Internationaal befaamd Kunstcriticus Zwagerman leest

Als hij kunstenaarsreputaties aan de kaak stelde, bezigde criticus Robert Hughes medogenloos proza. Bij herlezing van zijn boutades houd je de adem in.

De Australiër Robert Hughes, op 6 augustus op 74-jarige leeftijd overleden, woonde al bijna dertig jaar in New York toen hij, in 1999, voor een korte vakantie terugkeerde naar zijn geboorteland. Op weg naar een goede plek om te vissen, kreeg hij een auto-ongeluk dat hem bijna het leven kostte. Met zijn huurauto, een relatief kleine en dus frêle Nissan Pulsar, botste Hughes frontaal tegen een robuuste (lees: patserige) Holden Commodere, met drie inzittenden. De drie raakten lichtgewond, maar Hughes' gehuurde Nissan was total loss - 'zelfs een kakkerlak had er niet uit kunnen kruipen', noteerde hij droogjes in zijn memoires Things I didn't know (2006). De internationaal befaamde kunstcriticus, polemicus en chroniqueur zat als een sardine ingeblikt in de bijna grotesk geplette Nissan - alsof de huurwagen al door de platwals van de autosloperij was gegaan.


Twintig minuten na het ongeluk arriveerde een vriend van Hughes. Die constateerde direct dat het slachtoffer uit het autowrak moest worden gezaagd. Hughes, van het ene op het andere moment gereduceerd tot een verzameling inwendige bloedingen en dubbele botbreuken, merkte dat er vocht uit het autowrak sijpelde. Dat vocht was brandstof. De Nissan kon ieder moment exploderen, en Hughes kon de kracht opbrengen om zijn vriend te vragen of hij een wapen bij zich droeg. Dat droeg de vriend. Hughes vroeg of hij hem in zijn schedel wilde schieten, want hij prefereerde de dood door de kogel boven de dood door verbranding. Vlak nadat hij de vraag had gesteld, arriveerde de ambulance. Bijna twee maanden lang lag Hughes op de intensive care.


Hughes' revalidatie duurde maanden; de drie inzittenden van de Commodore kwamen eraf met de schrik en wat snijwonden. De drie bleken kortgeleden te zijn vrijgelaten uit een Australisdche gevangenis, na veroordelingen voor inbraak, afpersing en mishandeling. De drie sleepten Hughes voor de rechter en eisten ieder een astronomisch bedrag aan smartegeld en schadevergoeding. De rechtszaak duurde maar kort omdat Hughes' schuld aan het ongeluk niet kon worden bewezen, maar ook omdat de aanklacht, op het kafkaëske af, te dol was voor woorden.


Maar ook buiten de rechtzaal zouden de drie hem nog geruime tijd achtervolgen. Er waren, aldus Hughes, dan ook genoeg redenen voor de drie om hem te haten. Om te beginnen reed hij dus in die Nissan - typisch zo'n wagen waarin losers zónder strafblad zich verplaatsen. Verder was hij, zo hadden de drie ontdekt, beroemd en gerespecteerd in de VS en Europa. Tot overmaat van ramp had hij voor de BBC en het prestigieuze Time Magazine gewerkt. En het ergste van al: hun tegenligger van die dag was schrijver en kunstcriticus.


Ook ná het ongeluk bleef Hughes hun schietschijf: had hij maar niet zo'n 'fucking elitist cunt' moeten zijn, zoals hij het typeerde in Things I didn't know.


Het strekt tot aanbeveling om spaarzaam om te springen met de bewering dat sommige nonfictie 'leest als een roman', maar voor Hughes' beschrijving van het auto-ongeluk en de bizarre juridische nasleep mag die zin in grote, rode letters op een spandoek. Hughes serveerde de gebeurtenis in Things I didn't know in de hem typerende stijl: deadpan, ieder woord in het gelid, en waar nodig droogkomisch. De Cormac McCarthy van Blood Meridian meets de J.G. Ballard van Crash - zoiets.


De ironie wil dat er enige gelijkenis bestaat tussen Hughes' schrijfstijl en de identiteit van de drie inzittenden van de Commodere op die dramatische dag in 1999. In de Amerikaanse pers trokken journalisten in hun in memoria meer dan eens een parallel met de stijl van Ernest Hemingway: kaal, afgeschraapt, direct, soeverein, no bullshit. Hughes' kunstkritieken waren nooit oubollig, conservatief, laat staan dat hij het verleden verheerlijkte. Wat niet betekende dat de kunst uit het heden hem beviel. Verre van.


Voor de verrichtingen van hedendaagse helden als Damien Hirst, Jeff koons, Tracey Enim en Julian Schnabel kende hij geen genade. Als hij vond dat het nodig was om een reputatie aan de kaak te stellen, bezigde Robert Hughes het soort proza dat als een meedogenloze ex-gedetineerde op je afkomt. Liefst nog rijdend in een Holden Commodore.


Ook bij herlezing van zijn beruchte afrekening met het werk van de jongestorven, zwarte Amerikaanse kunstenaar Jean-Michel Basquiat (1960-1988), te vinden in de verzamelbundel Kritisch, in vredesnaam kritisch (1990) houd je nog altijd de adem in: je leest zijn boutade en even is er het geloof dat het inmiddels gemusealiseerde oeuvre van Basquiat een lot als dat van die gehuurde Nissan Pulsar verdient.


Zo ging Hughes te werk: 'Je staat verstomd van zoveel onnozelheid, want de waarheid omtrent het wonderkind Basquiat is weinig stichtelijk. Het is het verhaal van een klein ongeoefend talent dat, belachelijk overschat door handelaars, verzamelaars, critici en niet in de laatste plaats door hemzelf, gegrepen werd door de promotionele cirkelzaag van de kunstwereld. Deels kwam dat omdat Basquiat zwart was (...). De carrière van Basquiat appelleerde aan een hoop giftige vulgariteiten (...), om te beginnen het rascistische idee dat zwart naïef of als regel onwetend is en dat een zwarte kunstenaar (...) een wild huisdier is voor de pas geciviliseerde blanke.'


Hughes mocht dan vaak 'gevreesd' worden genoemd, over de invloed van zijn kritieken en die van de kunstkritiek in het algemeen maakte hij zich geen illusies: 'Je raakt onvermijdelijk vermoeid als je nadenkt over de rol die critici zouden spelen in onze cultuur. It's like being the piano player in a whorehouse; you don't have any control over the action going on upstairs.'


Dat is niet ongeestig gezegd, maar let op het noest geëtaleerde machismo van de criticus. Alsof wij bleue stervelingen ook maar enig idee hebben dat er, behalve in de strip Lucky Luke (of misschien in Australië), überhaupt nog pianisten aan de slag zijn in bordelen.


Ik had geen flauw benul wie Robert Hughes was toen ik op mijn 17de naar zijn beroemde zesdelige BBC-serie De schok van het nieuwe keek. Die serie droeg voor de 17-jarige die ik was bij aan de ontsluiting van die zo op het eerste gezicht hermetische 20ste-eeuwse kunst. Hughes' zesluik beschouwde ik als hét verhaal van de moderne kunst. Nu, iets meer dan dertig jaar later, zijn alle zes de afleveringen integraal terug te zien op YouTube. Mijn veronderstelling van toen moet te maken hebben met Hughes' presence als presentator en verteller: hier spreekt een autoriteit die het woord 'twijfel' al lang geleden heeft geschrapt.


Het terugzien van De schok van het nieuwe was een avontuur. Robert Hughes spreekt in robuuste zinnen zijn voor- en afkeuren uit, met accenten die elders in de recente kunstgeschiedenis niet worden gelegd. Eén voorbeeld. Hughes waardeert de collages van Kurt Schwitters en toont respect voor het intelligente, verhalende surrealisme van Max Ernst, maar noemt als belangrijkste dadaïst een kunstenaar die ik slechts vaag van naam kende: de Duitse Hannah Höch. Ze was gedurende een paar jaar de echtgenote van Raoul Haussmann - over wie Hughes zich slechts spaarzaam uitlaat. Op een bijna verwijtende toon doceert Hughes voor de camera over haar oeuvre: een schandelijke omissie dat 'de kunstwereld' deze kunstenares niet een ereplaats heeft toegekend.


Triviaal detail: in mijn herinnering was de presentator van De schok van het nieuwe een in donkerblauw colbert gekleed heerschap, het Australische antwoord op de toen jonge Stephen Fry. Helemaal fout. In sommige scènes is Hughes gekleed in een (te) strak leren jasje met (te) wijde kraag, alsof hij op het punt staat een figurantenrol te vervullen in Starsky & Hutch of Charlie's Angels. In die scènes is de voorloper van de Holden Commodore, waarmee Hughes ongetwijfeld de set op was komen rijden, nét buiten beeld.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden