Innoveren in de polder

Als een ‘ijsbreker’ – in de woorden van premier Balkenende – zou het Innovatieplatform Nederland terugbrengen aan de economische wereldtop...

‘Het Innovatieplatform’, zegt de voorzitter ervan, premier Jan Peter Balkenende, najaar 2003, ‘wordt geen poldermolen, maar een ijsbreker. Een middel om doorbraken tot stand te brengen in het pakijs van de Nederlandse kenniseconomie. Ik wil daarvoor zo veel mogelijk creatieve ideeën mobiliseren, maar ook zo veel mogelijk praktisch vernuft om die ideeën te realiseren. Want ook al is het een zaak van de langere adem, er moet in Nederland Kennisland echt iets veranderen.’

Al op de tweede vergadering van het platform blijkt de werkelijkheid anderszag die ijsbreker er anders uit, zegt een van de aanwezigen destijds. ‘We spraken over de Casimirbeurzen, subsidies om onderzoekers van bedrijven op universiteiten te detacheren. Een leuk idee van Philips, maar de vraag was of de overheid dat nu wel moest betalen. Het debat eindigde in een patstelling. ‘‘Mooi’’, zei voorzitter Balkenende vervolgens. ‘‘Nu we er uit zijn, kan het persbericht de deur uit.’’ Dat bleek dus al klaar te liggen. Alles was vooraf en buiten ons om met Den Haag bekokstoofd.’

Het Innovatieplatform (IP) is in 2003 een novum in de Nederlandse politiek. Een frisse denktank die ideeën wil ontwikkelen om de ‘innovatiekracht’ van de economie te versterken. De ambitie: Nederland moet in 2010 een koploper zijn in de Europese kenniseconomie.

Het probleem is urgent, want Nederland dreigt als concurrerende economie internationaal achterop te raken. Bedrijven geven steeds minder aan onderzoek en ontwikkeling R&D uit, de overheid investeert onvoldoende in onderwijs, er is goed onderzoek, maar bedrijven en kennisinstellingen werken niet samen om er bruikbare producten van te maken, en er is te weinig ondernemersgeest.

Het IP wordt aangekondigd in het regeerakkoord van het kabinet- Balkenende II. Dat Balkenende het hoogstpersoonlijk gaat leiden, was een idee van de werkgevers, zegt VNO-NCW-directeur Niek Jan van Kesteren. ‘Dat er zo’n platform moest komen om het innovatieklimaat te verbeteren, stond al in ons tienpuntenplan voor de verkiezingen van 2002. We hebben het bij de formatie van het eerste kabinet Balkenende ook al besproken met Balkenende zelf en Joop Wijn, staatssecretaris van EZ. We zeiden tegen Balkenende: doe het zelf, dat toont het belang van het thema aan.’

Nederland na Fortuyn

De nasleep van de moord op Fortuyn gooit even roet in het eten, maar als het eerste kabinet-Balkenende valt, is het voor de innovatielobby ‘nieuwe ronde, nieuwe kansen’, zegt innovatiespecialist Frans Nauta, de voormalig secretaris van het Innovatieplatform.destijds verbonden aan Nederland Kennisland en beoogd secretaris van het platform ‘Bij de verkiezingen van 2003 prijkte innovatie hoog op de agenda. Er ontstond een opportunity window voor het platform.’ Het is ook een ideaal verbindend thema voor verdeeld Nederland na Fortuyn: wie is er tegen innovatie?

Er is ook alom idealisme: het platform moet een dynamische club worden die in de geest van de nieuwe politiek zal breken met het ouderwetse gepolder van de gevestigde belangenclubs, waarbij iedereen netjes zijn deel krijgt maar er verder weinig gebeurt. Gewoon de premier en wat eigenwijze deskundigen die vernieuwende plannen maken om de BV Nederland weer op de rails te krijgen, is het idee.

Het grote voorbeeld, aangedragen door Frans Nauta, is Finland, een land van boeren en houthakkers dat zich via een nationaal innovatieplatform heeft weten te heruitvinden ontwikkelen tot een high-tech natie, met paradepaardjes als Nokia.

Nauta wordt als vernieuwer en Haagse outsider aangetrokken als secretaris. Maar Verder lijkt het platform dat najaar 2003 met veel klaroengeschal van start gaat, verdacht veel op een ouderwets tripartite adviesorgaan, met achttien zwaargewichten uit de overheid, het bedrijfsleven en de kenniswereld.

Zo zitten naast de drie bewindslieden – Balkenende (CDA), Brinkhorst (Economische Zaken, D66) en Van der Hoeven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, CDA) – onder anderen Jeroen van der Veer (topman Shell), Gerard Kleisterlee (Philips), Alexander Rinnooy Kan (ING) en Herman Wijffels (SER) in het platform.

IP werd hype

‘Het IP werd een hype’, zegt Nauta. ‘Iedereen vond dat ie erin moest. Het was de ultieme erkenning dat je meetelde. Buitengesloten partijen voelden zich misdeeld: de ICT-sector, TNO.’ Vice-premier Zalm zet staatssecretaris Annette Nijs van Onderwijs er nog snel in het platform bij als ‘agendalid’ – de VVD had nog geen plekje.

Fout, vindt Van Kesteren: ‘Wij wilden er juist weinig mensen in hebben. Van der Veer, Kleisterlee, Balkenende, plus een onafhankelijk secretaris die kon opboksen tegen de ambtelijke circuits. Want als je iets nieuws doet in Den Haag, gaat het licht aan in het kippenhok en begint iedereen te kakelen. In een IP van achttien leden hadden wij eigenlijk geen zin.’

Ook Gerard van Beynum, oud- directeur van biotechbedrijf Pharming en nu onder meer commissaris bij een handvol life sciences-bedrijven, heeft zich verbaasd. ‘Alle hoofden van Lebak moesten in dat platform. Maar als je dat doet, zal er niks veranderen. Je vraagt de mensen die een situatie hebben gecreëerd, het roer om te gooien. Dat is niet verstandig. Neem Shell, dat zelf een groot researchlab in Nederland heeft gesloten, of de universiteiten, die nog steeds weigeren hun uitgaven transparant te maken. De zittende elite heeft het niet aangedurfd een paar kritische vrijdenkers in het platform op te nemen.’

Het Innovatieplatform maakt een moeizame start. Omdat de ambities en verwachtingen hoog zijn opgeschroefd, barst de kritiek direct los als concrete resultaten uitblijven, zegt platformlid Frans van Vught, oud-rector van de Universiteit Twente en tegenwoordig EU- adviseur. Zoals in de Tweede Kamer, waar de PvdA een schaduw- platform zonder ‘bobo’s’ opzet om het innovatiedebat te verbreden, en waar later zelfs wordt gepleit het IP maar gewoon op te heffen.

Ook het bedrijfsleven laat zich gelden. Nauta: ‘Op feesten en partijen is de toon daar vanaf het begin zeer neerbuigend geweest. Die borrelpraat vond ik erg unfair. Ik denk dat veel criticasters vooral jaloers waren, omdat ze er zelf niet in zaten.’ Wat niet wegneemt dat het bedrijfsleven in het platform blijft, want er is wél wat te halen.

Al die kritiek heeft zijn weerslag op het platform. Nauta: ‘Het Innovatieplatform was bedoeld als een forum om verstandige ideeën te ontwikkelen over de kenniseconomie. Maar door de torenhoge verwachtingen en de overmatig kritische buitenwereld kreeg iedereen haast. We trapten in de valkuil van snel willen scoren met allerlei goed bedoelde maatregelen. We slaagden er daardoor niet in een gezamenlijke leidende visie te formuleren. Daardoor kregen de achterbannen steeds meer grip op het platform en gingen leden zich steeds meer namens hun achterban opstellen.’

Terwijl iemand als toenmalig SER-voorzitter Herman Wijffels een nieuw, breed ‘akkoord van Wassenaar’ bepleit over innovatie, regelen anderen in de wandelgangen vooral hun eigen zaakjes.

Insiders noemen de voorbeelden zo op. Al op de eerste vergadering proberen minister Van der Hoeven van OCW en Peter Nijkamp van NWO, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, samen 185 miljoen aan extra onderzoeksgeld binnen te halen. Rein Willems van Shell, die inmiddels Jeroen van der Veer is opgevolgd, weet de chemie – een volledig uitontwikkelde sector – op het lijstje ‘innovatieve sleutelgebieden’ te krijgen. En als er bij het Paasakkoord 2005 honderden miljoenen vrijkomen voor de kenniseconomie, sleept Philips voor Eindhoven een nanotechnologiecentrum binnen, en mag NWO 100 miljoen verdelen voor bijzondere onderzoeksprojecten – mits razendsnel, zodat Balkenende een succesje kan melden op het Nationaal Innovatie Event in december 2005. Groepen met connecties in het platform profiteren. Nauta: ‘En dan gaat dat gezellige poldermodel wellicht onbedoeld wel erg op cliëntelisme lijken.’

Het is netwerken alom, zegt een insider. ‘Rondom zo’n informeel platform ontstaat een pikorde waarin stilzwijgende prioriteiten worden gesteld.’ Dat blijkt als een in het IP breed gesteund plan van toenmalig HBO-RaaFrans Leijnse, destijds voorzitter van de HBO-Raad, om structureel 500 miljoen te investeren in het beroepsonderwijs – essentieel om innovatie breed in de samenleving te wortelen – sneuvelt. Onderwijsminister Van der Hoeven geeft eenmalig 300 miljoen. Een al vaker afgeschoten plan voor een Topinstituut Pharma (kosten 135 miljoen), dat in het platform amper wordt besproken, krijgt tot ieders verrassing wel groen licht – het wordt door D66- minister Brinkhorst van EZ en zijn partijgenoot en Akzo Nobel-baas Hans Wijers afgehecht bij een toevallige ontmoeting in een bar in het Verre Oosten, fluistert de sector.

Stukgeschreven

Dat de ijsbreker van het Innovatieplatform toch een poldermolen wordt, is vooral de schuld van Balkenende, vindt Kamerlid Martijn van Dam (PvdA): ‘Hij had dat als voorzitter moeten voorkomen, maar was niet in staat de regie te nemen.’ Maar Balkenende had pech, vindt Nauta, die in januari 2005 sadder and wiser als secretaris vertrok. ‘Toen we begonnen, was het land anderhalf jaar niet geregeerd. Hij had nergens tijd voor. Dat hij werd stukgeschreven in de pers hielp ook niet, en hij heeft natuurlijk geen innovatieve uitstraling. Dat straalde ook op ons af.’

Inmiddels is het Innovatieplatform elf grote adviezen en 171 actiepunten verder. ‘We zijn nog niet klaar, maar er is veel bereikt’, zei Balkenende eind vorig jaar. Zo zijn er forse investeringen gedaan in de kennisinfrastructuur, met geld uit de sterk gestegen aardgasbaten. innovatievouchers voor het MKB, Ook kunnen buitenlandse kenniswerkers nu makkelijker naar Nederland. ‘Waardevolle maatregelen, maar van structuurvernieuwing, zoals het aanpakken van de verouderde financiering van het wetenschappelijk onderzoek, is het niet gekomen’, aldus Nauta.

Van Kesteren van VNO-NCW is niettemin tevreden: ‘Het platform moest innovatie in de markt te zetten, en heeft wat dat betreft zijn werk gedaan. Iedere Nederlander moest weten wat innovatie is en waarom het belangrijk is. En dat is redelijk gelukt. Missie geslaagd.’

Ook platformlid Frans van Vught is positief: ‘Ons probleem in het begin was dat we veel ambities, maar geen financiële ruimte hadden. Daardoor kwamen de adviezen in de lucht te hangen. Maar vorig jaar kwamen de eerste substantiële investeringen los uit de aardgasbaten, 1,5 miljard extra in 2006. Een direct gevolg van onze adviezen.’

Het Innovatieplatform hoopt op méér geld. ‘We zijn nu bezig met de kennisinvesteringsagenda voor het nieuwe kabinet’, zegt Van Vught. ‘We willen de extra investeringen in de kenniseconomie verdubbelen tot drie miljard euro per jaar in 2008, oplopend tot zes miljard in 2011. Daarmee kan Nederland in de internationale kopgroep komen.’

Maar blijft innovatie ook in de toekomst op de agenda, vraagt Van Beynum zich af. En komt dat geld er ook als de aardgasbaten afnemen? ‘Bovendien: iedereen claimt nu extra geld – deze week NWO weer 500 miljoen – maar de ontwikkeling van een kenniseconomie draait niet alleen om geld. Je moet ook de verouderde structuren en de poldercultuur aanpakken. Het platform was bedoeld om op een nieuwe manier beleid te maken, en om Nederland innoverender te maken. Dat is beide mislukt. Dat zou het platform doen, maar daarvan is weinig terecht gekomen. De bestuurlijke elite wil alles houden zoals het is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden