleerde boven inzicht.

Goed of slecht, de ego-trend is op alle fronten zichtbaar. Het coöperatieve karakter dat de basis vormde voor het ooit academische netwerk is aan het veranderen. Er wordt nog wel samengewerkt, maar het belangrijkste doel is het oppompen van het eigen ego. Saillant voorbeeld is de krankzinnig populaire site amihotornot.com waar gebruikers foto's van zichzelf plaatsen om zich te laten keuren.

Misschien is het onverstandig om zulke sociale ontwikkelingen te koppelen aan een technisch fenomeen als internet. De telefoon wordt ook voor uiteenlopende doelen gebruikt, van sekslijnen tot noodoproepen, zonder dat een van die toepassingen een norm is voor de rol van het medium in het maatschappelijk verkeer. Aan de andere kant heeft dat andere medium, televisie, ons wereldbeeld veranderd. Tv-kijkers blijken wildvreemden die ze op de buis zien tot hun kennissenkring te rekenen. Je laat ze immers toe tot je huiskamer en slaapkamer. Het zijn ideale vrienden, want ze maken nooit ruzie met je en zijn er altijd.

Internet is voor je zelfbeeld wat tv is voor je vriendenkring. Een vriendin van me die zich via een webcam aan de wereld toont, bekende dat ze gehecht was aan alle vleiende reacties. 'Ik heb nog nooit zoveel complimentjes gehad. Het is een geweldige permanente ego-booster.'

Internet is een paradijs voor het individu. Het bevrijdt ons van ouderwetse omgangsvormen. Maar ook kunnen we de realiteit uit het oog verliezen en opstijgen tot een hoogte waar we voor iedereen en misschien zelfs voor onszelf onbereikbaar zijn. Lopatka en Glass waren niet representatief voor de gemiddelde internet-gebruiker. Maar wat ze deden, is wellicht minder ver van ons verwijderd dan we zouden wensen. De verbeelding die het duo aanwendde, ligt in ons allemaal verscholen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden