Integratie is achterhaald nationalisme

De druk op allochtonen om te integreren is een negentiende-eeuws streven naar een homogene staat. Paul Treanor wil niet leven in een spruitjesstaat met zestien miljoen xenofobe en gelijkgestemde inwoners....

De Nederlandse politiek wil dat buitenlanders integreren. Ik weiger zelf te integreren in de Nederlandse cultuur - maar niet alleen buitenlanders zouden het moeten weigeren. De integratie is niet een vanzelfsprekendheid, het is de uitvoering van een ideologie - het nationalisme. Het negentiende-eeuwse volksnationalisme is terug, eigenlijk nooit weggeweest, want het is de ideologie van elke nationale staat. Met de roep om integratie sluiten de politici aan bij het nationalisme van 1850 - het streven naar een Europa van etnisch en cultureel homogene nationale staten, elk gericht op het glorieus verleden en de vervolmaking van de nationale cultuur.

De ideologie van het nationalisme is zo alomtegenwoordig, dat het vaak onzichtbaar is. Nationalisten delen de wereldbevolking op in volkeren, volgens hen de natuurlijk eenheden waarin de mensheid zich groepeert: het Nederlandse volk is daar één van.

Elk volk is heilig, en de volkeren hebben een monopolie op staatsvorming - een eigen nationale staat voor elk volk, en geen niet-nationale staten. Deze nationale staat is gericht op het voortzetten, beschermen, en perfectionering van het daar wonend volk, en deze wereldorde van volkeren en nationale staten heeft eeuwig bestaansrecht. Het nationalisme is dus een universele ideologie : de eisen van de individuele nationale staten zijn ervan afgeleid. Het nationalisme impliceert niet alleen dat Nederland voor de Nederlanders is, maar ook dat de staat deze toestand bestendigt, bijvoorbeeld door de immigratie te beperken: open grenzen en nationalisme gaan niet samen.

Uit deze opsomming blijkt vooral de overbodigheid van de integratie. Het is helemaal niet nodig dat een staat een etnisch, cultureel en taalkundig homogene bevolking heeft, of dat deze eenheid een volk is. Dat is een politieke eis van de nationalisten, geen vanzelfsprekendheid. In de multi-etnische rijken, zoals de Habsburgse dubbelmonarchie, leefden groepen met verschillende talen, culturen en godsdienst, en verschillende 'normen en waarden'. Er was geen Habsburgse volk en geen Habsburgse identiteit, toch bleef de staat functioneren. Zulke niet-homogene staten zijn bewust kapotgemaakt door de nationalisten - met terrorisme, militair geweld en enorm verlies van levens.

Een geslaagde integratie betekent dat de samenleving homogeen wordt. Daartegenover staat het conformisme en de eentonigheid van een homogene samenleving, de xenofobie, de heksenjachten op vermeende volksvijanden of landverraders, en een obsessieve gerichtheid op het verleden.

Een gelukkige homogene samenleving lijkt niet te bestaan. De bekrompenheid is een noodzakelijk kernwaarde van elke nationale staat, en de integratie drijft op een bekrompen afwijzing van alles wat niet nationaal is. De uitkomst van een geslaagde integratie is een spruitjesstaat, met zestien miljoen gelijkgestemden en xenofoben.

De integratie verbreidt ook een kunstmatige Nederlandse taal en identiteit. De huidige Nederlandse cultuur is niet van een volmaakte eenheid, de van overheidswege opgelegde versie wel. De Wet Inburgering Nieuwkomers, bijvoorbeeld, gaat uit van een eentalig land - je mag niet inburgeren op basis van het Fries of Nedersaksisch. Een Afghaan die naast het Pashtun goed Fries spreekt, moet volgens Wouter Bos zijn verblijfsvergunning verliezen.

De inburgering zet dit beleid voort, en dat heeft misschien gevolgen voor niet-Hollanders. Het heeft een hetzerig aspect: de nationale cultuur wordt gebruikt als stok om de inburgeraar te slaan. 'Jij daar, allochtoon! Wie schreef De Roos van Dekama? Noem drie molentypes! In welke provincie ligt Serooskerke?' De buitenlander doet het nooit goed, je kunt nooit Hollands genoeg zijn. Het is niet uitgesloten dat deze houding zich ook keert tegen de 'eigen' minderheden. De stad Gouda heeft nu al het gebruik van het Fries verboden: volgens de stadsregels is het gebruik van Nederlands verplicht. Gelukkig hebben de stadsregels geen kracht van wet, maar het tekent de sfeer. Eenmaal begonnen is er geen houden aan de jacht op 'onhollandse elementen': er zijn genoeg voorbeelden van nationale zuiverheidswaan in de Europese geschiedenis. Het begint met schijnbaar redelijke eisen aan immigranten, maar eindigt met een verbod op Friese plaatsnamen, verplicht Nederlandstalige muziek op de radio, en het verwijderen van niet Nederlandstalige boeken uit de bibliotheken.

Dat zijn voorbeelden uit andere Europese landen: het is een Europees probleem. Het is geen toeval dat de nieuwe anti-immigratie partijen ook fel anti-Europees zijn. De Europese eenheid zou tweehonderd jaar nationalistische strijd ongedaan maken, dan zijn ze terug bij af - inwoners van een grote, multi-etnische, meertalige staat. Zowel het afwijzen van de Europese integratie, als het bevorderen van de interne nationale integratie, volgen de logica van het nationalisme. Anno 2003 vormt het Europees ideaal - niet-nationale staatsvorming - het alternatief voor de bekrompenheid van het nationalisme. Door de integratie te ondermijnen, ondermijn je de Nederlandse nationale staat en het Europa van de Nationale Staten en diens nationalistische ideologie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden