Internationaal Strafhof stuit op politieke geschillen

Alleen met een keizersnede lijkt de diplomatieke conferentie in Rome nog te kunnen bevallen van een internationaal strafhof. De onderhandelingen staan onder geweldige tijdsdruk....

Van onze verslaggever

Rob Vreeken

ROME

'Iedereen is wat somber gestemd', zegt de Nederlandse delegatieleider Theo van Boven. 'Er wordt volop gesteggeld over zaken van secundair belang. Woensdag zaten we op de helft van de vijf weken. Toen leek men opeens te beseffen: het is nu na rust - wat is er in de eerste speelhelft eigenlijk gebeurd?'

De conferentie van 160 staten heeft nog maar één echt besluit genomen: over de zetel van het hof. Als het strafhof er inderdaad komt, zullen 's wereld plegers van genocide, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid - toekomstige Pol Pots en Idi Amins, maar ook geboefte lager in de hiërarchie - voortaan zo nodig worden berecht in Den Haag.

Alleen al de simpele uitdrukking 'zo nodig' bevat kilo's aan explosief materiaal. Het ontwerp-statuut gaat ervan uit dat misdadigers in beginsel door de rechter in eigen land worden berecht. Pas als een fatsoenlijke rechtsgang niet mogelijk is, wordt de zaak overgeheveld naar het internationaal strafhof. 'Complementariteit', heet dat in het ontwerp-statuut.

Het punt is dat het strafhof zélf bepaalt of de nationale rechter op zijn taak berekend is. Een fors aantal landen, vooral in Azië en Noord-Afrika, voelt er niets voor straks verdachten te moeten overdragen, zeker niet als dat bijvoorbeeld militairen van het eigen leger zijn.

Mede daarom houden zij vast aan het in Rome omstreden 'instemmingsrecht' van staten. Volgens dat principe kan de aanklager pas aan de slag als de bij het misdrijf betrokken landen akkoord gaan.

'Maar dat betekent dat de plegers van misdaden zelf kunnen beslissen of zij door het hof worden berecht. Dat is voor ons totaal onaanvaardbaar', zegt Bill Pace, voorzitter van de Coalitie voor een Internationaal Strafhof, waarbij circa achthonderd niet-gouvernementele organisaties (ngo's) uit de hele wereld zijn aangesloten.

Als bijen vliegen de leden van de coalitie dag in dag uit door de gangen van het snikhete conferentiegebouw te Rome. De lobbyisten zoemen rond in de wandelgangen, bestoken de delegaties met suggesties en kritisch commentaar, delen prikken uit en formuleren tekstsuggesties. De ngo's worden volledig geaccepteerd als informele onderhandelingspartner.

Hun aanwezigheid, en de hardnekkigheid waarmee zij vasthouden aan het idee van een volstrekt onafhankelijk hof, bepaalt voor een deel de grillige dynamiek van deze marathonzitting.

Voor een ander deel wordt die bepaald door de 'gelijkgezinde' staten, een groep van ongeveer zestig landen die uit zijn op een krachtig strafhof, niet afhankelijk van de politieke grillen van de Veiligheidsraad of van dubieuze regeringen. De meeste 'gelijkgezinden' komen uit Europa (Nederland hoort er ook toe), Latijns Amerika en de zuidelijke helft van Afrika.

De rest van het gezelschap is zeer divers, maar bevat veel notoire tegenstanders van een onafhankelijke internationale rechter. De VS en China willen via de Veiligheidsraad greep houden op het hof, een aantal ontwikkelingslanden hangt sterk aan het instemmingsrecht. Terwijl voor de rol van de Veiligheidsraad wellicht een compromis te bereiken is, lijkt dat voor het instemmingsrecht niet in het vat te zitten. Mogelijk wordt dat het grote struikelblok van de conferentie.

De vraag is ook: hebben de dwarsliggers überhaupt wel belangstelling voor een internationaal strafhof. Afgelopen week waren het opeens de Arabische landen die de verdenking over zich afriepen de vergadering te 'filibusteren' - met kleine probleempjes eindeloos tijdrekken.

'Sommige landen houden maar vast aan standpunten waarvoor ze de afgelopen twee jaar, op de voorbereidende vergaderingen in New York, geen poot aan de grond hebben gekregen', zegt Lars van Troost, vice-voorzitter van de delegatie van Amnesty International. 'Ik vind dat de gelijkgezinden daaraan geen duimbreed moeten toegeven.'

Maar of zij zo standvastig zullen zijn, dat zal pas de komende twee weken blijken. Hoe harder de slotdatum van 17 juli naderbij komt, hoe groter de druk wordt op de delegaties om knopen door te hakken.

'De gelijkgezinden moeten het erover eens worden waar ze de lijn in het zand trekken', zegt Van Troost. 'Het wordt tijd om te bepalen welke landen ze nog als serieuze partner beschouwen, en op welke landen voorlopig niet gerekend hoeft te worden.'

De keuze is die tussen een zwak strafhof dat steun krijgt van een grote meerderheid van de staten, of een krachtig hof dat aanvankelijk door een minderheid wordt geratificeerd. Zo'n hof zal in de loop der jaren ratificaties bijeen sprokkelen (niet ongebruikelijk bij verdragen). Van Troost: 'Het hof zal zich sowieso langdurig een plaats moeten bevechten. Maar dat geldt voor elke internationale instelling.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden