Inspireren, balanceren en relativeren

In zijn eerste jaar als hoofdcoach van PSV herinnert Phillip Cocu (42) zich de lessen van de trainers onder wie hij als speler diende. 'Er zitten 50 duizend mensen. Vermaak ze!'

De Phillip Cocu die uit zijn slof schiet bestaat, echt. Toch krijgt de buitenwereld hem zelden te zien. De hoofdcoach van PSV (42) glimlacht erbij, alsof hij wil zeggen: jammer, hè? Zelfs als hij inwendig kookt van woede, zal hem dat niet snel aan te zien zijn.


Het past niet bij hem. Na de laatste thuiswedstrijd tegen RKC hoorde hij collega Erwin Koeman in een tv-interview zeggen dat hij zich 'genaaid' voelde. Hoewel Cocu begrip had voor de irritatie van zijn collega - RKC incasseerde kort voor tijd een dubieuze rode kaart en daarna de beslissende 2-1 - zou hij zichzelf in een soortgelijke situatie weten te bedwingen.


'Er is een kant van mij die het grote publiek niet vaak te zien zal krijgen', zegt hij daarover. Reken maar dat spelers die verzaken in de kleedkamer terecht worden gewezen. Maar dat gaat niemand wat aan. Zo zijn de afspraken.


In zijn debuutjaar als hoofdcoach van een eerste elftal heeft Cocu de leiding over een piepjonge spelersgroep. Jongens zijn het nog, de meesten. Een vliegende start, met bevlogen duels in de voorronden van de Champions League tegen Zulte Waregem en AC Milan, werd gevolgd door een reeks zeer wisselvallige optredens.


'Ik heb niet de illusie dat ik hier alles goed doe', zegt Cocu. 'Ik ben mezelf aan het ontwikkelen. Over vijf jaar zal ik geen andere persoon zijn, maar wel een andere trainer.'


Lang heeft hij gedacht dat hij nooit trainer zou worden. 'Ik vond het niks. Ik dacht: na al die jaren voetbal op het hoogste niveau ga ik eens wat anders doen. Toen ik in 2004 terugkwam bij PSV, besefte ik weer hoe mooi ik dit spel vind. Voetbal is mijn leven, mijn passie. Alles wat ik heb meegemaakt, laat ik dat dan zomaar achter? Dat wordt dan steeds moeilijker.'


Guus Hiddink wakkerde de interesse bij hem aan. 'Hij heeft me laten zien wat het trainersvak inhoudt. Hij betrok me bij de wedstrijdbespreking, gaf inzage in wat hij deed in samenwerking met zijn assistenten Fred Rutten en René Eijkelkamp. Toen is het gaan leven bij mij.'


Aan de hand van uitspraken van trainers onder wie hij in zijn spelerscarrière voetbalde, beschouwt Cocu het trainersvak. Wie leerde hem wat? En welke lessen brengt hij nu in praktijk?


'Het kind huist in iedereen. Je moet het soms alleen uit zijn schuilplaats lokken' (Guus Hiddink)


Cocu

: 'Dat is een belangrijk punt. Je moet jezelf altijd afvragen: waarom ben ik met voetballen begonnen? De belangen zijn soms zo groot dat het essentieel is spelers bewust te maken van de vraag waarom ze dit ook alweer zo leuk vonden. Zo maak je positieve energie vrij en haal je eventuele blokkades weg.


'Er zitten 50 duizend mensen op de tribune: vermaak ze! Het voetbal raast in sneltreinvaart voorbij. Ik heb zes jaar bij Barcelona gezeten. Toen ik terugkwam bij PSV, had ik het gevoel dat het maar twee jaar had geduurd. Door het kind in jezelf naar boven te halen, zoals Hiddink zegt, houd je jezelf een spiegel voor: geniet!


'Een van Hiddinks grootste kwaliteiten is dat hij weet hoe hij jou moet benaderen, maar ook de man naast je. Iedereen had het gevoel dat hij een belangrijk onderdeel was van het elftal.


'Hij kon Alex (de Braziliaanse verdediger, red.) verbaal aanpakken voor de groep en dan zat iedereen te kijken met een blik van: zó, daar wordt 'de Tank' even hard aangepakt. Later bleek dat hij hem kort daarvoor al apart had genomen en had ingelicht. Zo van: dit gaat zo gebeuren. Het effect voor de hele groep was zó belangrijk: het maakt niet uit wie je bent, dit en dat wordt niet geaccepteerd.


'Dat zal me altijd bijblijven. Het is in mijn ogen ook geen truc. Het is inschatten hoe iemand in elkaar zit. Je moet soms ingrijpen. Hiddink beheerste dat heel erg goed. Zelf heb ik ook naar iedere speler een andere benadering. Met de een voer je een gesprek op kantoor, met de ander juist op het veld, zittend op een balletje. Het zijn kleine dingen, maar ze zijn heel belangrijk. Ik denk dat ik daar een redelijk goed gevoel voor heb.'


'Ik ben altijd vakliteratuur blijven lezen. Je moet op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen' (Hans van Doorneveld)


Cocu

: 'Het hoeft niet alleen lezen te zijn. Het voetbal is een sport die constant in ontwikkeling is. Er kan een tijdje niets gebeuren, maar dan verandert er ineens weer iets op technisch gebied of een andere speelwijze trekt de aandacht. Dit is een dynamische wereld. Ik denk dat je als coach op het hoogste niveau gedwongen bent mee te gaan in vernieuwingen.


'Als je zonder werk zit, omdat je er even bent uitgestapt of bent ontslagen, is dat bij uitstek een moment om je te verdiepen in vakliteratuur. Zelf ben ik niet in de literatuur gedoken, maar heb ik bewust geput uit mijn ervaringen en uit de samenwerking met andere coaches, zoals Bert van Marwijk. Hij verraste me bij het Nederlands elftal met zijn winnaarsmentaliteit, die echt overal in terugkwam.


'Die ervaring, in combinatie met de trainerscursus van de KNVB, is belangrijk voor me geweest. Het vormt de basis van het trainer zijn. Eigenlijk begint het dan pas.


'Als trainer grijp ik nu niet terug naar mijn begintijd, bij AZ, omdat ik toen niet met teamprocessen bezig was. Ik wilde profvoetballer worden. Ik deed er alles voor mezelf te ontwikkelen als voetballer. Dan is je gezichtsveld niet zo breed, dan ben je te druk met jezelf.'


'We hadden bij AZ veel jonge spelers. Hans van Doorneveld liep al lang mee, hij had een natuurlijk gezag en slaagde er goed in over te brengen wat hij wilde.'


'Stel je nou eens voor dat je van de aardbol verdwijnt en je hebt helemaal niet gelachen' (Bert Jacobs)


Cocu

: 'Jacobs was de mooiste persoonlijkheid als trainer die ik heb meegemaakt. Zijn enthousiasme, zijn beleving: voor hem liep je zo door die glazen pui hier heen. Hij heeft het stempel gekregen dat hij een man van de sfeer was, maar inhoudelijk was Jacobs ook een goede trainer.


'Hij stak veel tijd en energie in het inslijpen van automatismen. Ik speelde met Vermeulen en Eijer aan de linkerkant. Op rechts had je Sturing, Latuheru en Lamers. Wij konden de driehoekjes dromen. Dat was de basis voor de successen van die tijd.


'Die uitspraak van Jacobs die je nu aanhaalt, daar zit veel in. Zonder humor wordt het een lange weg, een heel lang seizoen. Je kunt wel topsport bedrijven en daar naar leven, maar zonder de lach, die knipoog of die gezonde dosis zelfspot wordt het zo zwaar allemaal.


'Ondanks zijn ziekte stond Jacobs midden in het leven. Als het moest, gaf hij je op je sodemieter. Daarna kon hij met een geintje het ijs breken. Ik herinner me dat we een keer met 5-0 of 5-1 wonnen bij Roda JC en dat Jacobs de spelersbus op de terugweg naar de plaatselijke discotheek dirigeerde. Hup, met z'n allen Kerkrade in. We bleven anderhalf uur en dan gingen we weer. Dat kan nu echt niet meer.


'Wat ik van Jacobs heb opgestoken, en nu nog gebruik, is het creëren van saamhorigheid. Dat is een belangrijk fundament om tot iets te komen met z'n allen.


'Het belang van humor is groot, al moet je niet overdrijven. We kunnen het weleens in een nabespreking stoppen. Dat je met z'n allen tv-beelden zit terug te kijken en tussendoor een clipje laat zien om de spanning te breken. We pakken er dan iets onbenulligs uit, dat iemand struikelt of tegen de grensrechter botst, en proberen dan wat los te maken.


'We eisen met z'n allen veel van elkaar, maar wel in plezierige omstandigheden. Als iedereen zich veilig voelt in de kleedkamer, zodat hij kan zijn wie hij is, heb je de ideale werksfeer.'


'Wat een trainer nodig heeft? Kennis, eerlijkheid en duidelijkheid. Als je een van die drie zaken mist, kom je nergens'


Cocu

: 'Dat ben ik met hem eens. Neumann, de opvolger van Jacobs bij Vitesse, maakte mij al bewuster van wat er nodig is om door te groeien als speler. Advocaat ging daarmee verder en stelde nóg hogere eisen. Dick is iemand die boven op je donder zit. Hij stelt grenzen en die bewaakt hij continu. Daardoor word je als speler gedwongen daarin mee te gaan.


'Dick leerde me in elke wedstrijd een hoog niveau te halen. Je kunt niet altijd een 8 scoren, maar het mag nooit een 5 zijn. Door die houding dacht ik: ik kan hier niet één of twee dagen komen en denken: nu doe ik het even rustig aan. Ik werd fysiek sterker, mijn inhoud groeide en ik werd weerbaarder. Daar heeft Dick echt een grote rol in gehad, zo kon ik later de stap maken naar Barcelona.


'Ik ben als trainer ook van de duidelijkheid. Van een raamwerk neerzetten, afspraken maken en nakomen.Je moet een juiste balans zien te vinden: wat geef je ze mee en waarin laat je ze vrij? De speler die ze zijn, moeten ze ook kunnen zijn in het veld. Dat moet je als trainer niet helemaal dicht timmeren, anders blokkeren ze.


'Intuïtieve spelers als bijvoorbeeld Memphis Depay en Zakaria Bakkali moeten taakbewust spelen, maar niet te veel nadenken. Het kan niet zo zijn dat ze zich afvragen wat de bedoeling is als ze de bal krijgen. Dan haal je veel kwaliteit weg.


'Als speler moet je ook fouten durven maken, anders ontwikkel je jezelf niet. Als ze op een gegeven moment de stijgende lijn maar pakken, daar gaat het om. Waarom zou ik iemand genadeloos aanpakken in de media? Daar is de speler niet bij gebaat, ikzelf niet en het team dus ook niet.


'Naast kennis, eerlijkheid en duidelijkheid is geduld trouwens ook van groot belang. Als trainer weet je waar je heen wilt, en het liefst zo snel mogelijk. Dat gaat natuurlijk niet. Ik heb vorig jaar bij de A-jeugd van PSV geleerd dat je spelers de kans moet geven met iets aan de slag te gaan. Dat je niet, twee dagen nadat je wat hebt aangegeven, gaat roepen: 'Wat had ik nou gezegd!?' Dat is ook weer balanceren.'


'Ik bepaal de grenzen waarbinnen iedereen zich mag bewegen en waar veel individuele vrijheid heerst. Als iedereen weet wat die grenzen zijn, voelt iedereen zich happy, want het is een veilige wereld' (Louis van Gaal)


Cocu

: 'Die uitspraak typeert de trainer Van Gaal. Bij hem is alles tot in detail vastgelegd. Zeker bij Barcelona heeft hij van mij een betere speler gemaakt. Zijn oefenvormen waren geweldig. Je moest steeds alles met links en rechts doen. Durven. Liever de bal te hard inpassen met je zwakke been en dat-ie dan net niet aankwam, dan half en op zeker gaan.


'Door dat elke keer consequent te blijven doen, leerde ik in het veld andere oplossingen te bedenken met m'n zwakke been. En dan is dit maar een detail. Positiespel, combinatievoetbal, het analyseren van de tegenstander: alles gebeurde bij Van Gaal gedetailleerd.


'Ik gebruik nu sommige trainingsvormen die ik als speler onder hem heb gehad. Het met twee benen passen en trappen, dus niet steeds om je zwakke been heen lopen, is iets waar ik veel aandacht aan besteed. Doordat ik daar zelf zoveel profijt van heb gehad, wil ik dat ook overdragen bij PSV.


'Nederlandse spelers willen altijd weten: 'Waarom doen we dit? Wat schiet ik hier nu mee op?' Wij denken dat we dat met onze oefenstof duidelijk maken dat we zo het maximale uit onze spelers halen. Als zij dat leren inzien, geven ze ook 100 procent om het goed uit te voeren, en ontwikkelen ze zich als groep en als individu. En nu merk ik dat ze elkaar prikkelen om een stap verder te zetten. Dat is mooi om te zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden