Review

Intense muziek vecht met dans in Man of the Hour

Bij Galili's Man of the Hour is de muziek zo intens en verfijnd dat de dans daar lange tijd niet overheen komt. Of zou dat de bedoeling zijn?

Man of the Hour, van choreograaf Itzik Galili Beeld Yossi Zwecker

De cesuur komt als het strijkorkestgeweld definitief plaatsmaakt voor kwetsbaarheid.

Terwijl mezzosopraan Anat Czarny achter op het toneel in een spot Dido's klaagzang When I am Laid in Earth zingt, trekt een man die voor haar in het duister op de grond ligt langzaam een bundel touwen met lampen naar zich toe. Moeizaam trekt hij een spoor van licht, licht dat hem in de verte met haar verbindt. Het is het beeld van een last, een lijden misschien wel net zo zwaar als dat van Dido zelf. Zij sterft in Purcells opera van verdriet omdat Aeneas de oorlog heeft verkozen boven hun liefde. Hun verhaal ís Israël, waar strijd alles overheerst en verscheurt.

Choreograaf Itzik Galili (54) werd geboren in dit land van Joden en Palestijnen. Hij begon er op zijn 23ste met dansen, verhuisde (voor de liefde, hij wel) in 1991 naar Nederland en maakte hier internationaal carrière als choreograaf. Eerst vanuit Groningen met NND/Galili Dance en later vanuit Amsterdam met Dansgroep Amsterdam. Daar vertrok hij in 2011 en na successen in onder meer Spanje en Engeland keerde hij terug naar Israël. Man of the Hour (2015), nu op tournee in Nederland, is de eerste choreografie die hij weer op eigen bodem heeft gemaakt. Hij werkte samen met The Israeli Opera en het invloedrijke danshuis Suzanna Dellal Centre, beide in Tel Aviv.

Het stuk moest gaan over Israël, wist hij meteen. Niet zo verwonderlijk, bij zo'n comeback. In Israël heb je sowieso na een paar dagen al het gevoel dat kunstenaars hier tot 'het conflict' zijn veroordeeld; de intellectuele elite is bijna verplicht zich ertoe te verhouden. Bij Galili heeft het geresulteerd in dans die balanceert tussen passie en uitputting, twee krachtige sensaties die in Israël op dit moment, zo lijkt zijn conclusie, hand in hand gaan. De acht dansers, allemaal mannen, stampen, draaien en rennen maar door. Benen scheren veelvuldig in een vechtsportzwiep over andermans hoofd, ze slaan zich op de borst als krijgers. Hun bewegingstaal is krachtig en tegelijk heel vloeiend, net als de choreografie, waarin de heldere, organische ruimtelijke patronen een extra kadrering krijgen door een spel met lichtvlakken en -lijnen. Mooi, hoewel voor Galili-kenners weinig verrassend.

Lastiger is dat de muziek - allemaal zeer bekende werken en daardoor een beetje 'van dik hout zaagt men planken' - zo emotioneel, intens en verfijnd is, dat de dans daar lange tijd niet overheen komt. Tegenover de barok van Purcell, Porpora (het prachtige Parto, ti lascio, o cara) en Händel krijgt de dans een bijna decoratieve functie. Helemaal omdat er nauwelijks fysieke interactie is tussen de zangeressen en de dansers. Of zou het de bedoeling zijn? De mannen als voetnoot bij de vrouwen. Want gezongen wordt er alleen door vrouwen, naast Czarny de sopraan Efrat Ashkenazi. Zíj roepen op tot liefde, de macho's laten hun adrenaline gieren en spieren rollen.

Maar gelukkig ontwikkelt Man of the Hour zich uiteindelijk nog. De cesuur komt met het nerveuze, dreigende eerste deel van Michael Gordons Weather. Dit eigentijdse strijkorkestgeweld maakt definitief plaats voor kwetsbaarheid en - een goed woord in deze voorstelling - feminisering. De mannen hebben hun pakken gaandeweg al uitgedaan (omgeknoopte jassen werden rokken, nu zijn er blote basten), de bewegingen zijn 'balletesker' geworden met lange lijnen en gestrekte voeten en uit de groep maken zich vaker kleine formaties los. En dan is er het duet op Beethovens Mondscheinsonate. Tederheid en geweld, troosten en duwen lijken eerst inwisselbaar, maar dan maakt weerstand plaats voor overgave, worden strijders gewone mensen. Een hoogtepunt, een hoopvol einde.


From Israël with love

Vanwege de magere subsidies in eigen land maken Israëlische choreografen graag carrière in het buitenland.

Itzik Galili is niet de enige Israëlische choreograaf die carrière maakte buiten zijn geboorteland. Er is in Israël veel gaande op het gebied van hedendaagse dans, maar de subsidies zijn mager. Zelfs het boegbeeld, Batsheva Dance Company onder leiding van Ohad Naharin, is financieel afhankelijk van internationale tournees. Nederland is al lange tijd een geliefd 'toevluchtsoord'. In 2002 richtten Guy Weizman en Roni Haver in Groningen Club Guy & Roni op, en ook de choreografen Keren Levi, Liat Waysbort en Mor Shani timmeren flink aan de weg. Allemaal begonnen ze als danser in Israël, bij Kibbutz Dance Company, Bat Dor of Batsheva. Soms studeerden ze vervolgens choreografie in Nederland, aan Codarts in Rotterdam of Artez in Arnhem. Andere graag geziene choreografen in Nederland zijn Sharon Eyal en Gai Behar, die met hun groep L-E-V de wereld veroveren vanuit Tel Aviv, en Hofesh Shechter, nu thuis in Londen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden