Intelligent en lastig

Marni maakt eigenzinnige kleren die niet na één modeseizoen in de kast hoeven te blijven. Dat vinden veel vrouwen en mannen zo prettig dat het Italiaanse modemerk geen opzichtige logo’s en dure campagnes nodig heeft....

Aan de buitenkant is niks bijzonders te zien. Een laag, geel gebouwtje, ingeklemd tussen flatgebouwen in een woonwijk in Milaan. Zelfs op de deur valt niet te lezen wat zich hier bevindt. Binnen heerst de koortsachtige hebzucht die alleen afgeprijsde designermode kan oproepen. Vier Amerikaanse vrouwen graaien fanatiek tussen rekken met sterk afgeprijsde kleren, tassen en schoenen. ‘This is sick!’, gilt een van hen wanneer ze een mosgroene leren trenchcoat vindt voor net geen 400 euro. Ze gooit hem op de enorme stapel kleren die ze al voor zichzelf heeft gereserveerd. Voor veel vrouwen die de modeshows in Milaan bezoeken, is een bezoek aan de outlet store van Marni, waar oude collecties van het merk worden verkocht, een van de vaste uitstapjes. En vaak het eerste. Het liefst zouden ze het adres – Via Filippo Tajani 3 – voor zichzelf houden.

Er zijn op het moment weinig merken die onder modieuze vrouwen zoveel opwinding veroorzaken als Marni. Wat opmerkelijk is, want Marni’s mode is op het eerste gezicht niet heel toegankelijk. Het merk maakt jurken, tunieken, broeken en rokken die nadrukkelijk ver van het lichaam af staan, vaak van dikke, stijve stoffen; niet het soort kleren dat je aantrekt om een man te verleiden. De schoenen zijn klompig, de sieraden zien er artisanaal uit, de tassen zijn bol en bijna ironisch van vorm – en er is geen logo op te vinden dat de prijs verraadt. Maar juist in die bijna reform-achtige eigenzinnigheid en die grappig-naïeve, soms bijna kinderlijke esthetiek ligt de charme. In een wereld die is vergeven van logo’s en overbekende advertentiebeelden is Marni nog een van de weinige labels die niet helemaal uitgekauwd zijn. ‘Het is mode voor mensen met een uitgesproken smaak’, zegt tandarts Christa Quaedvlieg (42), een slanke, sportieve vrouw met korte krullen. Sinds ze acht jaar geleden een genopte rok in de uitverkoop kocht, kleedt ze zich voornamelijk in Marni, tot aan haar sieraden en schoenen aan toe. ‘Het ligt er allemaal niet zo dik bovenop, en het is nooit tuttig of te netjes.’ Quaedvlieg koop elk seizoen zo’n tien nieuwe stukken van Marni. Kiki Niesten in Maastricht, een van de twee Nederlandse winkels waar het merk wordt verkocht, belt haar zodra de nieuwe collectie binnen is. In Milaan, waar ze een weekendje aan het winkelen is met haar moeder en haar inmiddels ook tot Marni bekeerde zus, kocht ze gisteren een beige top met een vlekkerig oranje-blauw dessin. Niet in de outlet (‘die kleren ken ik allemaal al’), maar in de winkel in de Via Della Spiga, waar de muren glimmend zalmroze zijn en de kleren hangen in rekken die als bloemstelen uit de kelder steken. Nu kijkt ze naar een ketting van platte, gekleurde schijven met een parelmoerglans; een extreme versie van het sieraad dat ze draagt. De kleren en accessoires zijn niet goedkoop. Een broek of top begint bij 300 euro, schoenen schommelen rond de 400 en een ketting van Marni kost tussen de 200 en 450 euro. ‘Het is duur,’ erkent Quaedvlieg. ‘En het wordt steeds duurder. Maar het veroudert nauwelijks, en alles past bij elkaar. Je bouwt in de loop van de jaren iets op. Het worden dierbare dingen. Ik heb Marni-kleren die ik al zes jaar draag.’

Het is vlak voor de presentatie van de mannencollectie voor najaar 2008. Backstage wordt de laatste hand aan de modellen gelegd. Marni-ontwerpster Consuelo Castiglioni is druk in gesprek met haar dochter, schoonzus en schoonouders. Ze draagt een glimmende plissérok met een blauw dessin en een vierkantige glimmende grijze, wijduitstaande top van eigen merk. Aan haar voeten zwarte schoenen met een plateau, hoge, ovaalvormige hakken en een brede bruine band over de wreef. Het modecliché dat vrouwelijke ontwerpers kleren voor zichzelf creëren, gaat voor haar helemaal op. De tengere, meisjesachtige 51-jarige is het beste uithangbord voor haar kleren – ze past nog altijd alles wat in haar studio wordt bedacht. En het merk komt voort uit de kleren die ze jarenlang alleen voor zichzelf maakte. Koud van de middelbare school ontmoette Consuelo, een Italiaans sprekende Zwitserse uit Lugano (haar voornaam kreeg ze van haar Chileense grootmoeder), tijdens een vakantie de twee jaar oudere Gianni Castiglioni. Ze trouwden, kregen twee kinderen en zij werd huisvrouw. Af en toe bedacht ze een jas voor zichzelf, die ze liet uitvoeren door Ciwifurs, het familiebontbedrijf waar Gianni werkte. ‘Iedereen vond ze fantastisch’, zegt Castiglioni, een gebruinde, slanke vijftiger in klassiek grijs maatpak. Consuelo is legendarisch publiciteitsschuw –‘Ze maakt nog liever een extra collectie dan dat ze een interview geeft, het eist te veel van haar’ – en dus voert hij na afloop van de show het woord. (‘Ik ben nu eenmaal gereserveerd, dat is mijn karakter’, zal de ontwerpster later laten weten in een mail waarin ze enkele vragen beantwoordt.)

Begin jaren negentig ging het slecht met de bonthandel. ‘Wat gemaakt werd van bont was te overdadig voor die tijd. Het was niet modern’, zegt Castiglioni. Dus kwam hij op het idee zijn vrouw een bontcollectie te laten ontwerpen. En zo debuteerde Consuelo in 1993, op 36-jarige leeftijd als modeontwerper, met een serie bontjassen die vooral opviel door de manier waarop ze het materiaal had gebruikt. Ze had het bont laten scheren, en repen bont laten breien. ‘Ik gebruikte bont alsof het stof was’, licht ze toe. ‘Dat is eigenlijk altijd het uitgangspunt gebleven: luxueuze kleren met een nieuwe benadering van materialen en silhouetten.’ Marni, genoemd naar de bijnaam van Gianni’s zus Marina, was direct een succes. De jassen werden ingekocht door onder andere het grote warenhuis Barneys New York. ‘Barneys ruimde een aparte hoek voor ons in’, zegt Castiglioni. ‘Dus moesten we eigenlijk ook wel met dingen komen die je erbij kunt dragen, en met een zomercollectie.’ Na kleren en accessoires voor vrouwen volgden een mannenlijn, kinderkleren en lingerie. En dat alles zonder advertenties. ‘Onze klant wil Marni niet overal terugzien’, zegt Castiglioni. ‘Ze wil het voor zichzelf houden.’ Er zijn 68 eigen winkels en shop in shops. Dit jaar volgen er nog 21. ‘Zelfs in China gaat het goed. Het is een jonge markt, maar ook daar zijn ze al toe aan mode zonder logo’s.’

Met een omzet van 115 miljoen euro is Marni inmiddels groter dan het moederbedrijf Ciwifurs, hoewel het ook daarmee weer beter gaat. ‘Het is een goede tijd voor bont’, zegt Castiglioni. ‘Tegenwoordig ga je naar een modemerk als je een bontjas wil. En wij maken jassen voor bijna alle grote merken: Prada, Jil Sander, Fendi, Dior, Louis Vuitton, Valentino.’ Consueleo Castiglioni zelf gaat zo terughoudend met bont om, dat het vaak nauwelijks opvalt dat ze het materiaal gebruikt. In de vrouwencollectie voor komend najaar zit weliswaar een grote hoeveelheid in vrolijke kleuren geverfde capejes en mouwloze jassen van bont, maar voor najaar 2008 is bont dan ook een van de grootste trends. Doorgaans zitten er niet meer dan een stuk of vijf bontjassen in een Marnishow. Aan bont heeft Marni zijn doorbraak eind jaren negentig dan ook niet te danken. In een tijdperk dat werd gedomineerd door harde, sexy mode, bleken de uitgesproken vriendelijke kleren een welkom alternatief: boerenblouses, wijde rokken en broeken, voorzien van een lief polkadot- of bloemdessin, een hoge dosis hippie-chic of een tweeedehands sausje. Echt interessant werden de collecties toen Consuelo Castiglioni en haar team een jaar of vijf geleden stevige tegenwichten begonnen toe te voegen aan haar zachte beeld: leggings met sportstrepen, mannenkleren voor vrouwen, helle kleuren, dikke, glanzende materialen, geometrische vormen. Desondanks is Marni draagbaar gebleven, ook voor vrouwen die niet zo petite zijn als de ontwerpster zelf. Al zijn de kleren lang niet altijd praktisch: een gebloemde top van stijve organza heeft naar achter geplaatste armsgaten die zo wijd zijn dat de hele lengte van een beha zichtbaar is. Een hooggesloten fluorescerend oranje jurk met mouwen is gemaakt van dik polyester waarvan je al bij de aanblik bijna gaat zweten. Een jas uit de laatste wintercollectie was ongevoerd, had korte mouwen en sloot alleen met een vlak onder de boezem geplaatste riem. Een wijde, kuitlange groene rok uit de zomercollectie is gemaakt van onafgewerkte, grof geweven stof. De hakken van de schoenen zijn bijna altijd onmogelijk hoog. In de collectie voor komende winter zitten laarzen met blokhakken en open tenen.

Consuelo Castiglioni’s stijl heeft school gemaakt. H & M, Zara en Cos liggen al seizoenen vol met de losse tunieken, opvallende kettingen, uitstaande jurken en de korte, wijduitstaande jasjes en capejes die door haar zijn bedacht. Maar Marni zelf blijft makkelijk te onderscheiden. Niet alleen doordat de materialen beter zijn en de kleuren en stofkeuze vaak nog te radicaal zijn voor de massamarkt. De coupe van Marni blijkt gewoon lastig na te maken. Waar een imitatie-jurk of -tuniek recht en daardoor vormeloos naar beneden valt, zit in de echte een plooi of vouw die het kledingstuk net even tegen de rug of taille aanduwt, of de jurk loopt in een eivorm naar beneden. Ook de mannenmode, die in tegenstelling tot de vrouwenmode vooral gericht is op een jong publiek, zit vol speelse details. Voor komend najaar introduceerde Consuelo Castiglioni gebreide truitjes tot net onder de oksel en met korte mouwen, die als een soort bolero over een trui of jasje werden gedragen, en tops die aan de achterkant dichtgeritst worden. ‘Ze maken mannen hulpeloos. Het is een wonder dat iemand niet eerder op dit grensverleggende idee is gekomen’, schreef modecriticus Tim Blanks over die laatste. ‘‘Kun je me dichtritsen?’ is een zin die in duizend Hollywoodfi lms wordt uitgesproken, maar het zijn altijd de vrouwen die het vragen.’ In dat soort statements, en soms ook in haar esthetiek, doet Consuelo Castiglioni denken aan Miuccia Prada, ook een vrouwelijke ontwerper zonder mode-opleiding die in een familiebedrijf stapte. Maar van die vergelijking wil ze niet weten. ‘Het is altijd mijn bedoeling geweest dat je mijn kleren seizoen na seizoen kunt dragen’, schrijft ze. En, liet ze zich twee jaar geleden ontvallen: ‘Bij Prada is er geen rode draad. Prada presenteert elk seizoen een ander modebeeld. Niemand wil een Pradajurk van vorig seizoen aan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.