Integriteit

Nout Wellink (56) is president van De Nederlandsche Bank...

Ik kom uit een streng katholiek gezin met een zeer katholieke vader en een flexibeler, maar ook erg katholieke moeder. Mijn moeder begreep al het kwaad door haar kinderen bedreven. Maar wij deden eigenlijk gewoon wat we moesten doen. Dat komt geloof ik niet meer voor tegenwoordig. Wij luisterden gewoon.

Ik had met mijn vader verschil van opvatting over het katholicisme. Toen ik met mijn vriendin en latere vrouw thuiskwam en zij bleek niet van het katholieke geloof te zijn, had mijn vader het daar lastig mee. Mijn moeder niet, die zei: die jongen weet wel wat hij doet, die zoekt vast een goede vrouw. Het duurde enige tijd voordat mijn vader er ook tevreden mee was.

Ik voel me nog steeds katholiek. Je ziet me zondags niet meer naar de kerk gaan, ik kan me niet meer vinden in alle opvattingen van de paus en de laatste keer dat ik gebiecht heb is wel heel lang geleden. Maar ik heb op de franciscaner kostschool in Venray gezeten en dat was een stevige katholieke opvoeding. Halfzes op, zes uur in de kapel, en dan overdag nog een keer en weer eens tussendoor en dan vroeg het bed in. Als je dat jaar in jaar uit doet, dan wordt het katholicisme een onderdeel van jezelf.

Je moet een onderscheid maken tussen een bezoek aan de kerk en veel van de rimram die eromheen zit, en hoe je denkt over allerlei zaken. Dat laatste heb ik wel vastgehouden. Het zijn simpele dingen die overigens niet aan christelijke normen gebonden zijn: dat je moet werken, dat een mens zijn talenten moet inzetten en dat hij solidair moet zijn met andere mensen.

Ik ben in de loop der jaren gaan geloven in het inbouwen van meer prikkels door de overheid dan ik aanvankelijk dacht. Zo van: als je niet je best doet om een baan te vinden, dan krijg je een lagere uitkering. Dat heeft te doen met het feit dat de mens weliswaar is geneigd tot het goede, maar dat je het hem niet te makkelijk moet maken.

Daarmee kom ik terug op wat ik zei: de mens moet werken. Hij heeft een aantal talenten gekregen waar hij wat mee moet doen. En als hij dat doet, doet hij het niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen. Mensen op de bank die niet werken, daar houd ik niet van. Daar word ik kribbig van. Dan word ik een zeurpiet. En die strikte aanpak, die herken ik van mijn vader.

De Nederlandsche Bank is een instelling die als taak heeft de integriteit te bewaken van het geld, van de financiële instellingen en van de mensen die belangrijke functies in de geldsector vervullen. Geld is een kwestie van vertrouwen, een financiële instelling is een kwestie van vertrouwen. Ik vind een vertrouwensbreuk door het topmanagement een doodzonde, om een oude term te gebruiken.

Daarom vind ik dat we ook een morele verantwoordelijkheid hebben. Dat ervaar ik zo. Uiteraard moet alles binnen het kader van de wet, maar daarbinnen moet je ook het goede voorbeeld geven. Dat klinkt misschien calvinistisch, maar je moet hogere eisen stellen aan jezelf dan anderen misschien aan jou.

Ik vind ook dat die integriteit zich uitstrekt naar hoe je je beweegt buiten de instelling. Ik ben wat dat betreft ouderwets opgevoed en ik zou het een ander niet willen opleggen. Maar toen ik op het ministerie van Financiën werkte, was daar een van de criteria die expliciet aan de orde kwamen: hoe is nou de thuiskomst van die man? Dat was geen nieuwsgierigheid naar wat Jan in zijn vrije tijd deed, maar naar een stabiele omgeving die van belang werd geacht voor het stabiel functioneren in de werkomgeving.

Ik vind het goed dat dat is achterhaald, maar ik heb er nog altijd een geheime sympathie voor. Oubollig, hè?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden