Internationale architecten roemen flexibiliteit bij inrichting nieuw stadsgebied de Resident Het Haagse stadshart wordt compact, maar het duurt nog even

De sloopkogels en hijskranen zijn nog steeds niet uit het stadsbeeld van Den Haag verdwenen. Het puin stapelt zich op tussen Centraal Station en het maagdelijk witte stadhuis....

Van onze verslaggever

Jaap Huisman

DEN HAAG

De Resident, zoals dit terrein is gaan heten, gaat niet alleen het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en een deel van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) herbergen, maar moet ook de schakel worden tussen Centraal Station en binnenstad. Tot dusver heeft het Den Haag daar aan een logische verbinding ontbroken. Om het station, dat nu grenst aan een weiland, bij de stad te betrekken, wordt de hoofdingang een kwartslag gedraaid. Die ingang wordt aangeduid met een reusachtige autoruit, tegelijk de gevel, als een futuristisch decor voor trams die er in en uit schieten.

Afgelopen week verzamelden de architecten en stedebouwkundigen zich voor een laatste werkbespreking in het Haagse Promenadehotel, waar ze niet onbelangrijke aspecten als steensoort, kleur en het daklandschap van de Resident bespraken. In het relatief kleine gebied met een expressieve architectuur zijn samenhang en ritme onontbeerlijk, zei architect Sjoerd Soeters. Soeters neemt een van de belangrijkste brokstukken voor zijn rekening, een drieledig kantoor dat zich over de trambaan van de Muzenweg spant en vermoedelijk een deel van OCW zal huisvesten.

Projectontwikkelaar MAB heeft de finefleur van de (internationale) architectuur voor de Resident uit de mappen geplukt, en de ontwerpers gaven woensdag ook allemaal acte de présence om de laatste schetsen of de nieuwste veranderingen door te geven aan de projectpartners. De Oostenrijker Rob Krier bijvoorbeeld, die publiekelijk zijn twijfel beleed over het formaat ramen in zijn toren en op voorhand al ongelukkig was met de arcade die hij had bedacht. Maar, zei een collega, die zelfkritiek en geveinsde onzekerheid van Krier zijn vaste prik op de bijeenkomsten.

Krier, die het masterplan voor de Resident tekende, voorspelde dat de wijk een 'gelukkige collage van verschillende dingen zal worden'. Hij prees de Nederlandse flexibiliteit waardoor zomaar straten verlegd kunnen worden of een plein kan worden toegevoegd. 'Als je één detail aan een plan wilt veranderen, loop je een vertraging van twee jaar op. In Duitsland bestaat een regel dat bij een veertig meter hoge bebouwing een straat minstens twintig meter breed hoort te zijn, waardoor besloten straten niet voorkomen. In feite zijn alle Duitse straten daarom langgerekte pleinen.'

Het tegendeel is het geval in de Resident. Daar leidt een nauwe stadstraat de voetganger vanaf het station richting Spui, en halverwege verbreedt de straat zich in een hoefijzervormig plein dat wordt afgesloten met de achthoekige toren van Krier.

Stedelijk compact is de gemeenschappelijk noemer voor de kantoor-, woon- en winkelwijk die in 1999 gereed moet zijn. Het mag daarom een wonder heten dat er achter de stadsappartementen toch nog besloten tuinen worden aangelegd, evenals binnenhoven (met houten vlonders) tussen de ministeries. De Amerikaanse architect Cesar Pelli, belast met het ontwerp van de toren voor de verzekeringsmaatschappij Zürich (de toekomstige buurman van de ministeries), kan zich wereldwijd geen vergelijkbare stedebouwkundige werkwijze voor de geest halen. 'Het feit dat we allemaal in dezelfde sfeer werken, en dat er bij voorbaat al zoveel rekening wordt gehouden met degenen die er moeten gaan werken en wonen. Over elk vormgevend onderdeel wordt nagedacht.' De werkbespreking getuigt daarvan. Geglazuurde bakstenen, lateien, klinkers, ja zelfs de boom die het middelpunt moet vormen van de Rotunda (een rond plein), staan vast.

Met de kunstzinnige impressies en op de denkbeeldige tocht die we door de maquette maken, ziet de Resident eruit als een combinatie van Italiaanse piazza's - de inbreng van de Florentijnse stedebouwkundige Adolfo Natalini, ook te hulp geroepen in Groningen - en Amerikaanse hoogbouw. Het karkas van het Transitorium wordt door de Amerikaanse postmodernist Michael Graves, een persoonlijke keus van MAB-directeur A. Meijer, aangekleed met een 'neo-oud-Hollandse puntgevel'. De bijnaam snelt het complex al vooruit: Twin Peaks.

Die twee pieken van Graves, de Zürich-toren van Pelli, de achthoek van Krier en de drieëenheid van Soeters omklemmen zo'n driehonderd woningen in het topsegment van de huur/koopmarkt, want dit stukje Den Haag behoort tot de duurste bouwgrond van Nederland.

Soeters vindt het een prae dat er voor dit ambitieuze project een beroep is gedaan op internationale bouwmeesters. Nederland, benadrukt hij, is sinds jaar en dag in de ban van modernisme/functionalisme, en dat mag dan zijn waarde hebben bewezen in voor- en slaapsteden, voor een beknopte stadswijk moet er uit andere vaatjes worden getapt. Het zijn juist de Amerikanen en de Italianen die de traditionele Nederlandse bouwcultuur onder een vergrootglas hebben gelegd en er een nieuwe interpretatie aan geven.

Wordt de Resident een architectuur-kermis? Geestelijke vader Rob Krier loopt zich al warm voor kritiek van die strekking. Een andere, open, vraag is of deze nieuwe, expressieve stadspoort niet erg afsteekt bij de laffe architectuur ernaast met de woonkazerne Zwarte Madonna, en de gebouwen van Justitie en Binnenlandse Zaken. Soeters voorziet enig gesleutel aan die Zwarte Madonna, terwijl de huidige rijksbouwmeester er geen been in ziet de sloopkogel ook richting ministeries te slingeren.

Nee, die stad is voorlopig niet af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.