Internet breekt de overheid open

Na de komst van de krant en de tv is de overheid steeds openbaarder geworden. En het zal nog verder gaan....

TOEN de krant werd uitgevonden, veranderde het politieke bedrijf rigoureus. Tot dan stond de machtelozen niets anders te doen dan de macht te ondergaan. Maar dankzij de krant konden ze het doen en laten van de machthebbers volgen, en daardoor beïnvloeden. De publieke opinie ontstond, en na een paar eeuwen was er geen machthebber meer die zonder kon.

Ook de opkomst van tv had enorme invloed op het overheidsbedrijf. Zonder tv zou Ronald Reagan nooit president van de Verenigde Staten zijn geworden. Waarschijnlijk zouden zelfs de meeste presidenten van na 1960 een andere naam hebben gehad, want sindsdien is tv de doorslaggevende factor bij de verkiezingscampagnes.

Door de komst van de krant en de tv werd de overheid telkens een flinke stap openbaarder, en het lijkt voorspelbaar dat de opkomst van internet opnieuw een impuls zal geven tot grotere openbaarheid. Premier Kok schitterde in het digitale tijdperk vooral door zijn onvergetelijke act met de muis (die hij als een zapper op het scherm richtte), maar ook hem is het niet ontgaan dat internet een serieuze zaak is die de overheid raakt. Anderhalf jaar geleden stelde hij daarom een commissie in om die gevolgen te onderzoeken.

De Commissie Toekomst Overheidscommunicatie, die naar haar voorzitter commissie-Wallage wordt genoemd, komt maandag met haar eindrapport, en dat zal ongetwijfeld vol torenhoge ambities staan. Hét voorbeeld van de commissie is natuurlijk de vorige commissie die de overheidscommunicatie onder de loep nam. Die commissie onder voorzitterchap van 'Open' Barend Biesheuvel was de grondlegger van de Wet Openbaarheid Bestuur.

Het rapport van de commissie-Wallage zal vol staan met loftuitingen op 'interactief bestuur'. Dankzij internet zal de burger in een supervroeg stadium, namelijk als de ideeën nog moeten worden gevormd, kunnen meedenken met de ambtenaren en politici. Weg met de ouderwetse inspraak achteraf, die door iedereen werd gevoeld als weinig meer dan democratische cosmetica.

Uit de discussie die Wallages commissie nu al op internet organiseert (waarmee Wallage meteen de uitvinder is van de interactieve commissie), blijkt een enorme honger naar meer invloed van de burger, naar betrokkenheid. Overheidsstukken moeten zo snel mogelijk openbaar worden, zodat alle betrokkenen en geïnteresseerden kunnen meediscussiëren.

Maar volgens René Monnikhof, bestuurskundig onderzoeker aan de Universiteit van Delft, zit die honger naar betrokkenheid niet bij de burgers, maar juist bij de bestuurders. 'Vroeger was er wel een grote interesse in wat bestuurders deden, maar nu wendt iedereen zich ongeïnteresseerd af. De roep om interactief bestuur komt niet van onderop, zoals jaren geleden de roep om inspraak, maar van de bestuurders zelf. Die worden wanhopig en roepen: praat in godsnaam met ons.'

De Amsterdamse politicoloog Philip van Praag valt hem bij. 'Interactief bestuur heeft niet zozeer te maken met gewone mensen meer invloed geven. Het heeft er veel meer mee te maken dat er niet meer automatisch een draagvlak is voor beslissingen van de overheid.' Dat is een probleem van de bestuurder, niet van de bestuurde.

Monnikhof beschouwt internet niet als breekijzer om een nieuwe bestuurlijke structuur te forceren. 'Het zou wel kunnen. Je zou voor elke belangrijke beslissing een referendum via internet kunnen uitschrijven. Maar dat zal niet gebeuren. Nederland loopt qua bestuurlijke vernieuwing ver achter; de laatste 125 jaar is er niks meer veranderd. Geen land in de wereld waar de burgermeester niet wordt gekozen, het staatshoofd en de premier niet worden gekozen, en waar geen referendum bestaat.'

Voor interactief besturen is internet trouwens helemaal niet nodig. 'De Brede Maatschappelijke Discussie over kernenergie die in de jaren tachtig werd gehouden, dat was interactief besturen.' Of die miljoenen vergende discussie ook effect had, is niet geheel duidelijk. Niet de inspraak, maar de plof in Tsjernobyl, drie weken voor de verkiezingen van 1986, nekten de plannen om er kerncentrales bij te bouwen.

Wallage en de zijnen zullen maandag niettemin een heel bouwwerk presenteren voor interactief bestuur. Omdat communicatie 'in het hart van het beleidsproces' moet komen, moet 'communicatie' ook beter worden gereguleerd. Al eerder zijn er ideeën geopperd voor een beroepscode voor voorlichters, en zelfs voor een Communicatiekamer, naar analogie van de Rekenkamer. Uiteindelijk wijst de commissie dat allemaal af, en legt ze veel meer macht in handen van de Rijks Voorlichtings Dienst.

De grote verdienste van 'Wallage' grijpt terug op Biesheuvels WOB. De WOB bepaalt dat 'belanghebbenden' (onder wie journalisten) stukken kunnen opeisen (passieve openbaarheid). Dat duurt vaak maanden, en vergt soms een gang naar de rechter. Wallage gaat voorstellen al die stukken die onder de WOB vallen, te publiceren. Dat zou een behoorlijk verregaande openbarisering van het bestuur betekenen (actieve openbaarheid). Voor dat plan is internet de voorwaarde. Elk document kan zo op een website worden gekwakt, zoekmachine erbij, en klaar is Kees.

Veel moeilijker wordt het als internet wordt ingezet om reacties te krijgen. Een voorproefje kreeg de Tweede Kamer dit voorjaar, toen er plannen waren om de frequenties van commerciële radiozenders te veilen. De Kamer werd platgemaild, dankzij een campagne van de radiozenders. Dit maakt duidelijk dat er een afdoende back-office moet zijn die de reacties kan verwerken als internet in welke vorm dan ook wordt ingezet.

Er kleeft nog een probleem aan deze nieuwerwetse inspraak. Monnikhof: 'De ouderwetse inspraak was al vooral iets voor blanke, hoger opgeleide, welvarende mannen. Maar de groep die deelneemt aan internetdiscussies, is gemiddeld nog blanker, nog hoger opgeleid, nog welvarender, nog mannelijker.'

En als de overheid echt gaat luisteren naar haar meedenkende burgers, wat dan? Wat moeten we dan nog met een Tweede Kamer en met een gemeenteraad? Dat immers zijn de organen die officieel de volkswil vertegenwoordigen. Als die volkswil plotseling een veel directere route kiest, wat kan de volksvertegenwoordiger dan nog anders dan instemmen?

De commissie zal volksvertegenwoordigers dan ook adviseren óók in een vroeger stadium de discussie met de minister (of wethouder) aan te gaan. Maar onderzoeker Monnikhof toont zich ook hier somber over. 'Bij interactief beleid verschuift de macht van de volksvertegenwoordiging naar de ambtenaren en bewindspersonen.' Al moet ook de sceptische onderzoeker toegeven dat er flinke winst zit in het idee om alle overheidsstukken die onder de WOB vallen, actief te publiceren. 'Dat geeft mensen wel breekijzers in handen om een tegenmacht te vormen', erkent hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden