'Interimmers zijn de verkeerde helden'

Zijn externe adviseurs, interim-managers en consultants nu een ramp of zegen voor overheid en bedrijfsleven? Een ramp, meent Marc Oskam, zelf organisatie-adviseur....

Zegt een junior consultant tegen zijn baas: 'Ik heb een gesprek met een potentiële opdrachtgever gehad. Het was erg leuk, ik heb wat tips gegeven en daarmee gaan ze aan de slag. Ze bellen me als er problemen zijn.'

Antwoordt de baas van het grote adviesbureau: 'Hoor eens even, zó houden we de kachel niet brandend! Ga maar terug en probeer er geld aan te verdienen.'

Junior consultant gaat terug naar de klant. Oké, vertelt hij de potentiële opdrachtgever, u heeft dus een probleem. Laten we de administratieve organisatie eens grondig doorlichten. Dat doen vijf man, we maken een rapport à zestigduizend gulden. Volgen stuurgroepen, begeleidingstrajecten en verdere ondersteuning.

Junior consultant gaat terug naar zijn directeur en zegt: 'Ik kom op nu op een begroting van vijf ton.' Directeur begint helemaal te glimmen: 'Jongen, jij leert snel, jij komt er wel.'

Een bevooroordeeld cliché van de adviesbranche? Helaas niet, meent organisatie-adviseur Marc Oskam. 'Zo gaat het bij die grote firma's in zijn werk. Het zijn urenfabrieken.' Oskam werkte zeven jaar voor Ernst & Young voordat hij enkele jaren geleden voor zichzelf begon als Trias-O Consulting.

Zijn analyse van de wereld van organisatie-adviseurs, van interimmers en andere externen die op grote schaal worden ingehuurd voor tijdelijke klussen, is weinig verheffend. De kunst van het vak, zo beweert Oskam, is om de opdrachtgever zo veel mogelijk naar de mond te praten.

'Want ja, hoe gaat dat als je als organisatie-adviseur tijdens een kennismakingsgesprek vraagt wat er aan de hand is? Dan krijg je nooit een eerlijk antwoord van het management-team. Het middenkader is niet capabel, wordt er dan gezegd, of de IT-afdeling zit vol met hobbyisten. De trap wordt van boven naar onderen schoongeveegd. Het management-team bekent nooit zelf: we hebben er een zootje van gemaakt. Terwijl dat vaak wel het geval is.'

Lastpost

Een adviseur komt daarom bij een kennismakingsgesprek voor een tweesprong te staan, legt Oskam uit. 'Hij kan zeggen: ''ja, het ligt aan het middenkader en ik kan helpen het middenkader beter te maken''. Dan ben je een bondgenoot van het topmanagement, dat vinden die directeuren prettig. Maar die aanpak veroorzaakt teleurstelling. Hier geldt de wet van de consultancy. Als je de oplossing snel hebt gevonden, dan heb je niet goed gezocht. Als een opdrachtgever het bij het rechte eind heeft, dan heeft hij helemaal geen adviseur nodig.'

Een goede organisatie-adviseur pakt het volgens Oskam anders aan. Die durft bij een kennismakingsgesprek lastige vragen te stellen. Met het risico dat hem de opdracht niet wordt gegund. 'Inderdaad, 99 van de honderd managers kiest niet voor de vakman. Zo'n lastpost is tien minuten binnen voor het kennismakingsgesprek en ze zitten al onder de blauwe plekken. Eén op de honderd opdrachtgevers heeft lef en durft op de pijnbank te gaan liggen. Dat maakt het voor goede adviseurs moeilijk opdrachten te vinden.'

Bestuurskundige Eelco van Hout vindt het betoog van Oskam onzin. 'Het is wel degelijk een gemakkelijk cliché om te zeggen dat bijna alle organisatie-adviseurs hun opdrachtgevers stroop om de mond smeren', meent Van Hout, die vorige week in Tilburg is gepromoveerd op de rol van interim-management bij de overheid.

'Als Ernst & Young altijd een vooropgezet plan zou hebben om opdrachtgevers te helpen, dan waren ze al lang door de mand gevallen. De opdrachtgevers zijn heus geen doetjes.'

Van Hout vindt dat overheid en bedrijfsleven niet bang moeten zijn voor het inhuren van externe adviseurs en interim-managers. 'Ik denk dat de mogelijkheden van interim-managers zelfs nog onvoldoende worden erkend, zeker bij de overheid. Ze bieden je de mogelijkheid in te spelen op een flexibele omgeving.

'Of het nu gaat om veranderingen in ICT of nieuwe inzichten rondom de Betuweroute, je kunt niet aannemen dat je al die kennis als bedrijf of overheidsinstantie zelf in huis hebt. Die buitenstaanders hebben een frisse kijk en brengen de nieuwste expertise binnen. Daar kun je veel van leren.'

Marc Oskam doet een aantal suggesties. Organisaties moeten zich realiseren hoe afhankelijk ze zijn van externe adviseurs. Eerst zouden ze zelf hun problemen moeten proberen op te lossen. Lukt dat niet, dan is het zaak een adviseur te vinden die durft, niet eentje die meepraat. 'Deze adviseur moet vanaf de zijlijn zijn werk doen, en niet alle initiatief naar zich toe trekken. De opdrachtgever moet zelf de touwtjes in handen houden.'

Daarmee is Van Hout het eens. 'Aan de omgang tussen interimmers en opdrachtgevers schort vaak het een en ander. Goed opdrachtgeverschap moet je leren. Leg duidelijk vast wat je verwacht, wat de speelruimte is. Het is immers nogal wat een deel van je controle uit handen te geven.'

Veel opdrachtgevers nemen een timide houding aan in hun contact met een externe consultant, manager of adviseur. Van Hout: 'Zo'n externe is een erg zelfverzekerd type mens. Daar moet je wel mee kunnen omgaan.'

Boeman

Resteert de knagende vraag waarom Nederland wereldwijd bovenaan staat als het gaat om het inschakelen van interim-managers, externe organisatie-adviseurs en andere consultants. Oskam en Van Hout hebben twee uiteenlopende verklaringen.

Marc Oskam: 'Het is een gewoonte. Organisaties willen de kool en de geit sparen. Als de eerste adviseur het slecht doet, dan huren ze een tweede in uit angst om te kiezen. Dan wordt er gewoon gezegd dat het aan de adviseurs ligt. En ze stellen graag een interim-manager aan die namens de baas moeilijke keuzes mag maken. Die externen laten de spierballen wel rollen, ze zijn toch binnen een halfjaar weer weg. Maar dit zijn de verkeerde helden. Zij verarmen de organisaties.'

Eelco van Hout: 'Het kan absoluut geen kwaad een klassieke verandermanager in te schakelen die zegt waar het op staat. Duur? Helemaal niet, het lijkt mij eerder een koopje. Het is juist slim: er wordt eindelijk eens orde op zaken gesteld, noodzakelijke veranderingen worden doorgevoerd en niemand is beschadigd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden