Transition Twenties Voedsel van de toekomst

Insectenburgers maken weinig kans, maar wat gaan we wel eten in de jaren twintig?

Beeld Leonie Bos

De kansen voor kweekvlees, vegan ribs, puree uit de printer, ‘functional foods’ of – veel verder weg – brandnetels.

‘Tsja, tsja, tsja, wat zullen we eten? Tsja, tsja, tsja, wie zal dat weten?’ Zo begon in de jaren zeventig van de vorige eeuw een populaire ochtendrubriek op de radio. De aanhef werd gezongen door een vrouw, het antwoord kwam van een sonore mannenstem: ‘De groenteman!’

In die tijd was het dus nog gebruikelijk een maaltijd te beginnen met verse groenten van het seizoen. En niet met vlees, zoals de laatste jaren gebruikelijk is geworden, laat staan met een kant-en-klaarmaaltijd of Thuisbezorgd.nl.

Het toont aan hoe eetgewoonten kunnen veranderen. Had je de ‘tsja tsja tsja'-vraag gesteld aan iemand uit 1920, dan was het antwoord geweest: soep, stamppot en pudding toe (op zondag). Overigens at men toen nog tussen de middag warm.

Zou je een Nederlander uit die tijd met een tijdmachine opstralen naar een moderne supermarkt, dan is de kans groot dat hij: a) geen idee heeft waar hij is terechtgekomen (supermarkten had je in 1920 niet) en b) driekwart van het aanbod niet eens als eten zou herkennen (NoBeefBurger: kun je dat eten?).

Niks is moeilijker dan het onvoorstelbare proberen te voorspellen. Dat is alvast een belangrijke disclaimer: veel van wat u hierna leest komt waarschijnlijk niet uit. Maar dat mag de pret van het voorspellen niet drukken.

1. Insecten en algen

Een product dat altijd en onvermijdelijk op tafel komt als het gaat over het eten van de toekomst zijn insecten. De voordelen zijn bekend. Insecten kunnen worden gevoed op afvalstromen, leveren waardevolle eiwitten en doen dat superefficiënt: ze nemen nauwelijks land in beslag en produceren weinig mest of broeikasgassen.

De doorbraak van insecten wordt al jaren voorspeld. Maar het is er nog steeds niet van gekomen. Daar is een goede reden voor: insecten smaken naar niks. Een Volkskrant-panel testte ooit een serie insectenburgers. Die kregen kwalificaties mee als saai, droog, muf en zompig.

Dan kun je nog zo hard zeggen dat hele volksstammen op aarde zich voeden met insecten, je weet: dat gaat hem niet worden. Of insectenkwekers moeten een worm vinden die tenminste zo goed smaakt als een gehaktbal, anders rest voor insecten in de toekomst niet meer dan een rol als (aanvulling op) veevoer.

Hetzelfde geldt voor algen, nog zo’n ingrediënt dat steevast een grote toekomst wordt voorspeld. Algen hebben een hoge voedingswaarde (eiwitten, goede vetzuren) en zijn gemakkelijk te kweken (je hebt er geen land voor nodig). Maar het eerste smakelijke algenproduct moet nog altijd op de markt komen. Tot dan zijn algen veroordeeld tot een bijrol in gezonde shakes en voedingssupplementen.

2. Kweekvlees

Meer muziek zit er in kweekvlees. Vooral sinds het Grote Geld zich erop heeft gestort. Internetmiljardairs als Bill Gates (Microsoft), Jeff Bezos (Amazon) en Sergej Brin (Google), mensen met een bewezen neusje voor de toekomst, hebben afgelopen jaren miljoenen dollars gestoken in de ontwikkeling van kweekvlees.

Zelfs grote vleesbedrijven springen op de trein. Het Amerikaanse Tyson Foods, een van de grootste vleesbedrijven ter wereld, nam een aandeel in kweekvleesstart-up Memphis Meat. Het Duitse PHW, de grootste kippenslachter van Europa, ging een alliantie aan met het Israëlische SuperMeat. Durfinvesteerders hebben honderden miljoenen gestoken in het Amerikaanse Just, dat heeft aangekondigd op korte termijn de eerste kweekvleesproducten op de markt te brengen.

Het duurt wat langer dan verwacht (Winston Churchill voorspelde al in 1931 dat kweekvlees de toekomst had) en het zal nog wel een paar jaar duren voordat kweekvlees in prijs kan concurreren met ‘gewoon’ vlees (en nog langer voordat elk huishouden een eigen kweekvleesreactortje op het aanrecht heeft staan zoals Mark Post, de Nederlandse kweekvleespionier, voorziet), maar dat kweekvlees deel zal uitmaken van ons menu van de toekomst lijkt een veilige gok.

En het zal niet bij vlees alleen blijven. Er zijn ook al bedrijven die zich toeleggen op het kweken van vis (uit cellen, niet uit babyvisjes), en het produceren van melk zonder tussenkomst van een koe. Veel ingewikkelder dan het maken van een iPhone kan dat niet zijn, aldus de Amerikaanse dierenactivist Paul Shapiro, een van de herauten van de kweekindustrie.

3. Vleesvervangers

Of kweekvlees een succes wordt, hangt mede af van de vraag of we het tegen die tijd nog nodig hebben en of vleesvervangers de rol van vleesalternatief dan al niet hebben overgenomen.

Vleesvervangers hebben zich afgelopen jaren spectaculair ontwikkeld, van smakeloze vegaflappen tot sappige burgers waar zelfs echt (planten)bloed uit vloeit. Een van de voorlopers op dit vlak, het Nederlandse bedrijf Ojah, presenteerde onlangs griezelig echte ‘vegan ribs’, gemaakt van gele erwten en water. Zo mals en sappig dat zelfs de allergrootste vleesliefhebbers er hun vingers bij aflikken, zei hoofd productontwikkeling Joeri Hollink bij de lancering op de Food Ingredients Europe beurs in Parijs. ‘De buurtbarbecue zal nooit meer hetzelfde zijn.’ In Wageningen wordt gewerkt aan de eerste geheel plantaardige biefstuk.

Ook hiervoor geldt dat het grootkapitaal van alle kanten toesnelt. Bill Gates, alweer, investeert in Beyond Meat, een bedrijf dat ‘plantaardig vlees’ maakt. Het eerdergenoemde Tyson Food nam ook een aandeel van 5 procent in Beyond Meat en stopte 123 miljoen euro in een investeringsfonds voor de ontwikkeling van vleesvervangers.

Voedselmultinational Nestlé lijfde vleesvervangerproducent Tivall in en doopte het om tot Garden Gourmet, dat de markt wil veroveren met vegetarische gehaktballen en hamburgers. Dichter bij huis ontfermde Unilever zich over de Vegetarische Slager, die al jaren aan de weg timmert met vleeslookalikes als kipstuckjes, gehacktballen en roockworst (let op de c).

Plantaardige eiwitten hebben de toekomst, aldus Tyson-topman Tom Hayes. Je kunt ook zeggen dat vleesbedrijven niet het voorbeeld willen volgen van Kodak, dat fotorolletjes bleef produceren terwijl de wereld overstapte op digitale fotografie. Als geldstromen een indicator zijn voor de toekomst (follow the money) dan zit het met vleesvervangers wel snor.

4. Futuristisch eten

Hier wordt het pas echt interessant, omdat dit het deel is van ons eten waar nieuwe vergezichten worden verkend. Dit is de wereld van 3D-foodprinting, nutraceuticals, nanotechnologie en personalized nutrition.

3D-foodprinting is de techniek die het meest tot de verbeelding spreekt. Stel je een apparaat voor dat een maaltijd uitprint, zoals een bureauprinter tekst zet op een wit blad papier. Het Nederlandse bedrijf byFlow bracht onlangs de eerste 3D-foodprinter op de markt à raison van 3.900 euro.

Op de keper beschouwd kunnen die apparaten nog niet zoveel. Wat foodprinters tot nu toe vooral doen, is halfzachte substanties zoals deeg, chocolade of puree in kekke vormpjes op het bord spuiten. Dat is toch nog even wat anders dan een bord bami, Thaise curry of een frietje oorlog uitprinten.

Foodprinters werken met cartridges die gevuld zijn met voedingsbestanddelen, zoals kleuren in een inktprinter. Daar print je geen aardappelen mee, hoogstens aardappelpuree (in de vorm van een aardappel).

Voor 3D-foodprinting lijkt vooralsnog vooral toekomst weggelegd in dieetvoeding. Nu al kunnen bijvoorbeeld roosjes worden uitgeprint van broccolipuree, volgestouwd met andere nuttige vitaminen en mineralen, wat een uitkomst kan zijn voor ouderen of mensen die moeite hebben met slikken.

Dat brengt ons vanzelf op het terrein van de nutraceuticals, een samentrekking van nutrition en farmaceuticals. Dit zijn stofjes die behalve voedingswaarde ook een (al dan niet bewezen) medische uitwerking hebben.

Denk aan omega-3 uit onder andere vis en algen die hart- en vaatziekten zouden helpen voorkomen, phytosterolen, die van nature voorkomen in fruit, groenten en noten, voor het verlagen van het cholesterolgehalte, en polyphenolen (voorkomend in koffie, thee, cacao en bonen) tegen kanker.

Die gezondheidsbevorderende bestanddelen worden toegevoegd aan etenswaren waarin ze van nature niet voorkomen en komen tot ons in de vorm van ‘functional foods’, zoals cholesterolverlagende margarine of zuiveldrankjes die goed zijn voor de darmen.

Het is een flinke groeisector in de voedingsindustrie, maar het nut is omstreden. Volgens voedingswetenschappers krijgen gezonde mensen die gewoon gevarieerd eten vanzelf genoeg van die gezonde stofjes in hun lichaam. Alleen in specifieke gevallen kunnen functional foods nuttig zijn; wat een gouden toekomst overigens niet in de weg staat.

De toepassing van nanotechnologie kan hier ook een rol in spelen. Deze superkleine deeltjes (een biljoenste meter) stellen voedingstechnologen in staat kunststukjes uit te halen met eten. Ze kunnen mayonaise voller maken zonder extra vet toe te voegen, zout zo minuscuul verpakken dat eten zouter smaakt zonder dat er meer zout aan is toegevoegd, of extra vitaminen en mineralen toevoegen.

De toepassingen zijn talrijk. Nanodeeltjes kunnen de kleur van voedingsproducten verbeteren, bederf tegengaan en zelfs een ultradun verpakkingslaagje vormen. In laboratoria wordt al volop geëxperimenteerd met toepassingen van nanotechnologie.

Maar de voedingswereld staat er huiverig tegenover, omdat geknutsel met eten snel associaties oproept met Frankenstein-voedsel, een stigma dat ook genetisch gemodificeerde gewassen al dan niet terecht in een kwaad daglicht heeft gesteld. Studies moeten ook nog aantonen dat nanodeeltjes in eten gegarandeerd geen gezondheidsrisico’s opleveren.

Nanotechnologie opent ook nieuwe mogelijkheden voor de landbouw van de toekomst. Piepkleine sensoren kunnen meten of planten genoeg water en voeding krijgen (en alarm slaan als dat niet zo is). Met nanodeeltjes kan precisiebemesting worden toegepast die veel effectiever is dan normale vormen van bemesting.

Al dit soort nieuwe technieken bij elkaar bieden uitzicht op een Brave New Food World, zoals die wordt geschetst door David Julian McClements, hoogleraar voedingswetenschap aan de universiteit van Massachusetts, in zijn boek Future Foods.

Daarin worden de velden (of kassen) bewerkt door autonoom rijdende tractoren die genetisch gemodificeerd zaaigoed uitstrooien dat borg staat voor een maximale opbrengst. Minidrones nemen de bestuiving voor hun rekening, sensoren bewaken de groei. Robots zorgen ervoor dat de oogst precies op het goede moment van het land wordt gehaald.

Supermarkten hebben we niet meer nodig. Ieder mens heeft een biologisch-genetische analyse laten maken van zijn fysieke gestel. Aan de hand daarvan bepaalt een algoritme welk eten op welk moment goed voor ons is. Dat wordt door robotkoks bereid en thuis afgeleverd.

Alles wat we op een dag doen en eten wordt door sensoren in ons lichaam doorgegeven aan zelflerende computers die registreren en bijsturen waar dat nodig is om ervoor te zorgen dat het proces optimaal verloopt.

Dat mag als toekomstmuziek klinken, schrijft McClements, maar de voortekenen zijn er al. Vorig jaar ging in Californië Iron Ox van start, een volledig door robots en kunstmatige intelligentie gerunde boerderij. Volgens de eigenaren kunnen ze dertig keer meer produceren dan een traditioneel boerenbedrijf.

Bedrijven die geïndividualiseerde voedingsadviezen afgeven zijn er ook al. Campbell’s Soup, bekend van de schilderijen van Andy Warhol, investeerde 32 miljoen dollar in Habit, een onderneming die op de persoon toegesneden voedingsplannen aanbiedt onder het motto: ‘Your body knows what it needs. Now you can too.’

‘Gepersonaliseerde soep is binnen handbereik’, schrijft McClements. De techniek staat nog in de kinderschoenen, aldus de Amerikaanse professor. ‘Maar het heeft een ongelofelijk potentieel om onze levens te veranderen.’

Dat roept ook ethische vragen op. Want wie heeft toegang tot de data waarin al onze gezondheids- en voedingsgegevens zijn opgeslagen? Staan er sancties tegenover het niet opvolgen van de (verplichte) voedingsadviezen? Gaan zorgverzekeraars nog ziektekosten vergoeden aan notoire weigeraars?

En wat als het systeem wordt gehackt of de computer uitvalt? Wie weet dan nog hoe hij een bord eten moet klaarmaken? En misschien nog belangrijker: is eten dan nog wel leuk?

5. Great Food Transformation of Mad Max

Zo interessant als al die nieuwe technologieën mogen zijn, er is nog een ander, grimmiger, perspectief. Wat er in 2120 op ons bord ligt (en of er dan nog wat op ligt) wordt in belangrijke mate bepaald door de keuzes die wij de komende jaren maken voor de toekomstige inrichting van ons voedselsysteem.

Doorgaan zoals nu is geen optie, schreef een commissie van internationale deskundigen vorig jaar in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet. Daarmee plegen we roofbouw op de aarde.

Onze voedselproductie is verantwoordelijk voor een kwart van de uitstoot van door de mens veroorzaakte broeikasgassen. Door de klimaatopwarming degraderen en eroderen vruchtbare landbouwgronden (verwoestijning), de biodiversiteit holt achteruit. Ecosystemen die cruciaal zijn voor het functioneren van onze planeet dreigen onherstelbaar verstoord te worden.

Ook de uitwerking van het huidige systeem op onze gezondheid is desastreus. Ruim achthonderd miljoen wereldbewoners zijn ondervoed, nog meer, ruim twee miljard, zijn juist overvoed. Dat leidt tot een explosieve toename van aandoeningen als obesitas, hart- en vaatziekten en diabetes.

De Lancet-commissie pleit voor een Great Food Transformation naar een duurzame landbouw en een gezonder voedingspatroon dat de aarde ontziet. Het menu voor de toekomst dat de commissie heeft samengesteld bevat niet of nauwelijks rood vlees, kleine beetjes kip, vis en zuivel, minimale hoeveelheden suiker en vet en vooral veel groenten, noten, granen en fruit.

En anders is het misschien wel in 2120 met zijn allen op een houtje ­bijten, knagend op een bord gekookte brandnetels met een handjevol noten uit het bos. Rond de kampvuren in dit Mad Max-achtige landschap zullen dan verhalen rondgaan over de goede oude tijd van 2020, toen eten nog gewoon te koop was bij iets wat ze destijds supermarkten noemden: wat je maar wilde en zoveel als je kon betalen. ‘Vertel daar nog eens over, opa.’

Bronnen: Linda Roodenburg: Food is Fiction. Nai010 uitgevers Rotterdam 2018.

Anneke H. van Otterloo: Eten en eetlust in Nederland 1840-1990. Uitgeverij Bert Bakker 1990.

Jozien Jobse-Van Putten: Eenvoudig maar voedzaam. SUN 1995.

De ‘supermarkt’ van honderd jaar geleden. Beeld Getty

De jaren 20: De industrialisatie bereikt het huishouden

In Nederland komt tot in de 20ste eeuw in de meeste huishoudens nog eenvoudige prak op tafel: brood, pannekoeken, soep, hutspot, aardappelen met spek. Alleen de rijken eten (aanzienlijk) gevarieerder.

Rond de eeuwwisseling begint dat drastisch te veranderen als de industrialisatie ook het huishouden bereikt. In de 19de eeuw komen zuivel- en broodbakfabrieken op. De eerste Nederlandse conservenfabriek wordt in 1868 geopend (Baltussen in Driel), drie jaar later opent Antoon Jurgens de eerste ‘stoomboterfabriek’ in Oss. Margarine is geboren.

Rond die tijd doet ook het fornuis zijn intrede ter vervanging van de open haard, wat een einde maakt aan de verplichte eenpansgerechten. De warme maaltijd, die tot dan toe ’s middags werd genoten, verschuift langzaam naar de avond, als de mannen thuiskomen van hun werk. De eerste huishoudkookboeken verschijnen.

Het assortiment bewerkte levensmiddelen breidt zich snel uit. Naast margarine komen bouillonblokjes, bakpoeders, beschuit, puddingpoeders, koekjes en chocolade op de markt. De nieuwe tijd wordt gemarkeerd door de opkomst van voedselreclame door bedrijven als Verkade, Van Nelle, Maggi, Calvé en Honig.

In 1923 wordt met een grootschalige campagne Blue Band-margarine gelanceerd met het bekende Blue Band meisje: ‘Versch gekarnd.’ Op de eerste supermarkt is het dan nog 23 jaar wachten.

Meer lezen over het eten van de toekomst?

Kweekvlees is hard op weg naar uw bord. De eerste producten van kweekvlees moeten binnen een paar jaar in de schappen liggen. 

Kweekvlees kan de wereld redden, schrijft de Amerikaanse dierenactivist Paul Shapiro in Clean Meat, zijn boek over de opkomende kweekvleesindustrie. Want de reguliere vleesindustrie is een aanslag op dier en klimaat. 

Biefstuk uit het lab moet het begin worden van een wereldwijde voedselrevolutie. 

In medisch tijdschrift The Lancet pleit een commissie voor een Great Food Transformation. ‘Want zoals het nu gaat plegen we roofbouw op de planeet.’

Met dit menu kunnen we de wereldbevolking voeden in de toekomst: minder vlees, meer granen, noten en groenten. 

Wat vinden andere wetenschappers van het Lancet dieet? ‘Dat een verandering nodig is, staat als een paal boven water. Maar hoe krijgen we dat voor elkaar?’ 

Lees hier meer van de serie Transition Twenties

Zelfrijdende auto? Rij nog maar even zelf
Reken niet te veel op de grote revolutie van de zelfrijdende auto. Evengoed zal er genoeg veranderen.

Van massamedicijn naar maatwerk: de precisiegeneeskunde rukt op
De patiënt van de toekomst zal steeds vaker een doelgericht geneesmiddel krijgen. Aan dat precisiewerk hangt wel een stevig prijskaartje.  

Gaan we nu eindelijk van vrouwelijke kunstenaars houden?
Eeuwenlang – ook, of nee: júíst in de 20ste eeuw – zijn vrouwelijke kunstenaars doelbewust genegeerd, verzwegen, niet op waarde geschat. Nu is alles anders, toch? Wat hebben de jaren twintig voor hen in petto?

Hoe een pleister de zorg op stelten zette – en misschien weer gaat zetten
Een slimme pleister kan helpen de zorg van het ziekenhuis naar thuis te verplaatsen. Daarbij moeten nog wel de eenvoudigste dingen worden uitgevogeld.

Wordt dit het decennium waarin roken de genadeklap krijgt?
De komende jaren belandt roken nog verder in het verdomhoekje, al blijft de tabaksindustrie een geduchte tegenstander.

Contant geld wordt schaars en dat is niet zonder risico
Cashloos betalen maakt de afhankelijkheid van de commerciële banken groter. Om een crisis te voorkomen zijn alternatieven gewenst. Zoals direct digitaal geld van de centrale bank.

Ongemakkelijke vragen bij de (langverwachte) doorbraak van virtual reality
Als virtual reality het komende decennium eindelijk doorbreekt, zijn er ongemakkelijke vragen te beantwoorden. Want ‘virtuele’ betasting kan akelig echt voelen.

In de jaren twintig zal vooral het liberale element van de democratie onder druk komen te staan
De schaduw van de vorige jaren twintig valt vaak over het hedendaagse debat, met populisten als nieuwe fascisten.

Wie hip wil zijn in de twenties, hult zich in dikke, duurzame, donkerbruine capes
Hoe lopen we er het komende decennium bij? Moderedacteur Cécile Narinx voorziet veel dikke, wijde, donkerbruine kleding vol technologische snufjes. En, verrassing: draagschaamte wordt een ding.

Interview Klaas van Egmond: ‘We moeten naar een stationaire economie’
Meer materiële groei kan de aarde niet aan, waarschuwt Klaas van Egmond. Besef hiervan moet leiden tot een herziening van het financiële bestel, hoopt de hoogleraar milieukunde. ‘Alle problemen die we nu hebben, hebben te maken met gebrek aan bewustzijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden