Internet begint eigenlijk net

De crash op de digitale snelweg leert dat de Nieuwe Economie zich niet onttrekt aan de spelregels van de oude: een bedrijf mag verlies maken, maar niet te veel en niet te lang....

ELKE ramp trekt ramptoeristen. De wrakken van de internetbedrijven liggen nog nasmeulend in de berm van de digitale snelweg, zo tekende de illustrator van de Volkskrant vrijdag. En het publiek, aangevuurd door de media, vergaapt zich op veilige afstand aan het leed. Soms met vermaak, want kwam hoogmoed niet voor de val?

Maar de vijanden van de vooruitgangsgedachte moeten niet te vroeg juichen. De toekomst voor de Nieuwe Economie ziet er nog steeds zonnig uit, al zullen we ongetwijfeld nog een dalletje door moeten gaan.

Er is natuurlijk wel wat aan de hand. Belegggers en investeerders zijn bij zinnen gekomen, en op de beurs is de ballon van overwaarderingen voor de IT-sector inmiddels doorgeprikt. De weg naar het snel geld verdienen is daarmee afgesneden. Een startende ondernemer zal veel moeilijker geld kunnen lospeuteren van investeerders, of hij nu bloembollen of internetdiensten wil verkopen.

Wat deze crash op de snelweg leert, is dat de Nieuwe Economie zich niet onttrekt aan de spelregels van de oude. Het gaat in het bedrijfsleven nog steeds om winst. Verlies maken mag elk beginnend bedrijf, maar niet te veel en niet te lang alstublieft. Elke verstrekker van durfkapitaal weet dat er in de eerste, zeg maximaal drie, jaren van een startende onderneming (startup) meer geld uitgaat dan er binnenkomt, maar dat als er eenmaal evenveel binnenkomt als er uitgaat, de opgepotte verliezen ook weer binnen een paar jaar terugverdiend moeten worden. Pas daarna kan de investeerder rekenen op een mooie verkoop van zijn belang, en winstgevend uit het bedrijf stappen.

De hype van de afgelopen twee jaar kon ontstaan doordat de beurs het mogelijk maakte dat deze regel werd vergeten. De investeerder kon immers altijd wel geld maken door zijn belang in de start up al heel snel op de beurs te verkopen. Er waren voldoende verdwaasde beleggers te vinden die ervoor wilden betalen, zelfs al was het bedrijf in kwestie zwaar verliesgevend en feitelijk kansloos. Dat is nu voorbij.

Het zijn met name de internet-bedrijven die zich richten op de consumenten, de zogeheten BtoC-dotcommers, die het trucje niet meer kunnen uithalen. Deze sector heeft de verwachtingen niet kunnen waarmaken. Consumenten vinden internetdiensten leuk, maar willen er nog steeds niet te veel geld aan uitgeven.

Maar is nu het belang van internet, en de kansen daarmee voor nieuwe dotcom-ondernemingen, gemarginaliseerd?

In het geheel niet. Laten we niet vergeten dat de beurscrash van 2000, die al in maart vorig jaar begon met het drama op de technologiebeurs Nasdaq, niet is gevolgd door een dramatische economische recessie. In alle industrielanden worden nog steeds aardige groeicijfers geboekt. Bedrijven in de markt voor de informatietechnologie leveren daar een belangrijke bijdrage aan. Dat kan alleen als er geld mee verdiend wordt, en dat gebeurt al elke dag.

Er valt heel goed geld te verdienen op een (nieuwe) markt, ook als de afnemer nog niet betaalt. Commerciële tv-zenders en verwante (productie)bedrijven brengen de kijker niets in rekening maar zijn toch in staat een heel behoorlijke omzet en winst te genereren dankzij advertenties en sponsorinkomsten. Internetbedrijven kunnen met diezelfde inkomstenbronnen straks uit de voeten, mits er voldoende gebruikers komen voor internetdiensten en -producten.

Komen die er ook? Het afgelopen jaar was wat dat betreft, ondanks de beursval, onthullend. De groei van het internetgebruik in Nederland was nog hoger dan de voorspellingen - in de komende maanden wordt de mijlpaal bereikt dat in tweederde van de huishoudens regelmatig wordt gesurft. De penetratie van massamedia als radio en televisie, bijna 100 procent, is daarmee binnen bereik - en dat met een historie van zeven jaar, want pas in 1994 kwam internet in zijn huidige vorm (het thuis 'surfen' op een gewone pc met de muis) tot de beschikking van het grote publiek.

Ter vergelijking: de mobiele telefoon werd eind jaren tachtig al landelijk ingevoerd, maar werd pas in de tweede helft van het vorige decennium populair. De televisie werd in Nederland begin jaren vijftig geïntroduceerd, en haalde pas in de jaren zeventig zijn huidige bereik. Kortom, het duurt even, maar internet onderscheidt zich zeker niet negatief.

Websurfers zitten in Nederland nu al gemiddeld zeven uur per week achter de pc, in de Verenigde Staten tien uur. Dat zijn gebruikscijfers die zich met televisie laten vergelijken. Het geeft aan dat het gedrag van consumenten dramatisch snel en veelomvattend aan het veranderen is. Consumenten die bijvoorbeeld financiële informatie zoeken, zoals beleggers, stappen nu massaal over naar internet. Sinds drie jaar hebben de klassieke media in deze markt, zoals kranten en beleggingsbladen, het moeilijk: ze worden minder geraadpleegd. Maar het gebruik van internet als informatiebron door beleggers is verdrievoudigd. Voormalig Oracle-topman Loek van der Boog zei het onlangs in Het Financieele Dagblad zo: 'Het afgelopen jaar was slechts geruis op de lijn. De grote impact van internet moet nog komen.' En zo is het: internet biedt enorme kansen, zolang ondernemers en beleggers de aloude wetten van markt en economie niet vergeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden