Intens, eentonig en liefdeloos

Topsport is in China een Spartaanse aangelegenheid. Talenten brengen hun jonge jaren door op speciale internaten en sportscholen van de staat....

'ALS HET zou kunnen zou ik bij Ajax willen spelen', zegt Tian Yue, terwijl hij zich na het douchen aankleedt. 'Ik zou ook graag met de nationale selectie willen meedoen aan het wereldkampioenschap.' Uit de chaos op zijn kamertje haalt hij zijn schoenen te voorschijn. 'Nederlandse voetballers', klaagt hij, 'hebben veel betere kamers dan wij. En veel meer vrijheid.'

De 23-jarige Pekinees Tian, eigenaar van een kale Ronaldo-kop, speelt in het eerste elftal van Guo An (Nationale Vrede), de roemruchte voetbalclub van Peking die het tegenwoordig niet zo best doet. Vorig jaar mei kon hij zijn Ajax-helden van dichtbij zien: als tegenstanders in een vriendschappelijke wedstrijd in het Arbeidersstadion. 'Ik vond ze geweldig', zegt hij stralend.

Tian leidt het leven van een Chinese topsporter: intens maar eentonig, streng gereglementeerd, en met geduchte afstand tot de leden van het andere geslacht. Van de wereld ziet hij niet veel, ook bij uitwedstrijden niet. Eén keer in de week mag hij naar huis, en de rest van de tijd brengt hij door in het Guo An-complex op het terrein van het Arbeidersstadion, midden in de vervuiling van Peking.

De baas van Guo An, Rong Yiren, is een van de rijkste mannen van China. Tians salaris is voor Chinese begrippen vorstelijk: drieduizend gulden per maand plus premies. Veel Chinese topsporters verdienen per maand niet meer dan vierhonderd gulden, maar kost, inwoning en medische verzorging zijn gratis.

Guo An draait al op bescheiden schaal mee in het internationale transfer-circuit: het heeft twee spelers aan Duitsland verkocht, van wie er één inmiddels terug is, en in Colombia drie spelers aangekocht. Een van hen, een donkere knaap uit Medellín, komt net van de training terug. In het Spaans roept hij dat hij een paar prachtige doelpunten heeft gemaakt. Niemand verstaat hem.

Tian denkt dat hij 600 duizend gulden waard is. 'Maar als speler ben je niet vrij. Tot je 26ste kun je niet zelf beslissen of je weg wilt. Dat kan alleen met toestemming van de club. Als een andere club je na je 26ste wil kopen, kan je eigen club je prijs zo verhogen dat niemand je meer wil hebben.'

Inderdaad, vrij is Tian allesbehalve. 's Avonds om tien uur moeten de spelers terug zijn in hun kamertje, dat ze delen met een kameraad. 'Voor de training is het leven hier goed', erkent hij. En voor de omgang met meisjes? Tian lacht: 'Verboden natuurlijk. Maar ik heb gehoord dat er al drie of vier Chinese clubs zijn waar je 's avonds naar huis mag. Ik droom ervan.'

De kampioenenfabriek van China is de nationale sportschool Shi Cha Hai in Peking, vlak naast het kunstmatige meer aan de noordkant van de Verboden Stad. Sinds haar oprichting in 1958 heeft Shi Cha Hai veertig wereld- en olympische kampioenen voortgebracht. Er worden acht takken van sport onderwezen. Overal in het gebouwencomplex hangen posters over Peking 2008, alsof de toewijzing van de Spelen voor dat jaar een uitgemaakte zaak is.

Tijdens een rondgang door de school heeft alleen al het zien van de fenomenale inspanningen waarin honderden lijven en lijfjes zich uitputten, een afmattend effect. Meisjes en jongens geven een indrukwekkende demonstratie van kung fu, alsof ze aan de zwaartekracht zijn ontstegen. Net een Hongkongse vechtfilm.

In een fitnesszaal stalen compact gebouwde kinderen hun spieren. Een jongen van vijftien drukt 120 kilo de hoogte in. In de gymnastiekzaal doen atleetjes van drie turven hoog halsbrekende toeren aan rekstokken en ringen, op bokken, bruggen, balken en springmatrassen. Een meisje van acht heeft flinke eelt op haar handjes. Iedere dag hangt ze uren aan de rekstok.

'Hier leiden we de toekomstige kampioenen op', zegt een trainster van een groep turnstertjes zakelijk. 'Bij de Spelen van 2008 zijn de meisjes zestien, zeventien jaar. De ideale leeftijd'. Haar piepkleine pupillen zijn niet eens de jongste van wat zich in de zaal staat af te beulen. De kleinste kindertjes zijn vijf. In China kun je als kind niet vroeg genoeg de hoop van je ouders en het vaderland worden.

Elders in de stad is een trainingscentrum voor andere takken van sport. Het heeft net een grondige vernieuwing ondergaan. In een van de zalen bereidt de elite van de Chinese gewichtheffers zich voor op de Oost-Aziatische Spelen van volgende maand in de Japanse stad Osaka. Kerels met kuiten als stalen ballen. Vrouwen die zo te zien hun mannetje staan.

Vanaf de muur roepen koeien van karakters: 'Voor de eer van mijn land' en 'ik heb de republiek in mijn hart'. Behalve de republiek hadden veel Chinese sportlieden ook pepmiddelen in hun lijf. Coach Ma Junren gaf zijn atleten bizarre mengsels van Chinese medicijnen, die daarom niet minder drogerend werkten. De zwemcompetitie was een drugscompetitie geworden. Een trainer legt uit dat tegenwoordig streng wordt gewaakt over het gebruik van doping.

In het tropisch vochtige duikbad wordt keihard gewerkt. Onvermoeibaar springt de nationale selectie van lage, hoge en torenhoge duikplanken af. Fu Mingxia, winnares van de gouden medaille in Sydney, laat van de driemeterplank de prachtigste zweefsprongen zien. De motivering van al die inspanningen hangt aan de wand: een kolossale vlag van de Chinese Volksrepubliek.

'WE doen het voor ons land en voor het Chinese volk, en niet voor onszelf', zegt een sportdocent. Maar hij geeft toe dat de praktijk aan het veranderen is: 'Als je goed bent, kun je veel verdienen. Bovendien is de sport voor kinderen van plattelandsgezinnen een manier om maatschappelijk omhoog te komen. In de provincie ben je als sportman een held, terwijl in Peking sterren niet zo opvallen, want er lopen hier al zo veel sterren rond op allerlei gebied. Dat werkt demotiverend.'

Het kan inderdaad geen toeval zijn dat bij de laatste Olympische Spelen alle acht Chinese atleten uit de plattelandsprovincie Hunan in de medailles zijn gevallen. Uit Peking kwamen veel meer olympische deelnemers, maar die haalden bij elkaar maar één individuele en één groepsmedaille.

Huang Yubin, chef-coach van de nationale selecties van vrouwen- en mannengymnasten, is in de gymnastiekzaal twee keer aanwezig: op een foto van 21 jaar geleden, toen hij nationaal kampioen werd, en in levende lijve. Terwijl zijn pupillen zich wijden aan hun luchtacrobatiek, legt hij uit dat er een rechtstreekse relatie is tussen de situatie van de economie en die van de sport.

In Sydney kwam China met 28 gouden medailles op een verrassende derde plaats, na de VS en Rusland. Dat komt door een sterk aanmoedigend sportbeleid - vroeger was er bij gebrek aan accommodatie alleen aandacht voor de topsport - en door de economische groei. 'Hoe beter de economie', zegt Huang, 'hoe beter de sport, want dan krijgen we meer geld van de staat en de sponsors.' De staat betaalt immers de nationale selecties. Sponsoring zoals het Westen die kent, geldt in China alleen voor voetbal, basketbal en volleybal.

Huangs leerlingen hebben minimaal tien jaar training nodig om tussen hun negentiende en tweeëntwintigste hun hoogtepunt te bereiken. Ze zijn allemaal klein van stuk en watervlug. Gymnastiek is een sport die de Chinezen op het lijf is geschreven, net als tafeltennis bijvoorbeeld. Die sporten zijn sinds de communistische machtsovername in 1949 sterk aangemoedigd, want ze waren goedkoop en je had er niet veel ruimte voor nodig. Voetbal en basketbal daarentegen stellen eisen waaraan de meeste Chinese lijven niet kunnen voldoen.

Seks wordt in deze sporttempel ver buiten de deur gehouden. Bij de Olympische Spelen krijgen de atleten gratis condooms. In China moeten ze hun seksualiteit sublimeren. Coach Huang Yubin is duidelijk: 'Ze mogen verliefd worden, maar we moedigen het niet aan. Ze weten dat ze het nog even moeten ophouden. Naar bed gaan met een meisje is er niet bij. Dat is hier ook nog nooit gebeurd. Een goede atleet denkt eerst aan zijn carrière, en pas later aan trouwen.'

Het gaat er in de Chinese topsport Spartaans aan toe. Jongens mogen in geen geval trouwen, meisjes bij hoge uitzondering. Alle atleten wonen in hun trainingscentrum, de coaches van de nationale selecties incluis. Privacy bestaat niet. Dat het ook anders kan, is nog nauwelijks bespreekbaar. Toen Ronaldo zijn vriendin meenam naar het WK voetbal, vroegen de Chinezen zich af of dat niet gevaarlijk was, want zij zou een hoop energie bij hem wegnemen.

Een ex-vriendin van een badmintonspeler van de nationale selectie vertelt over het leven met haar Spartaan. Alleen in de weekeinden mocht hij buiten eten, maar uiterlijk 's avonds tien uur moest hij binnen zijn en moest het licht uit. 's Nachts mocht de deur van zijn slaapkamer, die hij deelde met een ander, niet op slot, want er kon ieder ogenblik inspectie komen. Wee degene die in plaats van te slapen een kaartje legde, tv keek, dronk of iets nog ergers deed. Tussen die twee is het dus nooit wat geworden.

De selectie van topsporters begint al vroeg. De jonge talentjes van dorpsscholen kunnen naar een parttime-sportschool in de stad, en de besten daarvan naar provinciale sportscholen. Op jaarlijkse kampen selecteren de coaches van de nationale teams hun nieuwe pupillen. 'Maar niet iedereen kan kampioen worden', zegt ex-atleet Liu Li. 'De concurrentie is keihard. Meer dan 90 procent haalt de top niet. Wat kunnen gesjeesde atleten doen?'

Li stelde zichzelf die vraag toen hij als veelbelovende hoogspringer een blessure opliep en na diverse operaties zijn sportcarrière moest opgeven. Op de trainingscentra komt bij jonge atleten de studie vaak in het gedrang. Ook Li had behalve sport nauwelijks een opleiding gehad, en hij voelde zich te oud om opnieuw naar de schoolbanken te gaan.

De nu 31-jarige Li is nog aardig terechtgekomen: als sportleraar aan de Telecom-universiteit in Peking, een hbo-opleiding voor telecommunicatietechnici. Eerstejaarsstudenten geeft hij basketballes, en hij is coach van een hoogspringteam van derdejaars. Hij geeft toe dat de kennis van de meeste mislukte sportlieden, en dat zijn er jaarlijks vele duizenden, uitermate gering is. Ze moeten alsnog alles leren. Bijvoorbeeld hoe je verliefd wordt.

Wang Jian, een 31-jarige ex-roeikampioen, heeft het dilemma tussen topsport en liefde aan den lijve ervaren. De voormalige beroepsatleet zat vier jaar in het nationale team vier-met-stuurman. In 1991 haalde zijn ploeg in de nationale kampioenschappen een zilveren medaille. In het fitnesscentrum van een duur Pekinees hotel, waar hij nog dagelijks zijn conditie op peil houdt, vertelt hij dat hem een schitterende sportloopbaan leek te wachten, 'totdat ik in 1992 iets deed wat verboden was: ik werd verliefd'.

WAT doet een verliefde 23-jarige topsporter in China? 'Mijn trainer zei me dat ik moest kiezen tussen de riemen en het meisje. Aan allebei tegelijk mijn krachten geven, dat kon volgens hem niet. Ik heb toen gekozen voor mijn vriendin. De andere roeiers vonden dat heel stom van me. Ineens kwam ik in een leegte terecht.'

Wang werd sportleraar aan een middelbare school, maar hij verdiende zo weinig dat hij er na een half jaar mee ophield. 'Ik werd bellboy in een hotel. Soms dacht ik dat er niets van me terecht zou komen, en dat ik me maar beter van kant kon maken.' Het meisje, om wie alles begonnen was, maakte het uit, 'want ze vond dat ze haar gezicht had verloren met zo'n bellboy'.

De laatste tijd is Wang weer een interessante partij: hij is eigenaar van een bloeiend bedrijf dat schuifdeuren produceert en exporteert. Om gemakkelijker te kunnen reizen emigreert hij binnenkort naar Canada. Met een Canadees paspoort heeft hij immers geen visumproblemen meer.

'Mijn vrienden zeggen dat ik een rijk man ben. Maar nog altijd mis ik het sportleven heel erg. Daarom kom ik hier elke dag op de sportclub.' Alleen hoeft hij zich daarvoor niets meer te ontzeggen. Vriendinnen heeft de ex-Spartaan tegenwoordig bij de vleet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden